Is er altijd evenveel water op aarde geweest?

De zeespiegel stijgt door het smelten van ijskappen en gletsjers, en dat is jammer. Deze kwestie bracht Peter Geerlings, geschiedenisdocent uit Utrecht, tot een vraag. „Is de totale hoeveelheid water op aarde in de loop van de geschiedenis van de aarde veranderd?” vraagt hij. „En kunnen we daar nu iets mee?”

Er stroomt nu ongeveer 1,4 miljard kubieke kilometer (1,4 triljoen liter) water over aarde. Het meeste als zeewater. En dat is de hoeveelheid waar we het al miljarden jaren mee doen.

„Ja, er verdwijnt een beetje water via de atmosfeer”, vertelt astronoom Michiel Hogerheijde van de sterrewacht in Leiden. „Want door straling valt hoog in de dampkring water uiteen in zuurstof en waterstof. Het lichte waterstof verdwijnt in het heelal, het zwaardere zuurstof blijft. En dat vindt wel weer ander waterstof om opnieuw water te worden. Op de enorme waterhoeveelheid op aarde maakt dit geen verschil.”

Er komt ook water bij, uit een constante stroom van microkometen (ijsballetjes) die dag en nacht vanuit de ruimte de atmosfeer inschieten. Maar ook die hoeveelheid is verwaarloosbaar op de enorme hoeveelheid kubieke kilometers water op aarde.

We moeten ver teruggaan voor veranderingen in de aardse waterhoeveelheid. Kort na het ontstaan van de aarde, 4,5 miljard jaar geleden, was er vrijwel geen water aan het oppervlak van de aarde. De aarde ontstond toen vrij snel uit een stofschijf rond de jonge zon, in amper dertig miljoen jaar. Aanvankelijk was al het water opgesloten in het aardse gesteente. Pas door het extreme vulkanisme in de vroege ‘helse’ periode van de aarde kwam het vrij.

Maar hoeveel water was dat? Minder dan nu waarschijnlijk. De grote vraag is of al het huidige water als ijslaagjes zat op het stof waaruit de aarde ontstond. „Dat lijkt niet erg waarschijnlijk”, legt Hogerheijde uit. „Want in de ring waaruit de aarde ontstond was het daarvoor te heet: warmer dan min 170 graden. Dan verdampt ijs het vacuüm in.” Misschien was veel water opgesloten in grotere brokstukken, waardoor het niet verdampte. Maar of dat genoeg was? Waarschijnlijk is veel water pas later gekomen, in het enorme bombardement van kometen in de eerste paar honderd miljoen jaar. Kometen zijn ijsballen uit de buitenste regionen van het zonnestelsel.

Hogerheijde: „Na een half tot een miljard jaar na het ontstaan van de aarde is de hoeveelheid water dus wel constant is gebleven.” In de huidige klimaatdiscussie kunnen we waarschijnlijk weinig met deze kennis.

Hendrik Spiering