De minister: ik was niet zichtbaar

De hele Kamer is kritisch over de crisiscommunicatie door de overheid. Maar de oppositie heeft ook zorgen over de risico’s voor de volksgezondheid.

Het busje. Telkens weer ging het over dat busje waarmee de VVD-ministers Edith Schippers (Volksgezondheid) en Ivo Opstelten (Veiligheid) afgelopen maandag op bezoek gingen in het rampgebied in Moerdijk. Bewoners kregen de eerste dagen te horen dat de grote brand bij Chemie-Pack geen gevaar voor de volksgezondheid vormde. Desondanks stapten Schippers en Opstelten tijdens hun rondrit op het industrieterrein niet uit.

Argwaan was gewekt. Waarom bleven de bewindslieden binnen? Ook de Kamerleden snapten er gisteren tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer niets van.

„Een dubbele boodschap”, zei Kamerlid Esmé Wiegman van de ChristenUnie.

„Knullig”, oordeelde Attje Kuiken (PvdA).

PVV’er Richard de Mos: „Die actie heeft weinig vertrouwen gewekt bij de bevolking.”

Zelf was hij er ook niet blij van geworden, zei minister Opstelten. „U moest eens weten hoeveel mailtjes ik heb gekregen van mijn medewerkers. En ik was het met hen eens. Dat gebeurt niet altijd.”

Het was ook allemaal niet zo bedoeld, legde Opstelten uit. Schippers en hij wilde vooral de hulpverleners niet voor de voeten lopen. „Maar het effect was niet goed.” De brand was vorige week woensdag, afgelopen maandag kwam Opstelten pas voor het eerst in de media. „Ik ben ontevreden over mijn zichtbaarheid.”

Het busje. Het stond gisteren symbool voor de mislukte communicatie van de overheid over en na de ramp. Alle partijen waren daar kritisch over. Veel ging mis. De website crisis.nl, bedoeld voor calamiteiten, bleek lange tijd onbereikbaar („een schande”, aldus Opstelten). Problemen met het alarmnummer en de regionale rampenzenders. Sirenes gingen niet overal af. Informatie was tegenstrijdig. Geruststellende woorden overheersten terwijl tegelijkertijd werd gesteld dat kinderen niet meer in de zandbak mochten spelen en de spruiten niet meer mochten worden geoogst. Nieuwe media als Twitter werden te laat ingezet. „De overheidscommunicatie bestond uit niet horen, niet zien, en sussende woorden spreken” zei GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren.

Opstelten gaf de Kamer bij herhaling gelijk. Er zijn zaken niet goed gegaan, constateerde hij, en dat gaat ten koste van het gezag van de overheid. Hij vindt dat „de onderste steen boven moet komen”. De Inspectie Openbare Orde komt voor de zomer met een rapport over de brand, onder meer over de crisiscommunicatie. De onafhankelijke Onderzoeksraad voor de Veiligheid van Pieter van Vollenhoven doet een eigen onderzoek. Het OM is bezig met strafrechtelijk onderzoek.

De Kamer vroeg ook aandacht voor de onzekerheid onder agrariërs rondom Moerdijk. Ook zij klagen over onduidelijkheid. Wat moeten ze doen met hun boerenkool, vroeg Anne Mulder (VVD) zich af: „Moet dat in de biobak, of is het klein chemisch afval?”

De kritiek op de communicatie overheerste het debat gisteren, al had de oppositie ook zorgen over hoe wordt omgegaan met de gezondheidsrisico’s. Nu moeten burgers zelf met klachten naar de dokter of de GGD en vult de dokter een vragenlijst in, die later voor onderzoek naar de effecten van de brand wordt gebruikt.

Te mager, concludeerde de oppositie. SP en ChristenUnie willen een groot gezondheidsonderzoek onder alle bewoners, hulpverleners en werknemers. Schippers zegt, in navolging van het RIVM, dat zo’n onderzoek niet zinvol is. Mocht later blijken dat dat anders ligt, wil Schippers alsnog een groot onderzoek „heroverwegen”.

Uiteindelijk gaat het erom, zei Opstelten, dat er „totale transparantie” moet komen. Geen bewindslieden meer die in een busje blijven zitten dus. „Ik zal proberen het goed te maken.”