De beladen uitkoop van de Joodse kolonist

De Palestijn Bashar al-Masri wil een Joodse nederzetting kopen – een unicum in het slepende Israëlisch-Palestijnse conflict. „Het gaat niet om politiek”, bezweert Al-Masri, „ik redeneer vanuit een economisch belang.”

De Palestijnse zakenman Bashar al-Masri wil een flatcomplex in aanbouw kopen in de Joodse nederzetting Nof Zion in de Palestijnse wijk Jabel Mukaber in Oost-Jeruzalem. Foto Reuters An apartment block in the Jewish settlement of Nof Zion is seen in this general view from the West Bank village of Jabel Mukaber, near Jerusalem January 12, 2011. An attempt by Palestinian-American businessman Bashar Masri to take control of an Israeli company developing the Jewish settlement in East Jerusalem was shot down on Wednesday when bondholders rejected his buyout offer. Masri had planned to develop the Nof Zion settlement to help meet the housing demands of Palestinians in East Jerusalem, who find it very difficult to obtain building permits from Israel's Jerusalem municipality. REUTERS/Ammar Awad (WEST BANK - Tags: BUSINESS POLITICS) REUTERS

De bui maakt langzaam plaats voor de zon, en in de verte begint de gouden Rotskoepel op de Tempelberg weer te schitteren in het zonlicht. Vanaf de top van de heuvel zijn alle kenmerkende plaatsen in Jeruzalem te zien: de Olijfberg, de Hebreeuwse Universiteit, het King David Hotel en de historische Oude Stad.

Op vastgoedwebsites, gericht op religieus-joodse, Amerikaanse kopers, heet de wijk ‘The Dream’. Het is de plek die getuige was van „veldslagen, groei, koninkrijken en welvaart”, gecombineerd met „dat unieke Jeruzalem-karakter”, een synagoge, een winkelcentrum, een hotel en een sportschool.

Dit is de Joodse nederzetting Nof Zion, in 2007 gesticht op een heuvel in bezet Oost-Jeruzalem. Loop de heuvel van Nof Zion af en je belandt in de arme Palestijnse wijk Jabel Mukaber. Het gebied werd in 1967 veroverd op Jordanië, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Sindsdien zijn in Oost-Jeruzalem enkele tientallen nederzettingen gebouwd, waar ongeveer 200.000 Joodse kolonisten wonen. Dat aantal groeit hard.

Maar Nof Zion is een uitzondering. Hoe schitterend de website en het uitzicht er op het eerste gezicht ook uitzien, de schijn bedriegt. Van de 400 geplande appartementen zijn circa 200 nog niet gebouwd. Het winkelcentrum is er nog steeds niet, de sportschool evenmin. De appartementen die wel zijn opgeleverd, worden lang niet allemaal bewoond. De investeringsmaatschappij Digal, die het project uitvoert, ging enkele maanden geleden failliet.

Digal ging, achtervolgd door schuldeisers, op zoek naar een overname. De verlossing kwam een paar maanden geleden van de bekende Israëlische advocaat Dov Weisglass. Deze advocaat was ooit de rechterhand van oud-premier Ariel Sharon, toen die nog leider van de rechtse partij Likud was.

Weisglass onderhandelde in de jaren voorafgaand aan de Israëlische terugtrekking uit de Gazastrook, zomer 2005, met de Amerikaanse ministers Colin Powell en Condoleezza Rice over het Israëlisch-Palestijnse vredesproces. Hij schermde met een anonieme geïnteresseerde, die Digal, en daarmee de nederzetting wilde kopen.

„Sinds een maand gaan er geruchten in Nof Zion”, zegt bewoner Itzhak Schneider, een religieuze twintiger die net zijn dienstplicht heeft afgerond en is gaan wonen in de nederzetting. „Iedereen heeft het over de mysterieuze koper, dat het een Amerikaanse Arabier zou zijn. Ik weet het niet, maar het houdt ons allemaal bezig.”

Het antwoord op het mysterie is te vinden in een buitenwijk van de Palestijnse stad Ramallah, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. In een gloednieuw pand dat vol hangt met schilderijen, houdt de Palestijnse zakenman en multimiljonair Bashar al-Masri kantoor.

„Het gerucht klopt”, zegt hij, „ik ben de koper. Tenminste, als alles goed gaat. Ik heb mijn identiteit verborgen gehouden om de kans van slagen te vergroten. Het project is politiek zo beladen, dat het gemakkelijk kan mislukken. Maar het klopt dat ik het project graag overneem.”

Al-Masri heeft volgens betrokkenen zestig miljoen dollar geboden om Digal over te nemen. Hij wil bovendien het project voltooien en de nog niet gebouwde appartementen afbouwen.

Een Palestijn die een Joodse nederzetting, een symbool van de GrootIsraëlgedachte, koopt. Het is een uniek gegeven in het Israëlisch-Palestijnse conflict. En een mogelijk Palestijns antwoord op de machteloosheid waarmee ze de afgelopen decennia hebben moeten toezien hoe op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem ruim tweehonderd nederzettingen zijn gebouwd.

