Alleen zijn en weglopen

In zijn nieuwe, prachtig geschreven roman laat de Amerikaan Kevin Canty zijn personages inzicht krijgen in leven en dood, voorbije relaties en wanhoop. Een ieder is alleen.

Kevin Canty: Alles. Vertaling van Everything door Frans van der Wiel. De Harmonie, 298 blz. € 18,90

Kevin Canty kan met weinig middelen veel vertellen over eenzaamheid. En over de wanhoop die daarmee gepaard kan gaan. Toegegeven, de Amerikaan Canty is een beetje een one-issue auteur, maar als je zó indringend kan schrijven over eenzaamheid moet je misschien ook helemaal niet proberen andere onderwerpen aan te snijden.

Vooral in zijn verhalen weet hij het thema verlatenheid goed uit te werken. Soms door de situatie iets licht absurds mee te geven (een te dik jongetje krijgt bijvoorbeeld de naam Flipper, wegens de vetrolletjes op zijn buik), maar altijd met een licht humoristische ondertoon in een droefgeestige setting.

Wanneer het om zijn romans gaat, krijgt Canty vaak het verwijt dat hij net iets te veel woorden nodig heeft, en ook zichtbaar moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen. Terwijl de verhalen, die vaak vergeleken worden met het dirty realism van schrijvers als John Fante of Raymond Carver, zonder probleem juist wél een fraaie afronding krijgen.

Hoe zit het met zijn nieuwe roman? In Alles – de titel is pretentieuzer dan de inhoud – staat geen woord te veel, het is weer opnieuw eenzaamheid troef en over het slot kan je discussiëren. Maar om bij het begin te beginnen: de opening is al meteen helemaal raak. Een man en vrouw komen jaarlijks samen om de dood van een echtgenoot/vriend te herdenken. Aan de rivier gezeten drinken ze te veel en de vrouw gunt zichzelf haar jaarlijkse sigaretje. De man heeft een dochter die net uit huis is gegaan om te gaan studeren, en een weggelopen vrouw; de vrouwelijke drinkpartner is een weduwe. Ze wordt behendig bondig getypeerd als draagster van ‘verstandige schoenen’. Aan het eind van de avond deelt ze plompverloren mee: ‘Dit was voor mij de laatste keer. Ik kom volgend jaar niet meer.’ Alsof je een kraan dichtdraait, antwoordt de man. En dan moet alles nog beginnen.

Het verhaal speelt zich, zoals bijna altijd in het werk van Canty, af in de afgelegen natuur in Montana, nabij de Canadese grens. De vier personages waar het in Alles om draait beginnen in wezen allemaal aan iets nieuws. Zo is er June, de vrouw met de verstandige schoenen, die besluit haar leven op te pakken vele jaren na de dood van haar man. Ze verkoopt haar huis, krijgt een relatie met een degelijke, nietszeggende, betweterige man, die minder degelijk blijkt dan gedacht en bovendien een bij nader inzien vervelend kaal kruintje heeft. Canty zet June schitterend neer: ‘Ik ben niet geschikt voor dit leven, dacht ze. Ze kon het, ze kon zich alleen redden, de handgranaatjes incasseren die het leven haar toewierp. Ze was een sterk mens. Maar het was niet het leven waarvoor ze geschapen was.’

De andere vrouw van het gezelschap is Layla, een studente die af en toe uit Seattle komt overwaaien, onder meer omdat ze een relatie heeft met een onbetrouwbare Rus. Een weinig verheffend zelfbeeld heeft ze. De relatie die natuurbeheerder en tekenaar Edgar met haar begint, is dan ook even welkom als ongewenst. Edgar heeft namelijk al een uitgeblust huwelijk en er is een tweede kind op komst. De drie worden met elkaar verbonden door Roy, de vader van Layla, een vriend van June en de werkgever van Edgar.

Er zitten veel ingrediënten uit Canty’s eerdere werk in deze roman. Het opvallendst is misschien wel dat Roy zijn oude liefde weer oppakt voor het personage van de ex met kanker in een vergevorderd stadium. Canty voerde zo iemand ook ten tonele in zijn verhalenbundel Honeymoon. Daar wilde de man de vrouw vertroetelen, beschermen, verzorgen. Dezelfde motieven spelen wederom een rol, ook in dit boek gaan ze op reis en volgt er inzicht in zaken van leven en dood, maar storend is het niet. Ook hier accentueert deze ‘ten dode’ opgeschreven liefde de wanhoop om aan de eenzaamheid te ontkomen.

‘Je doet iets, en dan nog iets, en dat wordt je leven’, laat Canty een personage in eerder werk zeggen. En dat geldt dus ook voor de personages in deze roman. De eenzaamheid is hun bindende factor, die ze uiteindelijk bij elkaar brengt.

Amerikaanse critici zagen dit als een hoopvol slot, maar je kan je afvragen of dat in wezen wel zo positief is. En eigenlijk is het jammer dat Canty de eindjes aan elkaar heeft willen knopen, het maakt het slot tot een zwaktebod in deze verder prachtig geschreven roman. Als hij die behoefte niet had gehad, was Alles een verzameling van vier sterke verhalen geworden, over vier wanhopige mensen op zoek naar houvast in hun leven.

Daarin is de verhalenverteller Canty nu eenmaal op zijn best.