Hulpverleners zijn niet goed genoeg

De overheid is niet in staat bedreigde kinderen te beschermen. Dat is strijdig met de wet. „Er moet een verplichting komen om mishandeling te melden.”

De jeugdzorg grijpt niet snel genoeg in bij vermoedens van kindermishandeling, leert niet van fouten en is niet professioneel. De Onderzoeksraad voor Veiligheid kwam gisteren met een hard rapport, met deze conclusies. De privacybescherming van ouders belemmerde de bescherming van de 29 onderzochte kinderen die door mishandeling overleden of gehandicapt raakten, zegt voorzitter Pieter van Vollenhoven.

Uw Onderzoeksraad onderzoekt (vlieg)rampen. Waarom nu kindermishandeling?

„Bij de Schipholbrand die wij onderzochten stierven elf mensen. Toen zei een hoogleraar: je moet ook eens kijken naar de veiligheid van kinderen, een grote maatschappelijke zorg. Wij wilden kijken of onze ervaring met veiligheid in andere sectoren van toepassing zou kunnen zijn.”

Was dat zo? Wat voegt u toe aan de vele bestaande rapporten?

„Veiligheid is niets anders dan afspraken maken over welke risico’s je wilt beheersen. Mensen moeten de risico’s kennen en in staat gesteld worden ze te beheersen. Ik heb het altijd bespottelijk gevonden dat de filosofie van het onafhankelijke onderzoek, ontstaan in de luchtvaart, niet in andere sectoren toe te passen zou zijn. Inspecties zijn toezichthouders die een beetje eigen vlees keuren. Bij onderzoek naar kindermishandeling lopen zij aan tegen zaken die zij zelf over het hoofd hebben gezien. Hun onderzoek is niet helemaal vergelijkbaar met onafhankelijk onderzoek. Wij houden ons bezig met de lessen die er te leren zijn.”

Wat is de belangrijkste?

„Ouders zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de veiligheid van kinderen. Maar sinds onze ondertekening van het Verdrag voor de Rechten van het Kind in 1995 is de overheid ook verantwoordelijk als ouders het laten afweten. De overheid maakt die verantwoordelijkheid niet waar.”

Hoe komt dat?

„De verantwoordelijkheid van de overheid begint bij een melding. Dan moet een professional namens de overheid een risico-inventarisatie maken. Dat gebeurt niet goed.”

Waarom niet?

„Terughoudendheid met bemoeizucht is er bij ons diep ingesleten. Dat hing als een wolk boven de kindveiligheid. Omdat hulpverleners niet in de privésituatie van een gezin treden en omdat hulpverleners vaak niet ingrijpen, hoeven ouders, maar ook leraren en artsen, geen informatie te geven. Daarom kan de overheid haar verantwoordelijkheid niet waarmaken.”

Kinderen stierven vaak terwijl er al een hulpverlener was ingeschakeld.

„Ja, omdat er geen goede risicoinschatting was. De overheid heeft een denkfout gemaakt over de bescherming van kinderen en is te terughoudend. Dat is strijdig met de wet. Medewerkers van jeugdzorg zijn niet toegerust om goed onderzoek te doen, maar als het mis loopt krijgen zij wel de zwartepiet.”

Uw onderzoek stopt in 2007. Sindsdien is er veel veranderd.

„In de organisaties is veel veranderd. Maar de risico-inschatting is niet verbeterd.”

Waren er dan minder kinderen gestorven?

„Ja. Als de kwaliteit van professionals ook beter was, dan had de overheid een groot aantal voorvallen met fatale afloop kunnen voorkomen.”

Hulpverleners zouden sneller moeten ingrijpen, maar het aantal uithuisplaatsingen is toch juist sterk gestegen?

„Ik weet de getallen niet, maar daar moet je niet van schrikken. Als je zegt dat je een kind zoveel mogelijk in een gezin moet laten, en je kan geen goede risicoanalyse maken, dan moet je niet verrast zijn als het mis gaat.”

Eerder uit huis plaatsen klinkt ferm, maar kan ook schade veroorzaken bij het kind.

„Ja, er kunnen vergissingen optreden, maar dat is afhankelijk van de kwaliteit van de werknemer. Die moet daarom verbeteren.”