Deelgemeenten? Het zijn allemaal steden

Het kabinet wil de deelgemeenten afschaffen. In Feijenoord (Rotterdam) bewijst de bestuurslaag juist zijn meerwaarde, stelt voorzitter Yeyden.

Samen met zijn voorlichter heet hij de bewoners bij binnenkomst één voor één welkom. Ze krijgen een hand en voor vrijwel iedereen heeft deelgemeentevoorzitter Seyit Yeyden (PvdA) een persoonlijk woord in petto. De meesten kent hij bij naam. „Wat leuk om u weer te zien! Thuis ook alles goed?” Even verderop staat de koffie klaar, gebaart Yeyden.

Het is maandagavond, en in het stadskantoor van de deelgemeente Feijenoord (73.052 inwoners, 66 procent migranten) in Rotterdam-Zuid staat de derde bijeenkomst over de veiligheid op en rond het Oleanderplein op de agenda. Op dit plein schoot een Antilliaanse man eind augustus een Turkse vader en diens zoon neer. Aanleiding: opmerkingen van de vader omdat een van de Antillianen tegen zijn woning had geürineerd. „Alarmfase één, want de hele buurt was in rep en roer”, herinnert Yeyden zich.

Het kabinet heeft zich voorgenomen de veertien deelgemeenten in Rotterdam en de zeven stadsdeelraden in Amsterdam binnen drie jaar af te schaffen, om de „bestuurlijke drukte” in Nederland tegen te gaan. Yeyden (47) verzet zich daartegen. „En niet zozeer omdat mijn baan op de tocht staat.” Volgens hem illustreren de schietpartij op het Oleanderplein en het daaropvolgende veiligheidsoffensief in de multiculturele wijk Bloemhof het nut van de lokale bestuurslaag. „Ik wil mezelf vooral niet op de borst slaan, maar vanuit het stadhuis aan de Coolsingel was het nooit gelukt om de rust zo snel te herstellen, zoals wij dat hier voor elkaar hebben gekregen.”

Yeyden was die bewuste woensdagavond vrijwel onmiddellijk ter plekke. Een dag later organiseerde hij een drukbezochte bewonersavond. „De emoties liepen zo hoog op dat we haast hadden.” In allerijl trommelden Yeyden en drie medebestuurders alle belangrijke contactpersonen uit de wijk op. „Als je zo dicht op ‘de straat’ zit, dan weet je exact wie je moet hebben en welke maatschappelijke organisatie je vooral niet mag vergeten.” Bewoners uitten hun grieven, Yeyden beloofde werk te maken van hun klachten. In oktober, tijdens een tweede bewonersavond, zouden ze hem mogen aanspreken op de vorderingen.

Nu, vijf maanden na de geruchtmakende schietpartij, blijken de bewoners tevreden. Ze worden gehoord en – dat vooral – ze worden serieus genomen. De genomen maatregelen, variërend van extra cameratoezicht tot nieuwe verkeersdrempels, juichen zij dan ook toe. Ook de vuilnis wordt weer op tijd opgehaald in Bloemhof, constateert een van de aanwezigen. Een enkeling klaagt nog over parkeerproblemen. Yeyden oogt tevreden. Naast hem zitten de wijkregisseur, een politiechef, het hoofd van de dienst Stadstoezicht en een topambtenaar met vergaande bevoegdheden, stadsmarinier Jur Verbeek.

De laatste werd afgelopen zomer aangesteld, nog vóór het schietincident, en beschikt over een eigen kantoortje op het Oleanderplein, dat hij zelf gekscherend „de kazerne” noemt. Verbeek zegt „haarscherp in beeld’’ te hebben wie de overlast gevende jongeren nu nog zijn. „Een relatief klein maar hardnekkig clubje rotjochies.” Hij spreekt ze vrijwel dagelijks aan op hun gedrag en belt geregeld aan bij hun ouders. „Om ze weer op school te krijgen of aan een baan te helpen, zodat ze u niet meer tot last zijn.” Ook het preventief fouilleren en het samenscholingsverbod hebben succes gehad, stelt Verbeek.

Behalve op straat is ook in de lokale politiek de rust weergekeerd in deze van oudsher roerige deelgemeente op de zuidoever. Ook die eer komt Yeyden toe, zeggen betrokkenen. Hij voldoet daarmee aan de opdracht die hij afgelopen voorjaar meekreeg, toen hij vanuit Helmond, waar hij wethouder was, naar Rotterdam kwam. Zijn Turkse achtergrond helpt hem, maar is niet doorslaggevend, zegt hij. „Het gaat om luisteren, en dat is voor mij meer dan wachten totdat de ander is uitgepraat.”

Maar praten en luisteren kunnen ambtenaren ook. Waarom zou Rotterdam vast moeten houden aan het politieke minibestel, waar deelgemeenten eigen beleid kunnen uitstippelen? Yeyden: „Bewoners kiezen geen ambtenaren, bewoners kiezen deelraadspolitici. Deelgemeenten hebben dus legitimiteit.” Net als Yeyden verzet ook wethouder Jantine Kriens (bestuur en organisatie, PvdA) zich tegen de opheffing, die het kabinet bepleit. „Van bestuurlijke vernieuwing is geen sprake. Een gemeente moet gebiedsgericht werken. Dat hebben we in Rotterdam juist goed geregeld.”

Rotterdams grootste oppositiepartij Leefbaar Rotterdam daarentegen ijvert al jaren voor opheffing van de ‘partners aan de frontlijn’. Deelgemeenten staan volgens raadslid Robert Simons de slagvaardigheid in de weg, kosten de burger (te) veel geld en zijn verworden tot „eigen koninkrijkjes die eindeloos praten over zaken waar ze niet over gaan”. Simons schreef drie jaar geleden een initiatiefvoorstel, waarin hij pleitte voor ‘wijkgerichte servicepunten’ onder leiding van een directeur die rechtstreeks verantwoording aflegt aan de wethouder en de gemeenteraad. Het voorstel haalde het niet.

Dat is maar goed ook, vindt Yeyden. Hij wijst op de omvang. Het sociaal zwakke Feijenoord is op Prins Alexander na de grootste deelgemeente van Rotterdam. „Dit is een middelgrote stad, maar dan wel eentje met 130 tot 140 nationaliteiten en veel achterstanden. Zo’n gebied kan je niet anoniem vanuit het stadhuis aansturen. Daarmee doe je de bewoners geen recht en vergroot je bovendien de afstand tot de politiek.” En de kosten? Yeyden: „Democratie kost geld. Als je een deelgemeente als Feijenoord aan z’n lot overlaat, ben je uiteindelijk nog meer kwijt.”