Telefooncel

Er was nog amper belangstelling voor. Hun aantal nam daarom snel af. De laatste exemplaren hadden het zwaar. Vaak waren ze slachtoffer van zinloos geweld.

Jarenlang brachten ze mensen tot elkaar, maar na een lang leven is er gisteren toch een einde aan gekomen: de openbare, telefooncel van KPN verdwijnt uit het straatbeeld.

Dat heeft het telecombedrijf gisteren bekendgemaakt. „Exploitatie van telefooncellen in de openbare ruimte is voor KPN niet renderend omdat de kosten ervan niet worden goedgemaakt door bellende klanten.” De mobiele telefoon is volgens het bedrijf de doodssteek geweest voor de openbare telefooncel. Het vervallen, in 2008, van de wettelijke plicht om per 5.000 inwoners één cel in bedrijf te houden deed de rest.

De openbare telefooncel eindigt zoals hij begon: impopulair. Begin twintigste eeuw waren ze veel te duur, stelt het Museum voor Communicatie in Den Haag. Een gesprek kostte een kwartje, terwijl je in cafés en winkels gratis of voor een dubbeltje kon bellen. En de ‘spreekcel’, eerst niet meer dan een houten hokje, was een gehorig ding. Telefoongesprekken waren erbuiten goed te verstaan, tot ergernis van beller en voorbijganger. Later kwam er geluiddempend materiaal, dat ook publiek afstootte. Tijdschrift Het Leven schrijft in 1908: „En we denken met een soort huivering aan de korte, en toch te lange oogenblikken, doorgebracht in allerlei hokjes [...], kwalijk riekend, waarin men de aanwezigheid van op ons leven beluste bakteriën voelt.”