Beursgang Facebook geen zeepbel

Na de spattende zeepbel van Worldonline zijn internetbedrijven al gauw verdacht. Dat is niet terecht, vindt Sake Bosch. Vergelijk de beursgang van Facebook met Google.

Internet is een terrein waarop innovatie en ondernemerschap goed gedijen. Vanaf het begin heeft het intelligente jonge mensen aangetrokken die de wereld willen veranderen. Mark Zuckerberg van Facebook lijkt de nieuwe Bill Gates. Hij kwam net als Gates door de selectie van Harvard. Ook de oprichters van internetgiganten als Amazon, Google, LinkedIn, Zynga, Groupon en Twitter studeerden aan Amerikaanse topuniversiteiten als Stanford, Princeton en Wharton.

Natuurlijk, ze zijn niet vies van geld, maar ze tonen ook passie. Zuckerberg kon zijn bedrijf twee maanden na de oprichting – hij was toen pas twintig jaar – al voor 10 miljoen dollar verkopen. Dat deed hij niet. In de jaren daarna kwamen steeds kopers langs. De geboden bedragen stegen. Zuckerberg verkocht niet. In die zin lijkt hij op Bill Gates, maar ook op de oprichters van Google en Amazon.

In elk geval heeft het niets te maken met de platte manier van zakendoen van Nina Brink, zoals vorig jaar beschreven door journalist Eric Smit in het boek Nina. Aan die mislukking worden we in Nederland steeds herinnerd als het gaat over een beursgang van een internetbedrijf.

Dat nu van een nieuwe internetzeepbel geen sprake is, blijkt uit feiten en cijfers. In het jaar 2000 werd in de Verenigde Staten meer dan 100 miljard dollar geïnvesteerd in startende bedrijven. Het merendeel was internetgerelateerd. In 2010 liggen de investeringen op een fractie van dat bedrag: 20 miljard dollar. Het aantal beursgangen is nu nog steeds lager dan in de jaren 1999 en 2000. De beursgangers van 2010 zijn bijna allemaal structureel winstgevend.

Een ander verschil met de zeepbeltijd was dat toen alle aandelen, ook die van traditionele bedrijven, duur waren. In mijn eigen praktijk, van het investeren in startende bedrijven in Europa, zie ik nog steeds enorme verschillen. Veel geld was toen in handen van onbekwame investeerders die allemaal een graantje wilden meepikken. Nu zijn er nog maar weinig over die in startende bedrijven willen investeren. Als ze het doen, doen ze het in de bedrijven die zich voor een deel hebben bewezen. Verhalen alsof er een nieuwe internethype zou zijn, zijn dus klinkklare onzin.

Wat is dan de verklaring dat beleggers Facebook waarderen op 50 miljard dollar? Is het werkelijk net zo veel waard als multinational Unilever? Laten we even naar een paar feiten kijken. Facebook is gestart in februari 2004. In juli 2010 hadden ze 500 miljoen gebruikers. De helft daarvan logt elke dag in. In totaal worden er 700 miljard minuten per maand op Facebook besteed. Dit komt neer op gemiddeld 40 minuten per dag: wereldwijd de meest bezochte website. In de VS vertegenwoordigt Facebook 9 procent van alle websitebezoeken. Facebook brengt mensen bij elkaar en verdient zijn geld door advertenties te tonen. Dat doet het heel gericht. Waar Google advertenties aan een zoekbegrip relateert, relateert Facebook aan een consumentenprofiel.

Hoeveel is dit nu waard? Waarderingen van bedrijven worden normaal gesproken berekend op basis van de winst die een onderneming maakt. Zo ‘doet’ Unilever veertien keer de winst. Nog belangrijker is natuurlijk de winstverwachting. Bij een snel groeiend bedrijf als Facebook is het bepalen van die winstverwachting niet eenvoudig. Er is weinig financiële informatie bekend over Facebook. Wel is bekend dat het bedrijf over de eerste negen maanden van 2010 een winst maakte van 400 miljoen, bij een omzet van 1,2 miljard.

Hoezo is dat een discutabel verdienmodel – zoals hoogleraar corporate finance Jaap Koelewijn stelt in Het Financieele Dagblad van 8 januari? Gesproken wordt over een omzet van 800 miljoen in het vierde kwartaal van 2010. Waarschijnlijk heeft Facebook over heel 2010 een winst gemaakt van circa 700 miljoen dollar. Daarmee heeft Goldman 25 keer de omzet en 70 keer de winst betaald.

De omzet groeit zeer snel en de winstmarge van 33 procent lijkt op die van Google. Google ging in 2004 voor 20 miljard dollar naar beurs. Net als nu spraken mensen daar toen ook hun ongeloof over uit. Google maakte in het jaar 2003 1 miljard omzet bij een winst van 100 miljoen. Met andere woorden: Google ging in 2004 voor 20 keer de omzet en 200 keer de winst naar de beurs. Google heeft veel verwachtingen waargemaakt. Zo maakte het vorig jaar 27 miljard omzet bij een winst van 8 miljard. Het is nu 200 miljard waard.

Ik denk dat aan de groei van Facebook nog geen einde is gekomen. Wat Google kon, kan Facebook ook. Wat ze ook over Zuckerberg zeggen, iemand die in de eerste helft van zijn twintiger jaren een bedrijf heeft opgebouwd met 2 miljard dollar omzet, is briljant. Zo iemand moet nu in staat worden gesteld om met meer ervaring en veel slimme mensen om zich heen een bedrijf te laten groeien naar 25 miljard omzet. Als je dat vindt, is de 50 miljard waarop het bedrijf nu wordt gewaardeerd een fair bedrag. Alle hypeduidingen doen geen recht aan een voorbeeld van briljant ondernemerschap.

Zelf probeer ik de nieuwe Zuckerberg in Europa te vinden. Dat is goed mogelijk. De internetsector is volwassen, vergeleken met tien jaar geleden, en trekt nog steeds talentvolle mensen aan. Laat die talenten geïnspireerd raken door succesverhalen als Facebook, niet door onterechte waarschuwingen voor uiteenspattende zeepbellen.

Sake Bosch is de grootste fondsmanager van startende (internet) bedrijven in Nederland. Hij is managing partner van het Nederlandse Prime Ventures.