Weer werd bedrijfsbrand 'nationale ramp'

In Moerdijk schieten overheid en media ernstig tekort, zoals altijd bij incidenten met gevaar voor de gezondheid , meent Peter Vasterman.

De nasleep van de brand in Moerdijk laat weer het vertrouwde beeld zien van een overheid die er niet in slaagt om op een vertrouwenwekkende manier te communiceren, met ongeruste bewoners en vooral met media vol verhalen over giftige stoffen.

Als je die (242) koppen in de (14) landelijke dagbladen vanaf vorige week donderdag achter elkaar leest, zie je bekende dynamiek waarbij media, overheid en publiek elkaar opjagen en de mogelijke gevaren voor de volksgezondheid zo worden uitvergroot dat ze niet meer in verhouding staan tot de reële risico’s.

Het begint de eerste dag nog rustig met ‘Brand Moerdijk’, gevolgd door ‘Veertig meter hoge steekvlammen en zwarte rookpluimen’, maar dan wordt het: ‘Inferno in Moerdijk’, ‘Het leek wel een vulkaanuitbarsting.’ En volgt het advies: ‘Houd deuren en ramen gesloten!’

Als de brand geblust is, richten de media zich op de verontrusting bij de bevolking: ‘Niemand vertelt wat het gif was’.

De volgende stap bestaat uit de jacht op informatie over de giftige stoffen: ‘Aard van chemische stoffen onbekend’, ‘Wat zit er in de wolk?’, ‘ANGSTWOLK’.

De overheid komt onder vuur te liggen: ‘Communicatie met bewoners chaotisch en onduidelijk’. Bovendien was er blijkbaar van alles mis bij het bedrijf: ‘Chemie-Pack eerder op de vingers getikt’. Vervolgens neemt de verontrusting toe: ‘Ik vertrouw dit voor geen meter’.

Het vertrouwen in de overheid neemt af: ‘Geruststelling kwam wel erg snel na brand Moerdijk’, ‘Wetenschappers waarschuwen voor onderschatten impact “chemische bom” ’, ‘Tonnen aan ziekmakers’, ‘Instanties creëren mist rond giftigheid stoffen’. En: ‘Bluswater schadelijker dan gifwolk’. Maar de verontruste hulpverleners en bewoners moeten geduld hebben: ‘Zeker 2 dagen wachten op giftest Moerdijk’.

Er staan hier en daar ook geruststellende verhalen: ‘Wat mis is, is niet per se gevaarlijk’, ‘Geen gevaarlijke roetdeeltjes’, ‘Bij ongunstige wind had de ramp veel groter kunnen zijn’. Als vervolgens de onderzoeksresultaten van het RIVM bekend worden gemaakt (‘RIVM: Geen gevaarlijke concentraties gemeten’), leidt dat niet tot geruststelling, maar eerder tot verwarring: ‘Wel degelijk gif in rook en roet’, ‘Giftige stoffen in sloten rond Chemie-Pack’. ‘Deskundige: Mensen moeten ver uit de buurt blijven’. Gevolgd door de eerste ziekmeldingen: ‘Hulpverleners Moerdijk-brand ziek’, ‘Zeker bij nablussen waren hulpverleners onbeschermd’.

Dan wordt de: ‘Giflijst toch openbaar’. En dat blijkt een ‘Onoverzichtelijke gifcocktail’. Dat is toch buitengewoon verontrustend, maar er komt ‘Geen onderzoek naar gezondheid na brand’. De woede bij de bewoners neemt met de dag toe: ‘De waarheid die willen we horen!’ Minister Opstelten doet er nog een schepje bovenop door de brand een ‘ramp’ te noemen.

In dit stadium overheerst vooral de verwarring als gevolg van al die dubbele boodschappen; ‘Pikzwarte rook, maar geen schadelijke stoffen’, ‘Ramp schaadt gezondheid niet.’ ‘Tien jaar geleden zeiden ze ook: ga maar rustig slapen’. En dit bericht ‘OM klaagt Chemie-Pack aan’ versterkt het beeld van een groot schandaal in wording.

Terugkijkend op al die koppen in de kranten vraag je je toch af waarom het altijd zo moet lopen, terwijl de gezondheidsrisico’s – als we ons aan de feiten houden – toch tamelijk beperkt zijn gebleven en er zeker geen sprake was van een ramp.

Een deel van het antwoord ligt in de onmogelijke positie waarin de overheid zich bevindt: het is ondoenlijk om daags na de brand al een onderbouwde risico-inschatting te leveren. Ondanks dit gebrek aan feiten dient de overheid wel meteen te handelen. Maar voorzorgsmaatregelen leiden onherroepelijk tot meer verontrusting (‘zie je wel, er is toch iets aan de hand, anders zouden ze dat niet doen’). Dat versterkt weer de roep om totale openheid (‘wij willen de waarheid!’).

Toch is het verbazingwekkend dat de overheid ondanks alle rampenplannen en crisiscommunicatietrainingen er niet in slaagt om dit proces voor te zijn.

Het andere deel van het antwoord ligt bij de media: als het om giftige stoffen gaat slaan de stoppen al snel door (het is giftig, dús een gevaar voor de volksgezondheid, ongeacht de blootstelling en de precieze waarden), verontrustende berichten krijgen meer aandacht dan geruststellende en de voorkeur gaat uit naar toxicologen die de gevaren benadrukken, niet naar al die collega’s deze juist relativeren. Daarnaast is er tegenwoordig ook veel aandacht voor het menselijke aspect: hoe ervaren de bewoners dit allemaal?

Ik denk dat het zinvol zou zijn als de media eens zouden nadenken over hun verantwoordelijkheid in dit soort escalatieprocessen in plaats van alles bij ‘de overheid’ neer te leggen. Waarom zo’n wantrouwen als er niet stante pede een risico-inschatting kan worden overlegd? Waarom niet meer aandacht voor alle nuances die horen bij de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar risico’s? En vooral: waarom niet meer geduld?

Peter Vasterman is mediasocioloog aan de UvA.