Het klimaat in Nederland is wel degelijk intoleranter geworden

De samenleving is sinds de jaren negentig verrechtst. De kosmopolitische elites slagen niet in het doorbreken van die defensieve mentaliteit, schrijft Bas van Stokkom.

Je zou zeggen, op basis van de toegenomen steun aan rechtse partijen, dat de samenleving is verrechtst. Toch valt de laatste tijd te horen dat het wel meevalt met de verrechtsing. Dat zegt ook Herman Vuijsje, in het artikel ‘Progressief Nederland is niet verloren’ (NRC Handelsblad 28 december). Nederlanders zouden nog altijd openstaan voor solidariteit. Van een omslag naar een rechts-conservatieve consensus is geen sprake.

Het stuk van Vuijsje bevat vele rake observaties. Toch overtuigt het niet. Het klimaat in Nederland is wel degelijk intoleranter geworden. Het geloof in de zegeningen van de markt – ondanks de economische crisis – is springlevend.

De verrechtsing van de samenleving is sinds de jaren negentig onmiskenbaar verder voortgeschreden. De behoefte aan een nationale identiteit is gegroeid. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau leert dat burgers veel meer eerbied hebben gekregen voor nationale symbolen als de vlag en het volkslied. Bij het streven naar internationale samenwerking mogen geen typisch Nederlandse levenswijzen verloren gaan, vinden ze. Ontwikkelingshulp en plannen voor een schoon milieu worden gewantrouwd. De Europese Unie mag het liefst geen euro kosten. Meer dan de helft van de bevolking vindt dat er „meer moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders moeten komen waar het volk vertrouwen in kan hebben”.

Burgers zijn grotere voorstanders geworden van zero tolerance en strenger straffen. Tweederde van de bevolking heeft afstand genomen van het streven om daders te rehabiliteren en gedragsveranderingen te bewerkstelligen. De afwijzing van de leefwijze van moslims is sinds de jaren negentig aanzienlijk vergroot. Het gevoel dat de westerse wereld en de moslimwereld onverenigbaar zijn, is wijdverbreid. Het morele klimaat is behoorlijk verkild. Nederland doet krampachtige pogingen om zijn verleden te laten herleven en keert zijn rug naar wereldproblemen. Ruimdenkendheid spreekt niet meer vanzelf.

Daarbij past de kanttekening dat we in de middenklassen een ambivalente ontwikkeling zien. Daar heeft zich een vermenging voorgedaan van conservatieve en progressieve standpunten. De ontvankelijkheid voor strenger straffen en islamvijandigheid is toegenomen. De tolerantie ten opzichte van onder meer homoseksualiteit, samenwonen voor het huwelijk en beledigende vormen van meningsuiting is onveranderd groot.

Hoe staat het met de solidariteit? Volgens Vuijsje hebben mensen na de economische crisis tijdelijk meer oog gekregen voor hun eigen portemonnee. De keuze voor Wilders is een vluchtheuvel, een kwestie van toeval. Een groot deel van zijn achterban voelt zich niet verwant met zijn rabiate anti-islampolitiek en had evengoed SP kunnen stemmen.

Ook die redeneringen overtuigen niet. Het populistische alternatief is – zoals in veel andere landen – een blijvertje. Burgers gaan gebukt onder gevoelens van angst en bedreiging. Velen zijn aanhoudend boos, wantrouwend en ontevreden, hoewel de overgrote meerderheid paradoxaal genoeg zegt in het privéleven gelukkig te zijn.

Het rechtse beleidspakket van meer markt en minder overheid laat zich evenmin gemakkelijk terzijde plaatsen. Over bonussen en misstanden in geprivatiseerde sectoren bestaat veel verontwaardiging, maar burgers hebben geen afscheid genomen van het neoliberale geloof in winstmotief, deregulering en minder overheidstoezicht. Staatsinterventies worden nog altijd gewantrouwd en het antioverheidssentiment klinkt feller dan ooit.

Heeft solidariteit afgedaan? Uit onderzoek van socioloog Romke van der Veen en zijn Rotterdamse collega’s blijkt dat de steun voor de sociale zekerheid nog hoog is, hoewel ook het beleid wordt onderschreven van versobering en de terugtredende overheid. Solidariteit, opgevat als betrokkenheid bij het lot van relatieve buitenstaanders, waaronder migranten, is op de terugtocht.

Hervormingsgezinde en conservatieve perioden hebben een cyclisch verloop, maar het is moeilijk te zeggen wanneer de defensieve sentimenten en het daaraan verwante welvaartschauvinisme zullen plaatsmaken voor open deuren. Een ruimdenkend klimaat heeft overigens veel minder te maken met welvaartsbehoud dan vaak wordt gedacht. Veel onderzoek wijst uit dat de bedreiging van culturele identiteit de belangrijkste factor is om de wens tot hogere straffen en het op afstand houden van migranten te verklaren. Mensen vrezen dat de normen die de eigen cultuur bijeenhouden, aan kracht verliezen. Het collectieve gevoel zegt dat ‘de anderen’ niet deugen en dat hun visies onwenselijk en gevaarlijk zijn.

Het is zeer de vraag of de – kosmopolitisch ingestelde – elites in staat zijn deze defensieve mentaliteiten te doorbreken. Het ontbreekt die elites aan visie en ambitie. Ze zijn sceptisch geworden en hebben de wil losgelaten om de bevolking uitzicht, richting en perspectief te bieden. Het vertellen van ‘grote verhalen’ over sociale vooruitgang wordt bezien met wantrouwen.

Pas wanneer elites de moed hebben om afstand te nemen van crisisretoriek en beschavingsidealen te formuleren, lijkt de tijd weer rijp voor de prudent progressieve geest. Ze zullen visies op een toekomst moeten verkopen waarin de Nederlandse identiteit op positieve wijze wordt vormgegeven en waarmee ook nieuwkomers zich kunnen identificeren.

Bas van Stokkom is socioloog en werkzaam aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn meest recente boek is Wat een hufter! Ergernis, lichtgeraaktheid en maatschappelijke verruwing.