Overheid biedt kinderen te weinig bescherming

Hulpverleners willen niet te bemoeizuchtig zijn en ontzien de privacy van gezinnen soms te veel.

De overheid faalt in haar taak kinderen veiligheid te bieden wanneer ouders dat nalaten. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder voorzitterschap van Pieter van Vollenhoven in een gisteren verschenen rapport over kindermishandeling. Bij hulpverleners die namens de overheid kinderen moeten beschermen „zit het er heel diep ingesleten niet bemoeizuchtig te zijn en niet in de privacy van gezinnen te treden”, zei Van Vollenhoven gisteren. Hierdoor kan geen goede inschatting worden gemaakt van de risico’s die een kind loopt. Jaarlijks overlijden in Nederland enkele tientallen kinderen na mishandeling door ouders. Als de veiligheid van een kind bedreigd wordt en de overheid krijgt daarvan een melding, dan is die veiligheid niet langer alleen een verantwoordelijkheid van de ouders, maar ook van de overheid – volgens internationale regels. Artsen, psychiaters en anderen werkzaam in de gezondheidszorg zijn volgens de Onderzoeksraad te terughoudend met het melden van vermoedens van kindermishandeling. Zij weten dat een melding de vertrouwensrelatie met patiënten schaadt. Hulpverleners zijn nu niet verplicht een vermoeden van mishandeling te melden, al is er wel een code die omschrijft hoe zij met dit vermoeden moeten omgaan. Van Vollenhoven wil een verplichte melding, maar dit ligt politiek gevoelig. De jeugdhulpverlening aarzelt volgens de raad te vaak om ouders tijdelijk uit hun ouderlijke macht te zetten en daarmee de verantwoordelijkheden van ouders over te nemen. (NRC)