Geniet van Will plus will!

Cover van het boek Will Grayson, Will Grayson van John Green en David Levithan

John Green & David Levithan: Will Grayson, Will Grayson. Vert. Aleid v. Eekelen. Lemniscaat, 278 blz. €16,95

Hoe groot is de kans dat je als 16-jarige iemand tegenkomt met precies dezelfde naam? En hoe groot is de kans dat je die in een pornoshop in Chicago ontmoet, omdat je naam op je valse legitimatiebewijs en pinpas niet overeenkomen en je dus door de eigenaar gesnapt wordt? Die kans is klein. Zelfs in een groot land als Amerika. En zeker als je – betrekkelijk ongewoon – Will Grayson heet.

Toch creëerden de geprezen jongerenauteurs John Green en David Levithan – de laatste is hier nog een onbekende – ieder hun eigen Will Grayson en durfden ze hun protagonisten op bovengenoemde onwaarschijnlijke wijze elkaar te laten treffen, onder het geloofwaardige motto: ‘je kunt moeilijk geloven dat het toeval is, maar nog moeilijker dat het iets anders is.’ Voordat de pornoshop in zicht komt en de hilarische ontmoeting plaats heeft die tot algehele spraakverwarring leidt, ben je al een heel eind op weg in Will Grayson, Will Grayson, zoals de voorspelbare titel luidt. Je weet dan al dat de overeenkomsten tussen de ‘Wills’, die beurtelings over hun alledaagse wederwaardigheden vertellen, gelukkig niet verder gaan dan hun naam en hun keus de wereld op veilige afstand te houden. Will Grayson in hoofdletters is een karakteristiek Green-personage: een verbaal begaafde slimmerik die beschikt over een gezonde dosis zelfspot, die bij voorkeur op ongrijpbare meisjes valt en leeft volgens twee, uiteindelijk onhoudbare principes: ‘afstand houden’ en ‘zwijgen’.

Levithans will grayson in kleine letters heeft daarentegen geen enkele richtlijn. Voor hem is leven synoniem met tijd doden. Hij overleeft dankzij antidepressiva en zijn vermeende grote internet-liefde Isaac.

Ondanks de voor Green nieuwe vertelvorm is de plot van Will Grayson, Will Grayson minder vernuftig en de sfeer minder onheilspellend suggestief dan in Greens eerdere young-adult -romans. Dit keer een eigentijds, toegankelijk highschool-verhaal dat vragen opwerpt als of het mogelijk is jezelf en de ander te doorgronden en wat het verschil is tussen ‘zijn en niet-zijn’. De thematiek en de spitsvondige, licht filosofische dialogen en intelligente rake observaties maken Will Grayson, Will Grayson zeer genietbaar.

Tegen de verwachting in worden ze overigens geen vrienden. Toch raken hun levens onlosmakelijk met elkaar verbonden dankzij Will Graysons enige en beste vriend Tiny Cooper die ‘lacht alsof het leven hem kietelt’, die ‘gigantisch en gay is’, vrij en blij en die volkomen vanzelfsprekend zijn eigen gang gaat in een door hemzelf gecreëerde ‘muzikale tekenfilmwereld’. Hij is onuitstaanbaar, onstuitbaar, ‘over the top’, maar fenomenaal. Hij is de bindende factor en en dwingt Will en will tot het inzicht dat ‘liefde en waarheid niet alleen met elkaar verbonden zijn, maar elkaar ook mogelijk maken’, daarbij geholpen door Schrödingers kat, door het toeval en door die ene pornoshop.