'Deze koe heeft mij met eigen ogen gezien'

De Britse kunstenaar Roger Hiorns maakt installaties met ongebruikelijke materialen als badschuim, straalmotoren en koeienhersenen. Het leverde hem in 2009 een nominatie op voor de belangrijke Britse Turner Prize. In Amsterdam is nu werk van hem te zien.

‘Hé grappig, je hebt ze allemaal precies op hun kop gehangen.” Met een grote grijns kijkt kunstenaar Roger Hiorns naar zeven beige vierkante schilderijtjes aan de wand van de Annet Gelink Gallery in Amsterdam. „Maar het is volkomen acceptabel hoor”, haast hij zich te zeggen tegen de geschrokken galerieassistent. „Ik had van tevoren al bedacht: hoe ze ook aan de muur terechtkomen, dat is de wijze waarop ik ze laat hangen.”

De Britse kunstenaar Roger Hiorns (Birmingham, 1975) heeft niet veel op met esthetiek. Hij maakt sculpturen en installaties die op een haast toevallige manier tot stand komen, of beter: die zichzelf creëren. In de galerie hangen keramische objecten, ze lijken nog het meest op totempalen van gestapelde bloempotten, die slierten badschuim uitstoten. De bubbels maken hun eigen vormen, ze groeien aan tot enorme uitstulpingen, worden topzwaar en tuimelen op de grond. Waarna het proces van voren af aan begint.

„Bij geen van mijn werken kan ik me een voorstelling maken van het eindresultaat”, vertelt Hiorns, die met zijn grote zwarte bril en zijn in strakke jeans gestoken spillebenen iets wegheeft van een stripfiguur. „De uitkomst is altijd totaal onvoorspelbaar en volkomen uniek. In principe heeft het kunstwerk mij niet nodig, het mag zich gedragen zoals het zelf wil. Als kunstenaar zet ik een stap terug, ik distantieer mijzelf van het object. Die kloof tussen mijzelf en het kunstwerk kan mij niet groot genoeg zijn. Want alleen zo kan ik op een objectieve manier naar mijn eigen werk kijken.”

Voor zijn bekendste werk Seizure pompte hij in 2008 een leegstaande flat in een Londense achterstandsbuurt vol met tachtigduizend liter kopersulfaatoplossing en liet vervolgens de natuur drie weken lang haar werk doen – met een verbluffend resultaat. Door een chemische reactie was het interieur van de flat bedekt met fonkelende blauwe kristalformaties. Hiorns: „Toen ik er als eerste persoon binnenstapte met een zaklantaarn, was het alsof ik in een sprookjesgrot terecht was gekomen. Een grot die ik zelf had gemaakt, met kristallen zo scherp als scheermessen, middenin Londen.”

Seizure werd een publiekshit en leverde Hiorns in 2009 een nominatie op voor de Turner Prize – die tot veler verrassing door Richard Wright werd gewonnen. Maar ook bij dit fabelachtige kunstwerk was esthetiek niet Horns voornaamste doel. „Mensen zeggen vaak, en zeker bij Seizure, dat mijn werk hun een mooie ervaring heeft gegeven. Mijn antwoord is dan dat schoonheid slechts een bijproduct is van het proces. ”

Het werk dat nu centraal staat op Hiorns tentoonstelling bij Annet Gelink, Untitled (2008), roept vooral associaties op met de dood. Uitgespreid op de vloer ligt een fraai maar asgrauw landschap – een woestijn van glooiende hoopjes grijs poeder. En ook bij dit kunstwerk, dat Hiorns eerder toonde op de tentoonstelling van de Turner Prize in Tate Britain, haast de kunstenaar zich te vertellen dat de installatie niet meer dan veertig minuten kostte. Als een hedendaagse Jackson Pollock heeft hij de vaten met poeder door de ruimte gesmeten, zonder na te denken over compositie, symmetrie of kleur. Het idee achter dit kunstwerk, zegt Hiorns, is nu juist dat het vormeloos is. ‘Afmetingen variabel’, heet dat in het kunstjargon. Het is een beeld dat je kunt uitstrooien over de grond, of verpakken in vaten en de wereld rondsturen.

