Een kleinburger wordt wild

Ernst Timmer: De Noordzee opening. Prometheus, 302 blz. €19,95

Sinds zijn debuut Het waterrad van Ribe (1990) publiceert Ernst Timmer met tussenpozen van enkele jaren een roman waarin een aantal personages steeds terugkeert. Zij kennen elkaar van het roomse seminarie in Noordwijkerhout. In de jaren zeventig van de vorige eeuw veranderde dit in een gemengde middelbare school. Henriëtte van Kampen, de vrouwelijke hoofdpersoon in De Noordzee opening, haalt er in 1974 haar eindexamen.

Op het examenfeestje figureren twee jongens, Johan Helwig en Joost Beekman, aangeduid als ‘een schaker en een vogelaar’ die we ook kennen uit De stille omgang, Timmers tweede roman uit 1998. Daarin zit de maniakale schaker Johan al negen jaar in een psychiatrische inrichting, waar hij zelfmoord pleegt.

In De Noordzee opening keren niet alleen bekende personages terug, ook de thematiek en structuur van deze vierde roman van Timmer hangen samen met de eerdere romans. Dit oeuvre neemt de vorm aan van een cyclus in de trant van A.F.Th. van der Heijdens eveneens in de jaren zeventig spelende De tandeloze tijd. De delen verschijnen niet in chronologische volgorde en zijn zelfstandig te lezen. Net als bij Van der Heijden is het verbindende thema de ideologische verwarring van de jaren zeventig: wat te doen met je leven na het wegvallen van religie en idealen? Af en toe heeft het er de schijn van dat Timmer direct commentaar levert op De tandeloze tijd. Nadat Henriëtte op 30 april 1980 tijdens de slag om de Blauwbrug, ‘de kroningsrellen’ in Amsterdam, haar bekomst heeft gekregen van haar leven als beroepsrevolutionair, vindt ze haar oude schoolvriend Sam terug als brugwachter. Hij heeft gekozen voor wat hij een ‘verticaal leven’ noemt, in tegenstelling tot het pleidooi in De tandeloze tijd voor ‘leven in de breedte’.

De Noordzee opening speelt zich af tussen 1974 en 2005 en laat zien hoe uiteenlopende personages in uiteenlopende situaties hun als leeg ervaren levens zin proberen te geven. Voor de manlijke hoofdpersoon in De Noordzee opening, Gareth Maguire, is dat niet zo moeilijk. De bevrijding van Noord- Ierland is zijn levensdoel. Als katholieke jongen in Ulster komt hij na Bloody Sunday bij de IRA terecht. Na een terreuraanslag zit hij achttien jaar gevangen om vervolgens met een miljoen Britse pond als schadevergoeding te worden vrijgelaten. Nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat hij onschuldig werd veroordeeld.

De geschiedenis van Gareth Maguire is losjes gebaseerd op dat van bestaande ex-IRA-gevangenen zoals de Guildford Four en de Maguire Seven. Timmer gebruikt de gelouterde Gareth als tegenpool van de wild geworden kleinburger Henriëtte. Terwijl Gareth in 1974 de gevangenis indraait, beleeft Henriëtte tijdens een jongerenkamp in Engeland een gepassioneerde relatie met IRA-strijder Seamus. Haar verdere leven zal bestaan uit een vergeefse zoektocht naar deze terrorist, die voor haar de ware liefde vertegenwoordigt.

Terwijl Henriëtte zich in Nederland aansluit bij de ‘Rode Jongeren’, verbreedt Gareth in de gevangenis zijn horizon met klassieke literatuur. Henriëtte ontwikkelt zich tot een polderversie van Ulrike Meinhof, belandt in Jemen in een Palestijns opleidingskamp, vervolgens in een Israëlische gevangenis en een Nederlandse TBR-kliniek. Veel te laat krijgt ze er spijt van dat ze met haar leven een verkeerde weg is ingeslagen.

De Noordzee opening, zoals al Timmers romans in deze cyclus gemodelleerd naar een bordspel, in dit geval schaken, begint veelbelovend met de memoires van Maguire. De eerste zin verwijst naar Melvilles Moby-Dick: ‘Noem mij Barrabas’. Maguire heeft geen spijt van zijn keuzes. ‘Onze misdaden waren heldendaden geweest als we de oorlog hadden gewonnen.’ Met zijn memoires van een loser wil hij de geschiedschrijving nuanceren.

Tijdens het werk aan zijn memoires stuit Maguire op de brieven die Henriëtte hem in het kader van een Amnesty International-campagne in de gevangenis stuurde. Zij schreef hem vooral om haar grote Ierse liefde Seamus op te sporen, die aan het eind van De Noordzee opening wordt gevonden, terwijl zij oplost in het niets. Van Timmers Noordwijkse middelbare scholieren die in de jaren zeventig hun levens vorm probeerden te geven, is er weer één kopje-onder gegaan zonder dat we haar echt hebben leren kennen. Dat is de zwakke kant van deze romans. Timmers personages blijven pionnen in een bedacht spel. Anders dan voor de ex-Ira-leden Garreth en Seamus is voor Henriëtte en haar jeugdvrienden de inzet onduidelijk. Hun levens zijn doelloos, wat leidt tot krankzinnigheid. De sterk geschreven bespiegelingen van Maguire en de ingenieuze plot moeten de zwakte van de Noordwijkse karakters compenseren, met een wisselvallige kwaliteit als gevolg.