Ik sliep vlakbij het politiebureau

Famke Mackaay (26) zwierf tien jaar lang van opvanghuis naar opvanghuis.

Stichting Zwerfjongeren Nederland bekroonde haar inzet voor anderen.

Ze is pas 26, maar haar levensverhaal past bij lange na niet in dit interview. Zelfs niet in vogelvlucht. Ze zegt het zelf, Famke Mackaay, voormalig zwerfjongere: „Het is te veel”. Zo vertelt ze terloops over een abortus. Ze heeft er na jaren nog steeds verdriet van. Het is maar één van de vele drama’s in haar leven. „Maar ik heb het overleefd,” zegt ze. „Ik heb de finish gehaald.”

Op haar negende liep ze al eens kortstondig van huis weg. Zacht uitgedrukt was het niet echt gezellig thuis. Haar vader was een drankzuchtige zakenman die niet opzag tegen louche praktijken en haar moeder in elkaar sloeg. Haar moeder op haar beurt deed weinig anders dan snauwen en schreeuwen. Famke kon niets goed doen in haar ogen, zegt ze. „Mijn moeder is als kind geadopteerd. Ze zat nooit goed in haar vel, was altijd op zoek naar zichzelf.”

Toen haar vader vijf dagen na haar twaalfde verjaardag dodelijk verongelukte, werden zij en haar jongere broertje sleutelkinderen, omdat moeder hard moest werken om het hoofd boven water te houden. Famke werd gepest op school. „Ik zat tussen de kakkers op de Montessorischool in Laren. Wij hadden geen rooie cent.” Het werd er niet beter op toen haar moeder overspannen raakte en in de ziektewet terechtkwam. Famke: „Het was al een half jaar oorlog, toen op een dag mijn spullen op straat stonden. Na zoveel wrok, haat en agressie, en continu die strijd, vond ik het wel best. Ik ben gegaan. Vijftien was ik.”

Waar ging je naar toe?

„Eerst naar het politiebureau. Daar adviseerden ze me om terug te gaan naar huis. Dat heb ik gedaan, ik heb uren op de stoep gezeten maar mijn moeder liet me niet binnen. Toen ben ik naar een klooster in Utrecht gegaan waar ze dakloze vrouwen en meisjes opvangen. Na een paar dagen werd ik overgeplaatst naar een ander opvanghuis. En overal adviseerden ze me terug naar huis te gaan. Dat kreeg ik telkens te horen. Ik heb het nog een keer geprobeerd, maar het ging absoluut niet. Want intussen had mijn moeder Jeugdzorg op haar nek en ineens mocht ik helemaal niks meer. Een lerares heeft geprobeerd me als pleegdochter in huis te nemen, dat heeft mijn moeder tegengehouden. Zo raakte ik toch weer dakloos. Ik zwierf door Nederland van de ene opvanginstelling naar de andere. Ik heb ze bijna allemaal van binnen gezien.”

En niemand die je hielp.

„Jawel, er zijn zeker mensen geweest die me hebben geholpen. Een jongen heeft ooit een kamer voor me geregeld en twee maanden huur betaald, zonder er iets voor terug te willen. En zo zijn er veel geweest, gelukkig. Maar de bureaucratie in de hulpverlening was heel erg. Vaak kreeg ik te horen: kom maar terug als je een indicatie hebt. Je moest verslaafd zijn, of aantoonbaar psychisch gestoord, anders kreeg je geen hulp. Ik heb een keer cynisch geantwoord: ‘Nou dan ga ik nu maar hard werken aan mijn indicatie’. Terwijl ik gewoon heel graag weer naar school wilde, en daarvoor had ik een kamer nodig en wat geld om van te leven. Meer niet.”

Hoe zag je leven eruit?

„Er waren periodes dat ik werkte, en veel ook. Alleen als het heel slecht ging met me, lukte dat niet. Ik heb in een callcenter gewerkt, en in een oliebollenkraam. Dat was tijdens een kermis op het TT Circuit in Assen. Daar werd ik smoorverliefd op een jongen die ook op de kermis werkte. Hij woonde in een dorp in Limburg. Ik ben met hem meegegaan, heb een caravan gekocht en die neergezet op een campingterrein in de buurt. Op zeker moment kwam ik erachter dat hij een ander meisje zwanger gemaakt had, en toen ben ik weggaan. De caravan kon ik niet meenemen, die bleek gestolen te zijn.”

