Albert Heijn (1927-2011) - succesvol in zaken, thuis minder gelukkig

Albert Heijn (l) met broer Gerrit Jan voor de eerste kruidenierswinkel van hun grootvader, maart 1987. Foto NRC/Vincent Mentzel

Albert Heijn, voormalig grootaandeelhouder en voorzitter van de raad van bestuur van Ahold, is gisteravond op 83-jarige leeftijd overleden in zijn landhuis in Engeland, Puddlestone Court.

Heijn was kleinzoon van de oprichter van de gelijknamige supermarktketen en van 1962 tot 1989 voorzitter van de raad van bestuur van Albert Heijn NV, het huidige Ahold. Albert Heijn was de broer van Gerrit Jan Heijn die in 1987 bij een ontvoering om het leven kwam. En hij was degene die de winkelwagen en de streepjescode naar Nederland bracht. NRC Handelsblad had in maart 1997 een uitgebreid interview met hem op zijn kasteel in het Engelse Herefordshire. Hij ging toen vooral in op zijn familie.

Albert Heijn had veel succes in zaken, maar thuis was hij minder gelukkig. (…) Voor het beschrijven van dierbare personen of periodes in zijn leven valt hij ook na lang nadenken toch vaak weer op dat oerhollandse woordje terug. Zijn vader: een gezellige man. Zijn moeder: een gezellige vrouw. Zijn jeugd was ondanks zijn kinderverlamming: gezellig.

Misschien heeft de term voor Albert Heijn (…) aan kracht gewonnen omdat ‘gezelligheid’ in zijn volwassen leven zo weinig vanzelfsprekend is geweest. Zijn eerste vrouw Herma raakte aan de drank, zijn tweede vrouw Loes pleegde vlak nadat hij haar had verlaten zelfmoord, zijn derde vrouw Olga overleed aan kanker. Zijn broer, die ook zijn beste vriend en zakenpartner was, werd ontvoerd en vermoord.

In handen van ‘vreemden’
In het artikel laat Heijn aan de interviewers Geert van Asbeck en Daniela Hooghiemstra blijken wat familie voor hem betekent. “Veel”, zo zei hij. Maar zien deed hij zijn familie weinig. “Wij zien elkaar eigenlijk alleen op begrafenissen”, bekende hij destijds. “Dan zeggen we: ‘het is te gek, we gaan een afspraak maken’. Maar daar komt dan nooit iets van.” Ahold was sinds Heijns vertrek in 1989 geheel in handen van ‘vreemden’.

Niet lang vóór het interview in NRC Handelsblad verschenen Albert Heijns memoires in boekvorm. In vraaggesprekken gaf hij niet veel van zichzelf prijs. Hij was altijd vriendelijk, lachte veel om kleine grapjes waarbij hij zijn ogen dichtkneep tot heel kleine spleetjes. Maar op persoonlijke vragen was hij geneigd te antwoorden met rechtstreekse citaten uit zijn boek.

Heijn: “Ik heb niks te verbergen, hoor. Maar men gaat er kennelijk van uit dat achter wat ik zeg nog van alles zit. Dat is dus niet zo.” Van de kerk moet hij niets hebben. Van de New Age-stroming waarin zijn neef Ronald Jan verzeild raakte, begrijpt hij niets. Gewoon nuchter blijven is het beste, vindt hij. Af en toe praat hij met een vriend, die psycholoog is, die wijst hem dan “op dit of dat”.

Over problemen in zijn leven wil Heijn wel praten, maar emoties kan hij moeilijk onder woorden brengen. Dan gaat hij heel zachtjes praten, wordt hij bijna onverstaanbaar. Als hij zichzelf weer kent als de ‘onverbeterlijke optimist’ die het ver heeft geschopt omdat hij gewoon goed zijn best heeft gedaan, begint hij weer harder te praten. “Ik blijf altijd het positieve zien, zo van: dit ging weliswaar niet goed, maar we gaan weer vrolijk verder.” Eén keer onderbreekt hij een vraag streng met: “ander onderwerp”. Dat is als we komen te spreken over de onenigheid die hij gedurende korte tijd had met zijn broer over de leiding binnen Ahold.

