Hockeyers coachen met behulp van iPad

De sport in Nederland kan nog beter geïnnoveerd worden met steun van het bedrijfsleven. Een nauwere samenwerking biedt grote economische kansen.

Een hockeystick voorzien van sensoren, evenals het kunstgrasveld waarop gespeeld wordt. De coach kan vervolgens op zijn iPad aflezen hoe iedereen loopt, welke speler aan pushkracht inlevert bij een stafcorner of wie er vermoeid raakt en in aanmerking komt voor een wissel. Zo gaat het er volgens Frans Nauta, lector innovatie aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, in de toekomst aan toe op het hockeyveld.

De gedachte is op zich niet revolutionair, omdat er op sportgebied in Nederland al veel nieuws is bedacht. Maar dat was vooral bedoeld om sporters bij de Olympische Spelen te ondersteunen. Er werden onder andere energiedrankjes ontwikkeld en koelvesten tegen de hitte gemaakt. Probleem is volgens Nauta, dat uitvindingen te fragmentarisch worden uitgevoerd. Er zou een betere afstemming moeten plaatshebben tussen de sport, wetenschap en het bedrijfsleven. Goed voor de plannen van Nederland om met het oog op een eventuele olympische kandidatuur voor 2028 de sport op olympisch niveau te brengen. En vooral goed voor de economie.

Nauta wil de krachten bundelen door een sportinnnovatiesysteem in te voeren. Die gedachte heeft hij met collega’s Martijn Gielen en Sybrand de Boer, in opdracht van het sportkenniscentrum InnoSportNl uitgewerkt in de nota Olympisch goud, economisch.

Nauta ziet bij sportinnovatie vooral kansen voor het bedrijfsleven. Volgens hem worden gezondheidsproblemen wereldwijd een miljardenmarkt. Hij wijst op opkomende economieën als China en India, waar een steeds grotere middenklasse ontstaat die steeds minder gaat bewegen. Het Nederlandse bedrijfsleven zou daar volgens hem op moeten inspelen.

Voor zijn onderzoek heeft Nauta de Nederlandse ontwikkelingen op sportgebied vergeleken met die van Finland, Australië en Engeland. De Finnen hebben een hoge sportparticipatie, veel vrijwilligers, goede accommodaties en doen veel aan onderzoek. Het lukt hen alleen niet de markt te bereiken. In Australië is het Australian Institute of Sports een kenniscentrum, maar heeft de consument weinig aan die informatie. In Engeland is het baanwielrennen in tien jaar sterk verbeterd, maar er is niet naar de markt gekeken.

Dat biedt kansen voor Nederland, vindt Nauta. En een sportinnovatiesysteem kan het middel zijn daarbij te helpen. „Er moet structureel aandacht worden besteed aan het ontwikkelen, toepassen en vermarkten van kennis op sportgebied”, staat in de nota geschreven. Een voorwaarde is volgens Nauta dat er clusters van onderzoeksinstituten met het bedrijfsleven ontstaan. Maar die plannen zijn kansloos zonder miljoeneninvesteringen. Nauta zou graag zien dat particuliere investeerder daarin het voortouw nemen. „Dan volgt de overheid vanzelf wel.”

Cees Oudshoorn, voorzitter van InnoSportNl en tevens directeur beleid van VNO-NCW, erkent dat het bedrijfsleven de mogelijkheden in de sport slecht benut. „Sport wordt nog vooral als een reclamezuil gezien. Als je de beste producten hebt, kun je die als broodjes over de wereldmarkt verspreiden. Maar het bedrijfsleven moet de mogelijkheden van sport nog leren begrijpen. Aan InnoSportNl de taak alle partijen bij elkaar te brengen.”