Excentriek genie lapt de film op

Voor The Green Hornet werd een buitenstaander uit het arthousecircuit ingehuurd.

Dat gebeurt vaker, om projecten met een moeizame geschiedenis te doen opleven.

‘Tentpoles’ zijn van levensbelang voor een Hollywoodstudio. Seriefilms waarin men bijna gedachteloos honderden miljoenen dollars kan steken in de wetenschap dat hij het veelvoudige opbrengt. Zulke ‘tentpalen’ scheppen financiële ruimte voor riskantere projecten.

Elke studio zoekt continu naar nieuwe tentpalen in de trant van Batman, Harry Potter of Pirates of the Caribbean. En er is geen gebrek aan genreveteranen om zulke filmseries op gang te brengen. Toch worden verrassend vaak riskante buitenstaanders uit het arthousecircuit of reclame ingehuurd.

Zo gaat deze week Michel Gondry, het Franse wonderkind van het bizarre Eternal Sunshine of the Spotless Mind, in roulatie met de superheldenkomedie The Green Hornet.

In mei komt Shakespearefilmer Kenneth Branagh met Thor, over de langharige Noorse stripgod met strijdhamer. Disney, de conservatiefste aller studio’s, besteedde zijn poging om de oude cultfilm Tron nieuw leven in te blazen uit aan jonge debutant Joseph Kosinski, maker van stijlvol koele reclamefilmpjes.

Waarom nemen de studio’s het risico? Omdat een film net dat beetje extra moet hebben voor seriepotentieel. Het heruitvinden van een stoffig filmconcept of oude superheld vereist creativiteit. Daarvoor zorgt het onervaren of excentrieke genie; de studio houdt hem met een ervaren producer in toom.

De logica stamt uit 1989, toen de duistere, gotische esthetiek van de nog vrij onbekende Tim Burton Batman, toen een schertsfiguur uit een campy televisieserie, opnieuw lanceerde als grimmige wreker. Met succes: investering 35 miljoen dollar, opbrengst 411 miljoen dollar en als bonus nog vier Batman-tentpalen. Toen de serie ontaardde in incoherente meligheid werd in 2005 opnieuw een arthouseregisseur ingehuurd, Christopher Nolan, om The Dark Knight een grimmige facelift te geven. Zoiets werkt niet altijd: zo kwam Ang Lee in 2003 in zijn film over het groene strip- en tv-monster Hulk met een ongericht Oedipaal drama waarin vader en zoon in soort oersoep versmelten. Maar zelfs die relatieve flop stond een vervolg niet in de weg.

Het lijkt helder wat outsiders toevoegen aan drie films die in 2011 die naar ‘tentpaalstatus’ streven. Het gaat om projecten met een moeizame geschiedenis die decennia lang tussen scenaristen, filmmakers en studio’s kaatsten.

Neem Tron: Legacy, het vervolg op een Disneyfilm uit 1982 die zich afspeelt in een videogamewereld. Indertijd geen succes, maar door zijn unieke neonstijl een culthit. Dus moet het vervolg anno 2011 ook visueel baanbrekend zijn. Daarvoor staat reclamestilist Joseph Kosinski borg, die de handicap van een warrig en gekunsteld script overigens niet overwint.

Het inzetten van Kenneth Branagh voor Thor is al even logisch. Een blonde spierbundel met gevleugelde helm, rode mantel en magische strijdhamer wordt al snel ridicuul, zeker als hij dingen roept als „Thou didst summon the son of Odin – immortals of great Asgard!” Branagh, die blijkens de filmtrailer Wagneriaanse grandeur van goud, graniet en glimmende kurassen hanteert, lijkt precies de man om dit soort pseudo-Shakespeariaanse bombast serieus te brengen. Het gaat tenslotte om familiegekonkel, met Wodan die zijn godenzoon uit Asgaard bant. „Dit is puur Shakespeare: gewone problemen tussen mensen met heel veel macht”, zegt Branagh in filmblad Empire.

The Green Hornet is, net als Thor, al heel lang in ontwikkeling: regisseur Michel Gondry zelf leurde ooit vergeefs met een ander script over de gemaskerde held en zijn Aziatische sidekick Cato. Dat duo kun je moeilijk serieus nemen, zeker nadat The Pink Panther ze vanaf 1963 meermalen persifleerde. Gondry, wiens werk even bizar als lichtvoetig is en die werkte met komieken Jim Carrey en Jack Black, is dan niet zo’n vreemde keus voor een superheldenkomedie.

Al is bescheidenheid op zijn plaats: de studio’s gokken niet met honderden miljoenen. Gondry erkent in een interview dat hij bij The Green Hornet „veel instincten moest onderdrukken”. „Ik kon lang niet alle rare dingen uitvoeren die ik bedacht”. Maar werken met studiobazen ervoer hij als verfrissend: als iets ze niet bevalt, zeggen ze dat „zonder beleefd te zijn of zo”. En tsja, dan pas je het aan.