‘Ben Ali bedankt, maar het is niet genoeg!’ - protest Tunesië houdt aan

Oproerpolitie en demonstranten bepalen al weken het straatbeeld in Tunis. Foto Reuters/Stringer

Zeker 5.000 mensen stonden vandaag voor de deur bij het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken. De roep om het aftreden van president Zine al-Abidine Ben Ali houdt gewoon aan. Hij probeerde het verzet gisteren nog tegemoet te komen met enkele beloftes. “Ben Ali, bedankt maar dat is niet genoeg!”

“Ben Ali, wegwezen!” Tunesische jongeren demonstreren nu al drie weken tegen de zittende president. Ze zijn klaar met de werkloosheid, stijgende prijzen en corruptie. Gisteren ging Ben Ali schijnbaar door de knieën. Hij beloofde naast het verlagen van de prijs van voedselbonnen, de internetcensuur op te heffen en het politieke speelveld te verruimen. Eerder deze week zei Ben Ali, sinds 1987 aan de macht, toe dat hij voor 300.000 extra banen zou gaan zorgen en niet voor een zesde termijn als president zou gaan.

Bij de protesten vandaag zochten demonstranten vooral de verbale confrontatie met politie en het leger. Er werden geen gewonden gemeld. Wel werden volgens Reuters schoten afgevuurd en traangasgranaten gebruikt. Gisteravond kwamen dertien mensen om het leven bij demonstraties.

Andere Arabische landen in vrees
Ze zijn bang dat de protesten naar hen overslaan. De motieven ervoor zijn veelal aanwezig, schrijft NRC-verslaggeefster Carolien Roelants vandaag in nrc.next. Op een heel enkele uitzondering na - Qatar of misschien de Verenigde Arabische Emiraten - hebben alle Arabische landen grote sociaal-economische en politieke problemen gemeen. In willekeurige volgorde:

• Een zeer jonge bevolking door een bijzonder hoog geboortecijfer.
• Het gebrek aan banen is groot en groeiend, met name voor de jeugd. Er is geïnvesteerd in universiteiten die nu massa’s hoogopgeleide gefrustreerde werklozen produceren.
• De alles doordringende corruptie van de lage overheid tot aan de top.
• Een verstard, autoritair bewind dat elke mogelijkheid tot politieke participatie, laat staan oppositie, afwijst en actief onderdrukt. De bevolking heeft geen enkele stem. (…) Bijna overal worden de media, inclusief de informatiestroom op internet, zwaar gecensureerd.

“De repressie in veel van de Arabische landen is mede bedoeld om de fundamentalistische oppositie onder de duim te houden”, schrijft Roelants verder. “De toenmalige Amerikaanse president George Bush zette zijn democratiseringsprogramma in de Arabische wereld na de aanslagen van 11 september 2001 niet door toen fundamentalistische partijen daarvan in verkiezingen bleken te profiteren. Westerse landen hebben tot dusverre opvallend voorzichtig gereageerd op het optreden van het Tunesische regime tegen de betogers.”