In de rij staan voor kunst is ook kunst

Nee, er wordt volgende week zaterdag geen nieuwe tentoonstelling geopend in kunstcentrum De Appel. En toch, zo voorspel ik u, zal er die middag tussen 15.00 en 15.30 een lange rij mensen staan rondom het tijdelijke gebouw in de Amsterdamse Pijp. Tenminste, als het aan kunstenaar Edwin Stolk ligt. Hij is van plan op 22 januari een wachtrij met mensen te vormen die zal herinneren aan de mensenmassa die een klein jaar geleden ontstond bij de heropening van De Appel op deze locatie.

Stolk, student aan het Sandberg Instituut, kwam op het idee voor zijn actie toen hij staatssecretaris Halbe Zijlstra hoorde zeggen dat het aantal bezoekers van een kunstinstelling zou moeten bepalen of een museum relevant is. „Dat vind ik een beangstigend idee, dat de massa invloed krijgt op wat belangrijk is.”

De afgelopen dagen is Stolk druk bezig geweest door middel van mails en flyers aandacht te vragen voor zijn performance. Hij hoopt dat volgende week zaterdag „uit het niets” een mensenmassa bij De Appel zal verschijnen, zoals bij een flashmob. „Een half uur lang gaan we niet naar binnen. Voorbijgangers zullen denken: wat is daar gaande? Zo wil ik duidelijk maken dat in de kunst niet alles meetbaar is.”

Er zijn de afgelopen jaren diverse kunstenaars geweest met vergelijkbare rijen. Zo regisseerde Roman Ondák in 2003 op de Frieze Art Fair de performance Good Feelings in Good Times, waarin een man of tien eindeloos stond te wachten voor een deur. En Gregor Schneider liet in 2007 mensen uren in de rij staan bij de Staatsopera in Berlijn. „Het verschil is dat zij gebruik maakten van acteurs”, aldus Stolk. „Mijn rij is wisselvalliger. Ik heb geen idee hoeveel mensen er op komen draven. Het kan best dat ik straks alleen voor de kassa sta.”

Sandra Smallenburg