China sloopt atelier van kritische kunstenaar

De Chinese autoriteiten hebben het ateliercomplex van China’s bekendste kunstenaar Ai Weiwei gesloopt. Ai is de man die de vloer van de turbinehal in Tate Modern in Londen bedekte met honderd miljoen porseleinen zonnebloempitten. Volgens de deelgemeente Jiading was het gebouw illegaal „omdat niet de juiste procedures waren gevolgd”.

De onofficiële lezing is dat de 53-jarige Ai de Chinese autoriteiten te veel tegen de haren in heeft gestreken. Ai en een van de ontwerpers van het olympische vogelneststadion in Peking bouwden zijn ateliercomplex in Shanghai. De renovatie van het voormalige pakhuis kostte Ai naar eigen zeggen 1 miljoen dollar.

Twee jaar geleden werd Ai nog warm onthaald door het stadsbestuur van Shanghai. Zijn nieuwe studiocomplex moest het hart worden van de bruisende kunstgemeenschap van de stad. De afgelopen jaren ontpopte Ai zich echter als een van de meest uitgesproken critici van de Chinese Communistische Partij. Hij bemoeide zich met de zaak rond Yang Jia, de man die de doodstraf kreeg omdat hij uit frustratie zes politieagenten doodstak nadat hij was aangehouden wegens het ontbreken van de juiste papieren bij zijn fiets. Ai maakte ook een film over de advocaat Feng Zhenghu, die ruim drie maanden op het vliegveld van Tokio vastzat omdat Shanghai hem niet toe wilde laten. Verder bekritiseerde Ai de overheid bij de aardbeving in Sichuan, waarbij duizenden schoolkinderen omkwamen. En hij is goed bevriend met Liu Xiaobo, die in 2010 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.