Iedereen is een barbaar, als het om film gaat

Opmerkelijk eensgezindheid riepen de recensenten van de bijlage Boeken van deze krant De barbaren van de Italiaanse schrijver-essayist Alessandro Baricco uit tot een van de opmerkelijkste boeken van 2010. Dit luchtige en diepgravende cultuurfilosofische essay is niet alleen belangwekkend voor lezers, maar ook voor kijkers. Film is een van de culturele domeinen die de meeste ‘barbaarse’ kenmerken vertonen, meent Baricco.

Hoe zit dat? Volgens de schrijver is er momenteel een omslag gaande in de westerse cultuur, waarbij een oud beschavingsideaal, dat wortelt in de 19de eeuw, ‘muteert’ in een nieuwe culturele constellatie. Die staat in het teken van het leggen van snelle verbanden, niet van afzondering, van verbreding in plaats van verdieping. ‘Surfen’ – let op de beeldspraak – op internet is de meest karakteristieke activiteit. ‘De barbaar denkt minder, maar hij denkt ongetwijfeld over veel uitgestrektere netwerken.’ Dankzij technologische vernieuwingen (internet voorop) eisen nieuwe groepen met hun eigen smaak en voorkeuren hun plaats op onder de zon, de traditionele experts hebben het nakijken.

Het originele van Baricco is dat hij de culturele omslag niet a priori ziet als een teloorgang, noch als een bevrijding, maar simpelweg als ‘mutatie’. Hij laat zien dat de ‘barbaar’ in vrijwel iedereen al lang aanwezig is.

Zijn eigen boek is – met zijn informele, zelfs joviale toon en imposante eruditie – een voorbeeld van de mutant die we eigenlijk allemaal al zijn, met één been in het verleden, het andere in de toekomst. Baricco kent de weg in de ontstaansgeschiedenis van de Negende van Beethoven, en in het ontstaan van Google. In zijn beeldspraak zijn we amfibische wezens, die rondlopen met een hoofd vol 19de-eeuwse, burgerlijke en Romantische ideeën over hoge cultuur, die tegelijk behendig meesurfen in een wereld waarin hele andere principes de boventoon voeren: die van de ‘spectaculariteit’, van betekenis die niet in de diepte is verstopt, maar „verspreid ligt aan de oppervlakte”: vloeibaar, snel en compact. Sommige mensen staan wat meer aan de ene kant dan aan de andere, maar mutanten zijn we allemaal, vaak zonder dat we het zelf beseffen.

Hier komt film om de hoek kijken. Stel dat een 19de-eeuwse lezer van Balzac in een tijdmachine zou kunnen stappen en een film zou kunnen zien. Film zou op die Balzac-lezer zonder twijfel een vulgaire indruk maken, schrijft Baricco: behaagziek en opgefokt, met al die foefjes en trucs om de kijker bij de les te houden; close ups, muziek, special effects. Naar de maatstaven van een andere tijd heeft de Balzac-lezer gelijk. ‘Naar de onze niet. Want in de bioscoop herkennen en vergeven we bij voorbaat een zekere spectaculaire essentie die noodzakelijk is voor het bestaan ervan. Bij Hollywoodfilms wachten we nog langer met het afmeten van het spectaculaire kenmerk, en de inschatting van hoezeer het schadelijk is voor de betekenis, voor de intelligentie, voor de diepgang.’ Instinctief accepteren we de Hollywoodfilm, inclusief al het spektakel, als ‘de mythologie van onze tijd’.

Film is een barbaars medium, filmfans zijn barbaren. Maar dat is vooralsnog geen reden voor enorme verontrustheid. Barbaren zijn we al heel lang.