Alle wiethandelaren worden gelijk

De afgelopen vier jaar zijn in Brazilië 40.000 jongeren die op kleine schaal drugs verkopen in de cel beland. Een nieuwe drugswet moet daar iets aan doen.

Frisdrank is officieel Marcelinho’s handelswaar op straat. Maar stiekem verkoopt hij ook „andere zaken”. De twintiger, die niet met zijn achternaam in de krant wil, heeft bijvoorbeeld ook marihuana in de aanbieding. Vooral voor mensen uit de middenklassenwijken, die zelf niet naar de sloppenwijken durven te gaan om wiet te kopen.

„Zo houd ik geld over om zelf af en toe een joint te roken”, legt Marcelinho uit, die in een sloppenwijk in de Noord Zone van Rio de Janeiro woont. Het is een risicovolle bijverdienste. „Als de politie mij betrapt, zit ik zo een jaar in de gevangenis, zij aan zij met leden van drugsbendes”, zegt hij.

De overbevolkte Braziliaanse gevangenissen zitten vol met kleine handelaren als Marcelinho. Van de 70.000 gevangenen die er sinds 2006 bijkwamen, waren 40.000 kleine drugsverkopers. Het zijn dealers die geen banden hebben met de georganiseerde criminaliteit. De nieuwe Braziliaanse regering onder leiding van president Dilma Rousseff, zo werd deze week bekend, wil via een wetwijziging paal en perk stellen aan deze ontwikkeling. Alternatieve taakstraffen moeten ‘kleine’ wietverkopers in de toekomst buiten de gevangenis houden.

Het is een gedurfd voornemen in een land en regio waar drugscriminaliteit dagelijks tot dodelijke slachtoffers leidt. De uitpuilende strafinrichtingen dwingen de overheid echter tot een andere benadering. Met bijna 500.000 gedetineerden heeft Brazilië na Rusland (825.000), China (1.629.000) en de VS (2.297.400) de grootste gevangenispopulatie ter wereld. Van de Braziliaanse gedetineerden is bovendien 44 procent alleen in afwachting van een proces.

Veel kleine handelaars die in de cel belanden, verlaten die later vaak weer met nauwe relaties met drugsbendes, een gevolg van hun verblijf tussen zware criminelen. „Dat komt regelmatig voor en alleen al om dat te voorkomen zou het een goede stap zijn van de overheid”, zegt Michel Misse, socioloog aan de Federale Universiteit van Rio de Janeiro en gespecialiseerd in stedelijk geweld.

De dealers die de middenklasse bedienen, hier ook wel ‘vliegtuigen’ genoemd, doen het vooral om hun eigen behoefte te financieren. Om deze kleine verkopers alternatieve straffen op te leggen, moet de regering de wet aanpassen. „Dat zal niet eenvoudig worden. In het parlement is de houding ten aanzien van drugsbestrijding zeer conservatief ”, waarschuwt Misse.

Brazilië kent sinds 2006 een wet die onderscheid maakt tussen gebruikers en verkopers van drugs. Gebruikers krijgen taakstraffen of moeten bijvoorbeeld naar cursussen over de gevaren van snuiven en blowen. Het land loopt daarmee in de pas met recente ontwikkelingen in Latijns-Amerika. In onder meer Mexico, Argentinië en Colombia is afstand genomen van de Amerikaanse aanpak: het straffen van gebruikers.

Het probleem in Brazilië is echter dat de rechter bepaalt of een verdachte de drugs voor de handel heeft of om te consumeren. In de wet zelf staat geen maximum hoeveelheid omschreven die vaststelt of de drugs bestemd zijn voor privéconsumptie of verkoop.

Een blanke jongen uit de middenklasse, in bezit van drugs, wordt in de rechtbank dan ook vaker als gebruiker gekwalificeerd dan een gekleurde jongen uit een sloppenwijk met wiet in zijn achterzak. De vraag is hoe je vaststelt dat iemand alleen drugs verkoopt om zijn eigen consumptie te kunnen financieren. En hoeveel mag een kleine handelaar in de toekomst bezitten, zonder daarvoor in de cel te belanden?

Op dit soort vragen moet de nieuwe wet straks een ondubbelzinnig antwoord geven.

Tegelijkertijd wil de regering-Rousseff drugsbestrijding nadrukkelijker op nationaal niveau regisseren. De nieuwe staatssecretaris van nationale drugspolitiek, de 30-jarige Pedro Abramovay, meldde deze week dat de verschillende politiedepartementen in de toekomst nauwer gaan samenwerken. Brazilië kent onder meer een federale politie, militaire politie en gemeenteagenten. De drie korpsen moeten volgens de plannen via een nieuw overlegorgaan, van het ministerie van Justitie, informatie met elkaar gaan delen en samenwerken.

Marcelinho, de ambulante marihuanaverkoper, ziet wel wat in de nieuwe regeringsplannen. „Een sloppenwijkbewoner met wiet op zak is nu altijd de klos als de politie hem aanhoudt.” Over zijn klanten uit de middenklasse, zegt hij: „Misschien krijgen we in de toekomst wel dezelfde behandeling als die playboys, die gebruiken maar die niet worden gepakt.”