De betekenis van het werk zit hem vooral in het materiaalgebruik. ‘Atomised passenger aircraft engine’, meldt de prijslijst bij Untitled (2008). De stofdeeltjes op de grond vormden ooit de straalmotor van een passagiersvliegtuig. Via een atomiseerproces werden de motoronderdelen verpulverd tot de kleinst mogelijke deeltjes. Het woestijnlandschap blijkt dus niets minder dan een vliegtuigkerkhof te zijn. „Gek genoeg”, zegt Hiorns, „heeft deze galerieruimte ongeveer de maten van de oorspronkelijke motor. Alsof je de stop uit de vorm getrokken hebt en alle moleculen eruit gestroomd zijn.”

Hij haat vliegen, vertelt Hiorns. „Ik probeer mijn trans-Atlantische vluchten te beperken tot twee per jaar. Voor mijn gemoedsrust, maar ook uit milieuoverwegingen, neem ik binnen Europa altijd de trein. Wat mij fascineert is het materiaal waarmee je vliegt. Zo’n vliegtuigmotor functioneert constant op de toppen van zijn kunnen, is altijd in overdrive. Hij balanceert op de grens van wat mogelijk is: de grens tussen functioneren en ineenstorten. Je moet erin geloven, erop vertrouwen dat zo’n ding zal werken.

„Voor mij staan vliegtuigmotoren symbool voor waar wij als mens toe in staat zijn. Het zijn vergaarvaten van kennis, er zit decennia aan onderzoek in verborgen. Met dit werk wil ik iets zeggen over de tijd waarin we nu leven. Het gaat over technologie, over transport, over olie. In zekere zin kun je die motoren zien als iconen van het kapitalisme. Ik denk dat we nu zijn aanbeland aan het einde van de glorieuze periode die begon in de jaren zestig, toen auto’s nog opzichtig waren en benzine slurpten. Nu worden auto’s juist kleiner en zuiniger. Uiteindelijk zullen ook vliegtuigmotoren als deze in onbruik raken.”

Is een vliegtuigmotor al een bizar materiaal voor een kunstenaar, nog veel vreemder is de verfsoort waarmee de zeven beige schilderijtjes blijken geschilderd, die in de naastliggende ruimte nog altijd op hun kop hangen. ‘Gesso board, brain matter, 40 × 40 cm.’, zo luidt het bijschrift van de paneeltjes uit 2011. „Hersensubstantie van een kalf”, licht Hiorns toe. „Ik geef toe, het zijn best heftige kunstwerken. Maar deze materialen bestaan nu eenmaal in deze wereld. Nog niet zo heel lang geleden voerden we koeien hun eigen hersenen, met alle gevolgen van dien. Ik maak deel uit van een generatie Britten die zich heel bewust moest zijn van wat ze at. De angst om je mentale gezondheid te verliezen was reëel. Je zag ze dagelijks op tv, die gekke koeien, alsof je naar een horrorfilm zat te kijken.

„Het mooie is dat de kalveren die ik heb gebruikt, mij ook daadwerkelijk hebben gezien. Ik kende de boer en hij vond mij niet helemaal gestoord, dus mocht ik met zijn koeien praten. Dat betekent dat ik ergens in hun hersenen ben opgeslagen. Op moleculair niveau passen herinneringen de fysieke structuur van hersenen aan. Dus je zou kunnen zeggen: ik zit daarin, in die schilderijen.”

Een geëngageerd kunstenaar wil Hiorns zichzelf niet noemen. „Ik maak geen politieke kunst met een hoofdletter P. Mijn werk moet over meer gaan dan alleen een actuele aanleiding. Want als het goed is, bestaan mijn kunstwerken nog voort wanneer ik er zelf niet meer ben. Ze moeten op eigen benen kunnen staan. Met een beetje geluk zijn deze werken nog maar aan het begin van hun leven en blijven ze bestaan tot onze beschaving instort. Dat vind ik ook het mooie aan kunst: dat er musea zijn die op jouw werk blijven passen als jij allang dood bent. Dat heeft iets sciencefiction-achtigs.”

Roger Hiorns. T/m 12 febr. in Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 187-189, Amsterdam. Inl: www.annetgelink.com