België hoeft (nog) niet te vrezen voor het lot van de euro-periferie

België lijkt te vragen om besmetting met het virus van de crisis van de staatsfinanciën, waar veel landen uit de periferie van de eurozone mee kampen. De schuld van het land is net zo groot als zijn bruto binnenlands product (bbp), het begrotingstekort is omvangrijk, het bankstelsel is bijna volledig in handen van de staat en het land zit al zes maanden zonder regering. Maar ook al is de rente op zijn staatsschuld nu hoger dan ooit sinds de invoering van de euro, zij is nog steeds veel lager dan die van Spanje en Portugal, en aanmerkelijk lager dan die van Italië. Tenzij het land uiteenvalt, lijkt de Belgische crisis eerder van politieke dan van financiële aard te blijven.

Ja, de rente op de staatsschuld is inderdaad gestegen. Maar op dit moment is het meest opvallende aan België zijn veerkracht. Het verschil tussen dit land en de periferie van de Eurozone is zijn concurrentiekracht. Spanje, Portugal en Griekenland zitten vast aan de euro tegen een wisselkoers die hun economieën weinig concurrerend – en misschien zelfs weinig levensvatbaar – maakt. De Belgische exportsector doet het daarentegen goed en de behoefte aan externe financiering is betrekkelijk gering. Het probleem is dat het land zelf is veroordeeld tot een ongemakkelijke unie. Als die uiteen zou vallen, zouden beleggers geconfronteerd worden met grote onzekerheid en zou de rente veel meer dan 1,4 procentpunt hoger uitkomen dan de rente op Duitse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar.

Maar het uiteenvallen van België lijkt nog steeds onwaarschijnlijk. In plaats daarvan is het land met een positieve verrassing gekomen. Koning Albert II, die zich actiever heeft getoond dan gebruikelijk is voor een constitutioneel monarch, heeft een beroep gedaan op de tijdelijke minister van Financiën, Didier Reynders, om nog meer te bezuinigen. Reynders belooft een begrotingstekort van minder dan 4 procent van het bbp in 2011. Dat zal goed vallen bij beleggers, die zich zullen herinneren dat, hoewel de Belgische schuldenlast op dit moment ook hoog is, hij in de jaren negentig meer dan 130 procent van het bbp bedroeg.

Een hoge schuldenlast en politieke instabiliteit: België heeft een geschiedenis waarin beide fenomenen frequent de kop opsteken. Het is nu niet een goede tijd om deze oude plagen opnieuw tevoorschijn te toveren. Maar de interventie van de koning is wél goed en, als er de komende maanden een politiek compromis wordt bereikt, moet dat kunnen volstaan om België er doorheen te trekken. De periferie van de eurozone heeft helaas heel wat meer nodig.

Ian Campbell

Vertaling: Menno Grootveld