Coureur aangehouden na doodrijden Argentijnse fruitboer

De Dakar-rally van 2011 moest gisteren zijn eerste dodelijke slachtoffer betreuren. De 42-jarige Argentijnse Marcelo Reales fruitarbeider werd in een kleine vrachtwagen geschept door de Toyota van Eduardo Amor en Alejandro Fenoglio, die van hun route waren afgeweken. De Argentijnse coureur Amor, die bezig was aan de tiende etappe, werd na het ongeluk gearresteerd en is met zijn navigator uitgesloten van deelname aan de wedstrijd in Argentinië en Chili.

Reales was het 61ste dodelijke slachtoffer sinds het begin van de rally in 1979. Het fatale ongeluk vond plaats bij het Argentijnse plaatsje Tinogasta in de provincie Catamarca. Amor probeerde tijd te winnen en nam met zijn voertuig een andere weg. Volgens de Argentijnse krant La Nación zou de bestuurder in slaap zijn gevallen voordat hij in botsing kwam met zijn landgenoot. Het slachtoffer werd vrij snel hulp geboden en hij kon levend door de politie uit zijn vrachtwagentje worden gehaald. Kort nadat hij in een ziekenhuis was aangekomen, overleed Reales aan zijn verwondingen.

Sinds de Dakar-rally in 2009 van Afrika naar Zuid-Amerika werd verplaatst, zijn er drie doden gevallen. Twee jaar geleden kwam de Franse motorrijder Pascal Terry om het leven. In 2010 overleed een Argentijnse toeschouwster. In de 32-jarige geschiedenis van de rally zijn twee Nederlanders gesneuveld – motorrijder Bert Oosterhuis in 1982 en vrachtwagenbestuurder Kees van Loevezijn in 1988.

De Franse motorcoureur Jean Michel Baron was het laatste dodelijke slachtoffer onder de deelnemers. Hij overleed in september vorig jaar, nadat hij 24 jaar in coma had gelegen. Baron werd 56 jaar. De voormalige Hondacoureur kwam in 1986 zwaar ten val tijdens zijn tweede Dakar-rally. Die rally werd overschaduwd door een helikoptercrash waarbij de oprichter van het evenement, Thierry Sabine, om het leven kwam.