Wel of geen vrije wil?

Onbewuste invloeden op ons gedrag zijn al heel vaak aangetoond.

Psychologen benadrukken nu: bewust nadenken heeft toch wel zin.

Als we ergens bewust over nadenken en daarna handelen, heeft dat nadenken dan invloed gehad op ons gedrag? Of hadden we net zo goed niet kunnen nadenken? Twintig jaar geleden dachten de meeste psychologen het eerste; de laatste vijftien jaar neigen ze sterk naar het laatste. En nu beginnen sommigen weer aan de slingerbeweging de andere kant op. In het januarinummer van Annual Review of Psychology geven Amerikaanse psychologen onder leiding van Roy Baumeister een overzicht van onderzoek waarin bewust nadenken wel degelijk invloed heeft op menselijk gedrag.

Dat komt overeen met onze alledaagse ervaringen. Maar het standpunt is in de wetenschappelijke psychologie uit de mode geraakt door de succesvolle onderzoekslijn van psychologen als John Bargh en Ap Dijksterhuis. Die toonden keer op keer aan dat subtiele, onbewuste priming (bijvoorbeeld mensen aan prototypische professoren laten denken) gedrag beïnvloedt (die mensen presteren dan beter op kennisvragen). Vervolgens kwamen andere onderzoekers met steeds meer redenen om aan te nemen dat de vrije wil niet bestaat – op het moment dat iemand iets bewust besluit te doen, bijvoorbeeld, blijkt die beslissing in de hersenen al eerder genomen.

Is ons bewustzijn dan overbodig? In hun nieuwe literatuuroverzicht laten Baumeister en zijn collega’s zien dat dat niet kan kloppen. Ze plozen de wetenschappelijke psychologische literatuur na op experimenten waarin proefpersonen willekeurig werden toegewezen aan ofwel een groep die ergens wél over na moest denken ofwel een groep die niet hoefde nadenken. Vervolgens keken ze of het nadenken het gedrag van de personen in de experimenten had beïnvloed. En dat bleek inderdaad zo te zijn.

Een kleine greep. Vooral bij het leren van nieuwe technieken verbetert mentaal oefenen de (sport)prestaties. Logisch nadenken helpt bij het oplossen van logische problemen. Iemand die nadenkt over het standpunt van een ander gedraagt zich aardiger. Dus: bewustzijn heeft invloed. In samenwerking met het onbewuste, benadrukt Baumeister: zo werken eenmaal gemaakte plannen waarschijnlijk verder onbewust door.

Is er dan nog wel zo veel verschil met het standpunt van priming-onderzoekers als Dijksterhuis (Radboud Universiteit) en Bargh (Yale)? Die vinden zelf van niet. „Niemand ontkent dat ergens bewust over nadenken gevolgen heeft”, zegt Dijksterhuis. „Al is het aantal dingen waarvoor het nodig is veel kleiner dan we altijd gedacht hebben. In elk geval is het punt dat Baumeister en collega’s maken volstrekt overbodig.” „Het is wel opvallend”, voegt Bargh toe, „dat wij, de onbewuste-onderzoekers, het kennelijk zo goed gedaan hebben dat er zelfs behoefte is aan een artikel als dat van Baumeister. Misschien hebben wij alle onbewuste invloeden zó goed aangetoond dat we de indruk hebben gewekt dat dat alles is wat er is.”

Maar de twee willen graag nog een ander punt maken. „Zelfs als bewuste gedachten gedrag veroorzaken”, zegt Bargh, „wat veroorzaakt dan die bewuste gedachten?” „Waarschijnlijk”, zegt Dijksterhuis, „is het bewuste denken in de experimenten die Baumeister beschrijft alleen maar een gevolg van een onbewust proces dat gedrag stuurt.” Dus ook al heeft het bewustzijn invloed, er zit volgens hen toch weer een onbewust proces achter, waarmee ze maar weinig ruimte overlaten voor een vrije wil.

Op een bepaalde manier is dat tragisch. Hun Californische collega Jonathan Schooler zette onlangs in het door Baumeister samengestelde boek Free will and consciousness: How might they work? de argumenten voor en tegen de vrije wil op een rij. Hij concludeerde dat de wetenschap er nog niet uit is en dat het gevaarlijk kan zijn om te beweren dat de vrije wil niet bestaat. In verschillende studies kregen proefpersonen wetenschappelijke argumenten ofwel voor of juist tegen het bestaan van de vrije wil te lezen. Mensen uit de laatste groep spiekten vaker bij kennisvragen, pakten vaker te veel geld als beloning voor hun deelname uit het betreffende potje en waren agressiever en minder geneigd een ander te helpen.