Kruidenier van een gouden generatie

Ondernemer Albert Heijn is gisteren op 83-jarige leeftijd overleden in Engeland. Onder zijn leiding groeide kruidenier AH uit tot een mondiaal supermarktconcern.

Albert Heijn een jaar voor zijn pensioen in 1988. Foto Ton Poortvliet

Verlamd, vermoeid en onder de pijnstillers. Albert Heijn was al jaren ernstig ziek. Heijn leed aan chronische polio die hij in zijn jeugd opliep. Niettemin probeerde hij altijd actief te blijven. Gastvrij voor zijn familie en zijn vrienden, betrokken bij zijn voormalige collega’s en tot voor kort nog uiterst ondernemend als kruidenier en hotelbaas.

En nooit was hij te beroerd om zijn mening te geven als daar om gevraagd werd. Drie maanden geleden nog gaf hij in deze krant zijn reactie op de benoeming van Dick Boer als nieuwe topman van het Ahold concern. Omdat hij te zwak was om zelf aan de telefoon te komen, gaf zijn vrouw Monique Heijn zijn mening door. Hij was er „zeer vrolijk” door geworden. Van de huidige Ahold-staf had Heijn vooral nog contact met de echte supermarkt-rotten. Dick Boer was er daar één van.

Halverwege de jaren negentig trok Albert Heijn zich met zijn 21 jaar jongere echtgenote terug in het Britse district Herefordshire. Daar betrokken ze het negentiende-eeuwse kasteel Pudleston Court. De kleinzoon van oprichter en naamgever Albert Heijn was in 1989 met pensioen gegaan, nadat hij Ahold meer dan een kwart eeuw had geleid. Hij droeg het stokje als ‘president’ van de raad van bestuur over aan de Belg Pierre Everaert. Zelf schoof hij nog tot 1997 aan bij de raad van commissarissen.

Met de emigratie naar Engeland zocht Heijn rust. Die had hij hard nodig wegens zijn aftakelende gezondheid. Maar ook na enkele dramatische ervaringen in zijn persoonlijk leven. De schok rond de ontvoering van en moord op zijn broer Gerrit Jan in 1987 bleef nog lang nadreunen. Albert junior moest nog dagelijks denken aan zijn „beste vriend” en lange tijd zijn „beste collega” in de raad van bestuur van Ahold. Gerrit Jan en hij waren de enige twee Heijnen uit de derde generatie die voor het familiebedrijf waren gaan werken. En het zouden ook de laatste familieleden zijn die dat deden.

Aanvankelijk was Heijn niet erg gelukkig in de liefde geweest. Heijns eerste twee huwelijken liepen stuk, hij verloor zijn derde vrouw aan kanker. Met zijn vierde vrouw Monique leefde hij de laatste decennia dolgelukkig op Pudleston Court. Maar beslist niet teruggetrokken als een kluizenaar.

In het naburige ietwat ingeslapen provinciestadje Hereford greep hij de kans om de lokale middenstand wat op te schudden. Uit gebrek aan een goed restaurant en comfortabel logies voor de vele gasten die hem bezochten, besloot Heijn een lokaal hotel te kopen en op te knappen. Castle House kreeg luxe suites en een klassiek restaurant. Voorts legde hij de hand op een bistro, een bar, een conferentieoord en een winkelcentrum. Daarin kwam ook een Hollands winkeltje, De Koffie Pot, met pindakaas en hagelslag, bevoorraad door Zaandam. Heijn zelf werd er de beste klant. Op de landerijen (120 hectare) rondom zijn kasteel exploiteerde Heijn een omvangrijk boerenbedrijf, met 250 koeien, 90 Gloucester Old Spots (varkens), kippen, kalkoenen en struisvogels. Ook opende hij er een Bed & Breakfast. Vier jaar geleden verkocht het echtpaar Heijn hun winkel- en horecabedrijf.

In februari 2003 kreeg Albert Heijn een nieuwe schok te verwerken. Hij werd in de nacht van 23 op 24 februari uit z’n bed gebeld door toenmalig bestuurslid Jan Andreae. Die bereidde zijn oude baas en nog minieme aandeelhouder voor op de onheilstijding van de volgende dag: het omvangrijke boekhoudschandaal dat Ahold bijna te gronde richtte. Heijn hield zich in – en sliep zelfs weer rustig verder – maar hij was woest. Woedend op de fraudeurs in de Verenigde Staten die „de boel belazerd” hadden. En hij voelde zich „verneukt” door zijn opvolgers in Zaandam die de controle kennelijk zo slecht voor elkaar hadden dat ze het gerommel met de cijfers veel te laat hadden ontdekt. Met topman Cees van der Hoeven had Heijn maar weinig contact. Hij had nooit veel bewondering voor hem gehad. Van der Hoeven verloor in zijn ogen de grip op het bedrijf naarmate hij als BN’er opdook bij modeshows en in het Stan Huygens Journaal .

Heijn bleef wel trouw de aandeelhoudersvergaderingen van Ahold bezoeken, gekluisterd aan zijn rolstoel. Hij wilde er morele steun betuigen aan de duizenden medewerkers en de nieuwe bazen die Ahold erbovenop moesten helpen. Hij was blij met de keuze voor de Zweed Anders Moberg en vond de discussie rond zijn exorbitante beloning van 10 miljoen euro onzinnig. „Een goede topman voor een bedrijf in grote problemen is onbetaalbaar.” Toen hij in september 2003 per fax werd geïnformeerd dat president-commissaris Henny de Ruiter ook werd vervangen, door Heijns vriend Karel Vuursteen nog wel, werd hij vrolijk. „Een prachtig besluit”, juichte hij op het terras van zijn restaurant Castle House. „Eindelijk!” En hij nam nog een slok van zijn dagelijkse glaasje whiskey.