Ouderenpartij is gevaarlijk voor verzorgingsstaat

De nieuwe partij 50Plus, van Jan Nagel, zet de verhoudingen tussen de generaties op scherp. In deze crisistijd is geen plaats voor nog een belangenclub, vindt Joop Hazenberg.

Met drie journalisten zat ik vorig jaar in een achterafzaaltje van perscentrum Nieuwspoort te luisteren naar de persconferentie van Partij één. Ik maakte een documentaire over deze nieuwe partij, van een jonge generatie, met frisse idealen. Bij de Kamerverkiezingen bleef het erg stil rond Partij één, misschien door naïviteit van de oprichters, maar ook door gebrek aan media-aandacht. De eindscore bedroeg een schamele tweeduizend stemmen.

Hoe anders zal het verlopen met de partij 50Plus van Jan Nagel. De lancering werd maandag verslagen door tientallen journalisten. In vrijwel alle nieuwsprogramma’s was de komst van deze ouderenpartij Groot Nieuws. Nagel en zijn – prominente – maten kunnen rekenen op een stevige flow in de media tot aan de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart. Enkele zetels in de Eerste Kamer liggen in het verschiet.

Ik vind deze ontwikkeling zorgelijk, gevaarlijk zelfs. Het gaat me niet zozeer om de werking van de media, maar om de organisatiekracht van ouderen in Nederland. Die zijn nu al volstrekt oververtegenwoordigd in alle bestuurlijke gremia en in de talloze belangenclubs die de polder kent. Om dat feit te onderstrepen, krijgen de ouderen een speciaal op hen gerichte partij om hun eigen belangen nog eens extra op de kaart te krijgen.

De start van 50Plus komt op een symbolisch moment – 2011 is het jaar waarin de babyboomgeneratie officieel met pensioen gaat. De komende decennia zal het aantal ouderen in Nederland toenemen tot liefst vier miljoen, terwijl de beroepsbevolking zal krimpen, met ongeveer een miljoen arbeidskrachten. De belangrijkste consequentie van deze demografische shift is een hogere druk op de werkenden om voor de ouderen te zorgen – zowel financieel, in de vorm van AOW, als mentaal. In 2025 zal de zorg een tekort kennen van een half miljoen werknemers. Dat heeft onherroepelijk een verlegging tot gevolg van zorgtaken, van de staat naar de kinderen van babyboomers – mijn generatie dus.

Het is mijn generatie – twintigers en dertigers – die momenteel afwezig is in alle bestuursorganen van de verzorgingsstaat. Wij willen in de platte wereld van vandaag niet meedoen aan collectiviteiten. Meer pensionado’s dan jongeren zijn lid van een vakbond. Wij sluiten ons af van de polderspelletjes van vakbonden, pensioenclubs en ondernemingsraden. Zij die dat wel hebben geprobeerd, haken gedesillusioneerd af. Judith Ploegman (1976), die korte tijd in de Sociaal-Economische Raad heeft gezeten, ervoer daar een schokkend gebrek aan urgentie en daadkracht. Van bronnen in de pensioenwereld begrijp ik dat ouderen een harde strijd voeren om zitting te mogen nemen in de pensioenfondsbesturen.

De stem van babyboomers wordt dus prima gehoord. Waarom dan die noodzaak voor een eigen politieke partij? De oprichters van 50Plus betogen dat de miljoenen ouderen „een vergeten groep” zijn. De komende jaren verliezen ze 10 procent van hun koopkracht. Bovendien was bij de invoering van de AOW in 1957 (!) „afgesproken dat de toen werkenden door premiebetaling de uitkeringen aan de 65plussers moesten opbrengen.” Daarom bepleit 50Plus het terugdraaien van het – voorgenomen – besluit om de AOW-leeftijd te verhogen, een dertiende maand aan de AOW toe te voegen en de lokale lasten te bevriezen.

Het programma van 50Plus is schaamteloos en blind voor de economische crisis en de toekomstige kostenstijging van de verzorgingsstaat. De Nederlandse babyboomers zijn de rijkste ouderen ter wereld. Ze hebben vaak een eigen huis, een redelijk vermogen en een goed pensioen. Het is daarom niet meer dan logisch dat ze meebetalen aan de toekomst, een toekomst waarin ze voornamelijk consumeren, niet produceren.

Alleen de gezondheidszorg kost in 2015 volgens het Centraal Planbureau al 74 miljard euro per jaar. Voor onderwijs trekt Den Haag veel minder uit. Volgens economen moeten we toe naar een structureel begrotingsoverschot van 4 procent om de bestaande voorzieningen van de verzorgingsstaat in stand te houden. Zal mijn generatie daartoe in staat zijn, met een krimpende beroepsbevolking, stijgende zorg- en pensioenlasten en toenemende economische concurrentie? Ik heb nog niet eens de leeg rakende gasvoorraden genoemd, die de staat nu nog 15 miljard euro per jaar aan inkomsten leveren.

Er is ook een principieel punt. Gezien de toegenomen leeftijdsverwachting – de babyboomer leeft gemiddeld nog negentien jaar na zijn pensionering – zorgen we langer voor ouderen dan voor onze kinderen.

In Nederland domineert het verleden de toekomst. Verworven rechten en bestaande belangen bepalen de agenda van onze verzorgingsstaat. De oprichting – en het mogelijke succes – van 50Plus zal deze beweging alleen maar versterken. Het in alle openbaarheid organiseren en bewaken van de belangen van babyboomers zal leiden tot een verzwakking van de solidariteit tussen generaties.

Mijn stemadvies aan jong en oud luidt om op 2 maart niet te stemmen op 50Plus, maar op een partij die wél hervormingsgezind is. Aan de media richt ik een vriendelijk verzoek om vooral eens aandacht te besteden aan de versplinterde, chaotische en niet in eigenbelang denkende generatie van twintigers en dertigers.

Joop Hazenberg (1978) is voorzitter van denktank Prospect en maker van de documentaire Weg van de barricaden, over de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren.