Weet u wát ongezond is: geen spruiten eten

Prachtgroente, spruitjes. Maar misschien is het beter de oogst nabij Moerdijk te vernietigen, zegt de teler. Alles voor het imago van de Nederlandse spruit.

Spruitjesteler Piet Sonneveld vindt het „lastig”. Hoe meer hij over de mogelijke gevaren van verontreinigde spruiten vertelt, des te meer zullen consumenten de indruk krijgen dat er „iets niet goed is” met de Nederlandse spruit. Terwijl hij het omgekeerde van de daken zou willen schreeuwen. „Volgens mij is het een storm in een glas water. Weet u wat ongezond is? Geen spruiten eten! Als je ziet wat er allemaal in spruitjes zit. Vitaminen en mineralen. Meer dan in een sinaasappel.”

Sonneveld is voorman van de ongeveer honderd spruitentelers in Nederland. Ze bewerken samen zo’n drieduizend hectare. Eén hectare is doorgaans goed voor twintigduizend kilo spruiten, zodat er jaarlijks circa zestig miljoen kilo van het Nederlandse platteland komt. De telers krijgen van tussenhandelaren gemiddeld ongeveer vijftig cent per kilo spruitjes betaald. Zo maken de boeren dus een omzet van dertig miljoen euro.

Het bedrijf van Sonneveld, veertig hectare groot, ligt in het Zeeuwse dorp Dreischor, langs de Grevelingen – pakweg vijftig kilometer ten westen van Moerdijk. In de wijde omtrek worden hier ook vandaag weer grote hoeveelheden spruitjes van het land gehaald. De oogst van het wintergewas gaat gewoon door. Over het gebied is vorige week woensdag immers geen rookpluim getrokken die mogelijk roetdeeltjes met dioxine of zware metalen heeft achtergelaten op de spruiten, die vanaf september tot in maart worden geoogst. „Mijn spruiten zijn in orde. Moet ik misschien reclame gaan maken voor de Zeeuwse spruit?”

Nederlandse spruiten worden „altijd heel goed gecontroleerd”, zegt Sonneveld. „Wat in de winkel ligt, is veilig.” Daarom kan niemand eigenlijk gevaar lopen bij het eten van spruiten, zelfs niet uit gebieden met een verhoogd risico: het oostelijk deel van de Hoekse Waard, IJsselmonde en het eiland van Dordrecht.

Toch begrijpt Sonneveld goed dat de boeren hun spruiten niet oogsten of in elk geval opslaan. „Misschien moeten deze spruiten worden vernietigd en moeten de boeren schadeloos worden gesteld.”

Verschillende spruitjestelers zijn eerder deze week al begonnen met het vernietigen van spruiten ouder dan drie dagen.

Waar Sonneveld zich het meeste zorgen over maakt, is de „imagoschade” door de effecten van de Moerdijkbrand. „Stel dat iemand toch ergens een net spruitjes in de supermarkt vindt met wat roet erop. Dan heb je de poppen aan het dansen.”

En zolang de autoriteiten niet heel precies duidelijk maken uit welk gebied van Nederland de spruiten met een gerust hart kunnen worden geconsumeerd, zijn handelaren terughoudend met het afnemen van de groente. „Ze denken: stel dat er iets met de spruiten aan de hand is, dan willen wij geen claims krijgen.”

De inzakkende vraag leidt tot een overaanbod van spruiten en iedereen weet wat dat betekent: dan daalt de prijs. Dat is ook de reden dat het Productschap Tuinbouw gisteren een brandbrief heeft gestuurd aan minister Schippers (Volksgezondheid, VVD). „De export van bijvoorbeeld spruiten naar het buitenland ligt stil door de voortdurende onzekerheid over de grenzen van het effectgebied, met alle negatieve gevolgen voor de prijsvorming van dien”, schrijft het Productschap.

Sonneveld zelf heeft er nog niet veel van gemerkt. „Ik heb er nog geen last van. De prijs ligt hoger dan in november. Het ligt hier niet op z’n gat, hoor. Ongeveer driekwart van mijn spruitjes gaat naar het buitenland, meestal Duitsland. Die houden vooral van grote spruiten. Mijn inkopers hebben nog voldoende bestellingen van Duitse supermarkten.”