Bij de ramp in Haïti zijn ‘officiële’ cijfers nog lang niet zeker

Rampen zijn mooi materiaal voor de media: heftige beelden en hevige emoties. Maar hoeveel weten we zeker, na de chaos? Journalisten houden van de overtreffende trap. Er gaat niets boven een unieke inbreuk in de actuele orde. En de overtreffende trap in het nieuws is: een ramp. Brand in Moerdijk, watersnood in Brisbane. Een jaar

Rampen zijn mooi materiaal voor de media: heftige beelden en hevige emoties. Maar hoeveel weten we zeker, na de chaos?

Journalisten houden van de overtreffende trap. Er gaat niets boven een unieke inbreuk in de actuele orde. En de overtreffende trap in het nieuws is: een ramp. Brand in Moerdijk, watersnood in Brisbane.

Een jaar na de aardbeving in Haïti is ‘rampenjournalistiek’ weer onderwerp van gesprek, in Nederland aangezwengeld door een boek van Hans Jaap Melissen, Haïti. Een ramp voor journalisten. Melissen bezocht Haïti voor de NOS en Wereldomroep. In zijn boek bekritiseert hij het officiële dodental van de ramp (230.000): dat zou door de Haïtiaanse autoriteiten zijn opgeblazen omwille van internationale aandacht en hulpgelden.

Op basis van eigen onderzoek op onder meer begraafplaatsen houdt Melissen het erop dat er ruim 50.000 doden geborgen zijn, en mogelijk nog eens 50.000 onder het puin zijn gebleven – in totaal ongeveer 100.000 doden. Nog altijd een enorme ramp.

Daarnaast uit Melissen scepsis over rampenjournalistiek in het algemeen. Die is volgens hem vooral op zoek naar ‘sexy beelden’ en veel te vluchtig: op naar de volgende ramp!

Het idee van een wereldwijde ‘crisiskaravaan’, zoals de journalist Linda Polman het noemt, dringt zich snel op bij de filmpjes van exotisch verdriet in slow motion die hulpacties op tv kracht moeten bijzetten. Melissen spreekt van ‘rampenporno’.

Maar is dat cynische oordeel ook terecht? En hoe deed deze krant het?

Bladerend door het archief, viel mij vooral op hoe niet-sensationeel de ramp in Haïti is verslagen: veel reportage en achtergrond, weinig inzoomen op individueel leed. Een enkele lezer maakte bezwaar tegen een foto (van grote hoogte) van een binnenplaats in Port-au-Prince, gevuld met lijken. Een huiveringwekkend beeld (omdat het laat zien dat de dood van individuen objecten maakt), maar zeker niet ‘pornografisch’.

De krant maakte zich ook niet schuldig aan „hit en runjournalistiek”, vindt de chef Buitenland nu. Direct na de aardbeving reisde een verslaggeefster naar Haïti, gevolgd door de correspondent in Zuid-Amerika. De laatste bezocht het land daarna nog drie keer, het meest recent in november, toen verkiezingen en cholera het land beheersten. Vijf bezoeken – dat is een karavaan die (gelukkig) maar weinig haast maakt.

De aandacht voor Haïti is dus niet plotseling verdampt ten gunste van een kersverse ramp met „sexy beelden”. Terwijl die er wel waren, zoals de watersnood in Pakistan (20 miljoen getroffenen). Maar die gigantische ramp grifte zich veel minder diep in het collectieve geheugen.

Hoe komt dat?

Volgens de verslaggeefster die Haïti bezocht (en ook Pakistan kent), speelt het geringe aantal doden in Pakistan daarbij een rol (2.000 doden), maar ook de traagheid van die ramp (enkele weken in plaats van in één klap). En, zegt ze, het is nu eenmaal zo „dat ‘we’ Pakistan niet zo moeten”. Een land vol islamitisch extremisme, terwijl bijvoorbeeld de Aziatische tsunami van 2004 een populair vakantiegebied trof. Dat vergroot de herkenbaarheid, hoe wrang ook.

Toch blijft de kwestie van de dodenaantallen knagen.

De Haïtiaanse overheid schaalde na de ramp razendsnel op van 111.481 doden naar ruim 150.000, 212.000 en uiteindelijk 230.000 – ongeveer het dodental van de tsunami. Bij de herdenking deze week werd het dodental door premier Bellerive verder verhoogd, naar ten minste 316.000.

In berichten in deze krant werd de afgelopen maanden kortweg, in een bijzin, vermeld dat er bij de ramp „volgens officiële cijfers 222.570 doden vielen”, of „ruim 200.000”. Een kort stukje in de krant van donderdag sprak van „betwistbare” cijfers.

Het gaat dan ook om schattingen, zegt de verslaggeefster, waarvan onduidelijk is hoe ze precies tot stand zijn gekomen. Dat hoeft nog geen manipulatie te zijn, zoals Melissen suggereert. De chaos na de ramp, onvolledige bevolkingsgegevens, dubbeltellingen, en de algehele povere staat van de Haïtiaanse overheid, zijn al ruim voldoende. Niettemin werd het „officiële cijfer” ook aangehouden door de Verenigde Naties.

Dat die cijfers allesbehalve exact zijn, heeft de krant al uitvoerig uitgelegd twee maanden na de ramp, in een stuk waarin ook het onderzoek van Melissen werd genoemd. Daarin staat onder meer: „Van alle grote natuurrampen in de afgelopen jaren zal de aardbeving in Haïti de geschiedenis ingaan als de ramp met het meest onzekere dodental.”

Er is, zegt de chef Buitenland, ook „eigenlijk maar één antwoord dat niet omstreden is op de vraag hoeveel doden er vielen bij de aardbeving in Haïti: we weten het niet.”

Ook Melissen niet, aldus de chef. „Ook hij moet zich baseren op schattingen met veel oncontroleerbare grootheden. Hoe weet een begrafenisondernemer dat er in de hele stad 25.000 lijken zijn ‘binnengekomen’ en niet 19.000 of 36.000?” En de verslaggeefster: „Je weet niet hoeveel mensen er nog onder het puin konden liggen, hoeveel lijken buiten de algemene verbrandingsplaatsen zijn verbrand.”

Het maakt nu ook niet meer uit, zegt zij: „Dodentallen zijn belangrijk om een snaar te raken bij het publiek en bij donoren. Hulp is voor de levenden, het gaat er dus om hoeveel gewonden, daklozen en andere getroffenen er zijn.”

De chef Buitenland vindt dat er geen reden is de cijfers in de krant telkens ‘omstreden’ te noemen. „Het zou wat merkwaardig, en ook een beetje provinciaal, zijn om de cijfers telkens omstreden te noemen – want dat zijn ze wel bij Melissen, maar niet op internationaal niveau. De VN houden ze ook aan, en zonder daar veel kritiek voor te krijgen.”

Dat mag zo zijn, maar toch. Als de krant reden heeft om aan te nemen dat „officiële cijfers” gebaseerd zijn op onduidelijke schattingen, dan moet de krant dat ook blijven opschrijven – en uitleggen.