Al die wijken, dorpen en steden vormen een obstakel voor de vorming van een toekomstige Palestijnse staat, en zijn illegaal volgens het internationaal recht. Als je ze niet wegkrijgt met een opstand, als onderhandelen niet lukt – waarom zou je niet gewoon de portemonnee trekken en de nederzettingen kopen?

Bashar al-Masri zegt tijdens het gesprek vaak „dat het hier niet om politiek gaat”. „Kijk, ik ben zakenman en wil winst maken door te investeren. Het faillissement van Digal heeft de mogelijkheid geopend voor een interessante overname. Ik redeneer vanuit een economisch belang, dus er zou geen enkel probleem moeten zijn om de verkoop door te laten gaan.”

Het plan om de nederzetting te kopen, is vaker overwogen door Palestijnen. PLO-adviseur Khalil Tufakji, die als geograaf werkt in Oost-Jeruzalem, vertelt dat hij drie jaar geleden de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas tipte over de kwetsbare financiële staat van Nof Zion. „Ik schreef ze dat Nof Zion voor het oprapen lag. Vind een rijke emir in de Verenigde Arabische Emiraten en je kunt het opkopen. Geld is een nog te weinig beproefd middel om de Israëlische kolonisatie van Palestijns gebied te bestrijden.”

Het werd niks met zijn plan, zegt Tufakji. „Abbas durfde het niet, het zou tot een enorme rel met Israël hebben geleid. Het kan alleen via een private partij als al-Masri, ik ben benieuwd of dit wel goed afloopt.”

„Ik ga helemaal geen nederzetting kopen”, zegt Al-Masri cryptisch. Hij erkent de nederzettingen niet, ze zijn immers illegaal, en doet daarom een transactie op Palestijns grondgebied. „Ik wil een project kopen in de wijk Jabel Mukaber, want Nof Zion ligt op de grond van die wijk. Daar heeft niemand iets mee te maken.”

De resterende 200 appartementen wil Al-Masri gewoon voltooien, zegt hij. Voor kolonisten? Of voor Palestijnen? En wat zal er gebeuren met de honderden kolonisten die nu in Nof Zion wonen? Al-Masri houdt zich op de vlakte, zegt hij, zolang de aandeelhouders nog geen besluit hebben genomen. Maar de kolonisten nemen aan dat hij de nederzetting zal opheffen en de huizen beschikbaar zal stellen aan Palestijnen.

„Een Arabier die een nederzetting koopt. Dit moeten we koste wat kost voorkomen”, zegt de Israëlische kolonistenleider Arieh King gedecideerd. King leidt het Israel Land Fund, een organisatie die de vestiging van kolonisten in Palestijnse wijken coördineert. De organisatie drijft op buitenlandse geldschieters, veelal rijke Amerikaanse joden. De radicaal-zionistische organisatie Ateret Kohanim, die King ook leidt, koopt of verwerft Palestijnse huizen in Oost-Jeruzalem, om daar vervolgens Joodse kolonisten te vestigen. Deze week sloopten sympathisanten van Ateret Kohanim een vleugel in het historische Shepherd Hotel in Oost-Jeruzalem, dit tot grote woede van de Verenigde Staten.

„Dit is een ramp voor de beweging die Eretz Yisrael [het Land (van) Israël, red.] steunt”, zegt King. „Bashar al-Masri zal alles doen wat in zijn macht ligt om de Joden uit Nof Zion te halen. Het tweede deel van zijn plan is het plaatsen van Arabieren in de huizen, waardoor het hele idee van de nederzetting in het water valt.”

Arieh King heeft zijn sponsors aangeschreven om geld in te zamelen voor een tegenbod. „Het is een schande dat een Israëlische advocaat als Dov Weisglass heeft meegewerkt aan dit plan. Het verbaast me niets. Weisglass is de architect van de terugtrekking uit de Gazastrook. Hij flirt met rechts, maar heeft een extreem-linkse agenda.”

Deze week werd het resultaat zichtbaar van de inspanningen van King. De naam van een Israëlische zakenman, supermarkteigenaar Rami Levy, dook op op een aandeelhoudersvergadering van Digal. Levy wil met hulp van buitenlandse investeerders een tegenbod doen.

Levy is een geduchte tegenstander van Al-Masri. Hij is lid van de gemeenteraad van Jeruzalem namens de partij Yerushalayim Tatzliach, en is een partijgenoot van burgemeester Nir Barkat. Levy hoeft vermoedelijk niet eens een beter bod te doen dan Al-Masri, want de zakenkrant Globes berichtte dat er grote onrust is ontstaan onder de aandeelhouders, nu de identiteit van Al-Masri bekend is.

Waarschijnlijk volgende week beslissen zij met welke partij ze in zee gaan. Arieh King heeft er weinig vertrouwen in. „Ons land wordt zomaar verkocht aan de vijand. Alles is blijkbaar te koop, ook een Joodse nederzetting.”