'Ik wil een fresco schrijven'

In 2009 won de Frans-Senegalese schrijfster Marie NDiaye de Prix Goncourt. „Aan het schrijven heeft dat niets veranderd”, vertelt ze Margot Dijkgraaf

De Franse schrijfster Marie NDiaye haat interviews. Over het Corbusierhuis in Berlijn, waar ze me ontvangt, over de Teufelsberg waar ze op uitkijkt of over haar dochter die hier architectuurstudente is, praat ze graag. Maar wanneer het gesprek over haar romans gaat, betrekt haar gezicht en droogt haar flux de bouche op in aarzelende formuleringen. Vijftien jaar geleden al schreef ze me, vlak na de publicatie van haar vierde roman De tijd van het jaar: ‘Ik voel me niet op mijn gemak als mij vragen worden gesteld’, en dat is vier romans, vele toneelstukken en een Prix Goncourt verder, niet veranderd.

Ondanks haar terughoudendheid zorgden haar uitspraken na het verkrijgen van de Goncourt in 2009 voor een fikse polemiek. In het tijdschrift Les Inrockuptibles verklaarde NDiaye (1967) het Frankrijk van president Sarkozy ‘monstrueus’ te vinden en een afkeer te hebben van de ‘platte atmosfeer waarbij iedereen door de politie in de gaten wordt gehouden’. Mede daarom was de Frans-Senegalese schrijfster met haar gezin naar Berlijn verhuisd. Reden voor een parlementslid van de UMP (Sarkozy’s partij) haar tot de orde te roepen met het argument dat een laureaat van Frankrijks meest prestigieuze literaire prijs ‘reserve en distantie moet betrachten’ en het imago van het land niet mag bekladden. De minister van Cultuur, Frédéric Mitterrand, hield zich afzijdig, schrijvers steunden massaal de laureaat in haar vrijheid van meningsuiting.

U kon inschatten dat deze uitspraken niet onbesproken zouden blijven. Waarom deed u ze?

„Een belachelijke affaire, maar in al zijn stompzinnigheid wel interessant, omdat het tekenend was voor de sfeer die er in Frankrijk heerst. De man gebruikte mij om zelf in de schijnwerpers te komen en vooral om de minister van Cultuur in verlegenheid te brengen. Die vertegenwoordigt alles waar hij een enorme afkeer van heeft: hij is homo en links. Ik was gewoon een instrument van zijn eigen ambitie om carrière te maken. Zo gaat dat in de politiek. Toen de affaire echt losbarstte, was ik alweer in Berlijn.”

Heeft de Goncourt uw leven veranderd?

„Aan het schrijven verandert zo’n prijs niets, maar aan het leven wel. Ik heb financieel nu geen zorgen meer, dat geeft je een grote vrijheid. Nee, die erkenning was niet zo belangrijk voor mij. Erkend was ik toch al. Het heeft wel tot meer vertalingen geleid. Om die te promoten had ik eigenlijk het hele jaar moeten reizen, maar ik ben nergens naartoe gegaan.”

Drieëeneenhalf jaar woont ze nu in Berlijn, met haar man Jean-Yves Cendrey en haar drie kinderen. Daarvoor woonden ze in de Gironde, het zuidwesten van Frankrijk, nog eerder in Normandië, waar ze haar eerste romans schreef. Cendrey, ook schrijver, werd in Frankrijk bekend nadat hij een pedofilieschandaal naar buiten had gebracht. In zijn roman Les jouets vivants vertelde hij het hele verhaal: de hypocrisie van de gemeenschap, de tegenwerking die hij kreeg van politie en justitie, de opdracht die hij van de verdediging kreeg zich psychiatrisch te laten onderzoeken. Het schandaal was nationaal.

Was dit ook een reden om Frankrijk te verlaten?

„Nee, in het zuidwesten van Frankrijk voelden we ons goed. De sfeer in het dorp waar we toen woonden was heel anders. We hadden gewoon behoefte aan verandering van milieu, de kinderen werden groter. We wilden hun ook laten zien hoe het is in een grote stad te wonen. In Frankrijk is er eigenlijk maar één echt grote stad, Parijs. Daarbuiten ben je altijd op het platteland. Hier in Duitsland zijn er veel echt grote steden, dat was een uitdaging.”

Vindt u het in Duitsland prettiger?

„Ik voel me hier veel beter. We leven hier als het ware in een taalkundige luchtbel. Het Duits is voor ons een vreemde taal. Een heleboel informatie dringt niet tot ons door, we begrijpen niet precies wat de mensen zeggen, we lezen geen Duitse krant. Ik realiseer me dat dat een beetje kunstmatig is. Onze manier van leven is niet echt veranderd. We zijn erg op onszelf, we zitten niet in de hotspots van Berlijn of in de underground scene. Natuurlijk gaan we wel naar tentoonstellingen, concerten en zo. Onze kinderen zitten hier op Franse scholen, onze dochter studeert aan een Duitse universiteit. Maar mijn man en ik leven hier eigenlijk net als in een dorp.”