Heb je ook weleens op straat geslapen?

„In al die jaren een keer of tien. Nadat ik bij dat vriendje was vertrokken, ben ik naar een opvanghuis gegaan in Roermond. Na twee weken moest ik daar weg. Toen heb ik onder een brug geslapen, vlakbij het politiebureau. Dat vond ik een veilig idee.”

Kun je je de eerste keer dat je buiten sliep nog herinneren?

„Nou en of. Dat was in 2001, de dag voor Oudjaar. De daklozenopvang in Assen zat vol. Ik had de avond doorgebracht in een Turkse coffeeshop. Belde een vriendin, die niet opnam. Intussen was het kwart over twaalf, half één. Ik liep langs de kerk op het plein en toen wist ik dat ik die avond buiten zou slapen. Ik ben gaan lopen om het warm te krijgen, want het was heel koud. Vervolgens ga je zweten, en wil je eigenlijk niet gaan slapen omdat je dan ziek kunt worden. Uiteindelijk ben ik ergens in een buitengebied gaan liggen op een plaatsje achter een restaurant. Daar lag ik redelijk beschut. Maar veel slapen heb ik niet gedaan. Van elk piepje, elk kraakje word je wakker.”

Wat voor gevoel geeft het om buiten te moeten slapen?

„Kansloos. Zeker als het koud is. Maar er zijn ook momenten dat je je gelukkig prijst dat je het mag meemaken.”

Pardon?

„Echt. Wakker worden tussen de konijntjes en de vogeltjes geeft het gevoel deel te zijn van iets moois, van een groter geheel dat belangrijker is dan een stijve rug en een knie die opgezet is van het vocht, en zelfs dan het geen huis hebben.”

Maar het is toch de ultieme eenzaamheid?

„Dat is zo. Je voelt je verlaten door alles, in de steek gelaten, boos. Maar tegelijkertijd voelde ik me ook een rijk mens omdat ik het met mezelf aankon, niemand nodig had om te overleven. En juist als ik de pijn van de eenzaamheid voelde, wist ik dat ik nog niet verloren was. Dat ben je pas als je niets meer voelt.”

Het gaat nu goed met je.

„Ja. Het is heel geleidelijk gegaan. Ik heb drie jaar geleden hier in Maastricht deze flat gekregen. Er zijn momenten dat ik een hoopje ellende ben, ik zie nu pas in wat voor krankzinnige film ik heb gespeeld. Maar ik kan ook heel blij zijn met kleine dingen. Als ik mensen bij de kassa van de supermarkt zich zie opwinden omdat het ze niet snel genoeg gaat, geniet ik daarvan. Stiekem lach ik erom, die mensen beseffen niet hoe bevoorrecht ze zijn dat ze boodschappen kúnnen doen.”

Je helpt nu andere zwerfjongeren.

„Ik heb samen met een professionele hulpverlener een cursus ontwikkeld voor jongeren met problemen. Officieel heet het een ‘wooncursus’, maar hij gaat eigenlijk over kwaliteit van leven in het algemeen. We hebben er een prijs voor gekregen van de Stichting Zwerfjongeren Nederland. Verder heb ik FeelGoodConnected opgericht, een stichting die zwerfjongeren met kunstprojecten een hart onder de riem wil steken. Heel veel mensen, bijvoorbeeld studenten sociale hulpverlening, helpen mee als vrijwilliger. We zoeken de jongeren op in de instellingen en op straat, en nodigen ze uit om mee te doen, met schilderen, of muziek maken. Ik vind het fijn om mijn ervaringen te gebruiken om anderen te helpen. Als je me vraagt wat ik de rest van mijn leven wil doen, dan zeg ik: dit.”

Heb je nu rust gevonden?

„Nog steeds vind ik het moeilijk om op één plek te blijven en niet in zeven sloten tegelijk te springen. Dat vluchtgedrag zit heel sterk in mij. Echt settelen zal ik me nooit, denk ik. Voor mij is alles wat je hebt in het leven maar tijdelijk. Ik heb een vriend van wie ik veel hou, maar ik zal nooit met hem kunnen trouwen, want dan beloof je dat je eeuwig bij elkaar blijft. Daarmee zou ik liegen tegen mezelf want ik weet niet wat er morgen gaat komen. In mijn ziel zal ik altijd blijven zwerven.”