Liever groot gezin dan groot bedrijf
Albert Heijn had goede herinneringen aan zijn ouders die “gek op elkaar” waren. En aan zijn broer, die hij zo liefhad. De tevredenheid uit dat gezin heeft hem nooit meer helemaal verlaten, zei hij in ’97. Maar hij ervoer later ook hoe breekbaar het is. Als hij had mogen kiezen tussen een groot succesvol bedrijf of een dito gezin, had hij voor het laatste gekozen, zegt hij. Als het in het belang was van Ahold, schuwde hij conflicten met de familie overigens niet, dan gold: het bedrijf gaat voor de familie.

“Oom Gerrit was een intrigant die altijd bezig was om mensen in het bedrijf tegen elkaar op te zetten. Als lid van de raad van bestuur was hij voortdurend bezig om de poten onder mijn stoel vandaan te zagen. Hij kon het niet hebben dat iemand anders ook nog de baas was. Ik heb op een gegeven moment gezegd: of dit houdt op, of ik ga weg. Mijn vader is met hem in gesprek geraakt. (…) Toen was er ruzie. Ik weet niet precies wat mijn vader tegen mijn oom heeft gezegd, maar hij heeft het mij daarna in ieder geval niet meer zo moeilijk gemaakt. Oom Gerrit heeft het mij erg kwalijk genomen dat ik tussen hem en zijn broer ben gekomen. (…) Dat was zo ja.”

Zelfmoord
Onder Heijns bestuursvoorzitterschap groeide Albert Heijn uit tot een van de grootste kruideniers ter wereld. Tegelijkertijd had hij twee ongelukkige huwelijken en werd een keer weduwnaar. Hoe rijmde hij de tegenslagen thuis en het succes op het werk?

“Als je op het werk toch de voldoening hebt doordat het redelijk goed gaat, kun je het thuis lang volhouden. Mijn eerste vrouw Herma had moeite met het bestaan, ze wilde nooit iets, kwam het terrein niet af, raakte aan de drank. Op onze trouwfoto zie je hoe jong we nog waren, ik was pas 24, maar ik moest zo nodig trouwen. (…) Met Loes ben ik getrouwd zonder daar echt over te hebben nagedacht. Dat gaf narigheid en verdriet [Loes pleegde na de scheiding zelfmoord]. (…) Mijn zoon heeft wel eens tegen mij gezegd: weet je dat ik in al die jaren dat ik bij jou thuis kwam, nooit warm heb gegeten? Loes kookte nooit. Tsja, ik weet het niet. Slechte keuze.”

Heijn huwde zijn laatste echtgenote Monique in 1992, na de dood van zijn derde vrouw, Olga, en verhuisde voor haar naar Engeland, waar zij al meer dan dertig jaar woonde.

De ontvoering - ‘Ik heb niet doorgezet’
In zijn memoires zegt Albert Heijn dat hij lang boos op zichzelf is geweest over de ontvoering die zijn broer Gerrit Jan Heijn in december 1987 overkwam. In de gesprekken met Geert van Asbeck en Daniela Hooghiemstra ging hij daar dieper op in:

Waarom was u zo lang boos?
“Het was toch mijn kleine broertje. Ik had iets meer druk op hem moeten uitoefenen om zich beter te beveiligen. We hadden best al veel maatregelen getroffen, een oefenfilm gemaakt waarin ik werd ontvoerd. Als we nou die moeite doen en dat geld uitgeven, waarom was Gerrit Jan dan zo verdomd eigenwijs? Maar ja…”
Enig idee waarom hij niet naar u heeft geluisterd?
“Ik denk dat het voor hem betekende dat hij dan moest accepteren dat dit soort onheil mogelijk is, dat hij dingen die hij normaal deed niet meer of anders moest doen. Dat wilde hij niet.”
En u heeft niet doorgezet.
“Ik heb niet doorgezet.”