Juist dat Franse dorp is tot nu toe vaak de achtergrond geweest van haar romans. Dorpsbewoners schildert NDiaye vaak als dom, onverschillig en racistisch, niet gehinderd door kennis of innerlijke beschaving. Uitsluiting en discriminatie, buitenstaanderschap en ‘anders zijn’ in een kleine gemeenschap zijn belangrijke thema’s in haar oeuvre. Vaak gaat het om vrouwen die door de familie worden buitengesloten, door het dorp worden geminacht en teruggeworpen raken op zichzelf. In de met de Goncourt bekroonde roman Drie sterke vrouwen (Trois femmes puissantes) is het niet anders.

U bent heel trouw aan uw thematiek.

„Ik kan niet anders. Ik zou heel graag een mooi literair historisch fresco schrijven, maar ik kan het niet. Stel je een hedendaagse versie voor van Les hommes de bonne volonté van Jules Romains, een geschiedenis van Europa sinds de jaren 50. Ik droom ervan zoiets te schrijven, maar ik loop tegen mijn grenzen aan.”

In haar bekroonde roman worden drie jonge vrouwen, in drie met elkaar verbonden verhalen, het slachtoffer van leugens, bedrog, vernedering en geweld. De eerste is een advocate in Parijs die door haar vader naar Dakar wordt geroepen en ontdekt dat deze man, die zijn kinderen terroriseerde, het leven van haar broer heeft verwoest. De tweede vrouw is met haar man van Dakar naar Frankrijk verhuisd zonder dat ze weet heeft van zijn geschonden verleden en hun tot mislukken gedoemde huwelijk. De derde Senegalese vrouw wordt na de dood van haar man verstoten door diens familie, waarna ze van de ene in de andere verschrikking belandt.

Wat deze vrouwen ook zijn, ‘puissantes’ in ieder geval niet.

„Nee, ze zijn niet ‘sterk’ op sociaal of professioneel gebied, zelfs al is de eerste advocaat. De kracht schuilt in hun persoonlijkheid. Ze twijfelen nooit wezenlijk aan zichzelf. Er is een uitdrukking waarvan ik niet houd, maar die wel op hen van toepassing is: ze hebben innerlijke kracht.”

Waarom dan toch deze titel?

„Als ik een titel kies, is dat niet vanwege de betekenis. Ik vraag me niet af of hij wel past in de context. Een titel is een associatie van klanken, een verleiding. Ik had ook een ander bijvoeglijk naamwoord kunnen kiezen, ik had met de titel geen boodschap. Het gaat ook om de grafische kant, hoe het er gedrukt uitziet. Ik houd ook van een getal in de titel.”

NDiayes taal is onnavolgbaar, ritmisch en klankrijk, haar zinnen melodieus, lang en doorwrocht. Haar stijl is dermate mooi dat je als lezer wordt verleid om de gruwelijkste dingen zonder moeite te accepteren. Een moeder kan bijvoorbeeld tegen haar kind zeggen dat ze nooit van hem gehouden heeft, zonder dat je je daarin verslikt. NDiaye excelleert erin wreedheid, geweld, uitsluiting, prostitutie of diefstal dusdanig melodieus te verwoorden, dat je het boek niet dichtslaat – de Nederlandse vertaling is uitstekend. NDiaye: „Nee, ik geloof niet dat je harde, wrede zaken op een harde abrupte wijze moet vertellen.”

Denkt u tijdens het schrijven aan uw lezer?

„Nee, nooit. Ik schrijf zoals het in mijn hoofd opkomt. Ik denk ook in lange zinnen. Dat komt omdat ik erg gevormd ben door Proust, zelfs als er daarna nog andere invloeden zijn geweest: Kafka, Lewis Carroll, Beckett.”

NDiaye weet ook hoe ze met haar lezer moet spelen. Ze houdt hem aan een touwtje, laat het vieren, trekt het weer aan. Ze geeft hem een realistisch verhaal, totdat ze ineens de regels van de logica vervangt door die van het absurde. Dan valt iedere mogelijkheid tot identificatie weg.

NDiaye: „Ik beschrijf soms excessieve, hyperbolische situaties met het idee dat daar een waarheid of een betekenis uit voortkomt. Dat is soms helderder dan wanneer ik in normale, plausibele toestanden zou beschrijven.”

Marie NDiaye: Drie sterke vrouwen. Vertaald door Jeanne Holierhoek. 285 blz. Prijs € 19,90