Dichten met een Duvel

Klaarlichte nacht. Theatergroep Flint. Gezien 13/1, Roode Bioscoop, A’dam. Daar t/m 1 feb, tournee. Inl: theatergroepflint.nl ****

De werkdag van de Belgische dichter Herman de Coninck (1944-1997) begon om elf uur ’s avonds. Hij dichtte gedurende de nacht, met een glas whisky of een Duvel bij de hand. Niet meer dan zeven eenheden, was zijn streven, dan zou hij geen kater krijgen. Daarna luisterde hij naar muziek: Beethoven, Schubert, Chopin.

Het is die nachtelijke sfeer, zo desolaat en intiem tegelijk, die theatergroep Flint knap heeft weten te vangen in de voorstelling Klaarlichte Nacht. Felix Strategier is De Coninck, die nu eens in een stoel zit en nadenkt, dan weer staand zijn gedichten voorleest of -zingt.

Alle tekst komt letterlijk uit de gedichten van De Coninck. Omdat hij vaak over zichzelf en zijn omgeving dichtte, geeft dat een indruk van zijn leven. Daarbij is muziek gecomponeerd voor piano en cello: de gedichten zijn ‘vertaald’ in muziek.

Die combinatie werkt bijvoorbeeld mooi bij een gedicht over de vader van De Coninck, die toen de dichter nog jong was, in de gevangenis zat. Hij dicht: ‘Andere jongens gaan met hun vader vissen./Ik heb een vader die ziek is van mij te moeten missen.’ De cello van Ernst Reijseger klinkt onthutst, een beetje vals zelfs.

Even later klinkt de cello dan weer als sneeuw, een geliefd thema van De Coninck, en hij heeft zelfs even de slappe lach. Want er is ook veel lol in de poëzie van De Coninck. En in de voorstelling.