Spaar de bibliotheek van de mensen

Men zegt dat de bibliotheek prima digitaal kan overleven.

Maar waarom zou het één in de plaats van het ander moeten komen?

Uitgevers, schrijvers en ook veel lezers houden hun hart vast: het papieren boek dreigt te verdwijnen.

Maar vrijwel niemand lijkt zich zorgen te maken over de bibliotheek. Vorig jaar werd bekend dat 93 procent van de bibliotheken in Nederland zal moeten bezuinigen. Er zal gesneden moeten worden in personeel en de collectie, openingsuren worden beperkt. En de verwachting is dat op korte termijn ook de eerste vestigingen zullen worden gesloten. Niet de grote bibliotheken, maar de kleine vestigingen in buurten die ze het hardst nodig hebben.

Nog niet zo lang geleden was ik te gast in een wijkbibliotheek in Den Haag. Ik was uitgenodigd om een lezing uit eigen werk te houden. Er waren stoelen in rijen geplaatst, op een tafeltje stonden thermoskannen met koffie en thee. De koekjes waren in een mum van tijd op, maar werden snel aangevuld door een medewerker van de bibliotheek. Het publiek leek in niets op het publiek van een doorsnee literaire middag: meer allochtonen dan autochtonen, jongeren die tijdens de lezing aanschoven, er zat volgens mij zelfs een zwerver in de zaal. Toen ik na een fragment vroeg wie er weleens een boek las, stak bijna iedereen zijn hand op. Maar een jonge vrouw met een hoofddoek op niet. „Ik lees nooit een boek”, zei ze. Ik was geschokt. Niet omdat ik oog in oog stond met iemand die beweerde geen boeken te lezen, maar omdat een bibliotheekbezoeker beweerde nooit boeken te lezen. Was de jongedame misschien verdwaald? Zocht ze de poelier? Nee, ze kwam in de bibliotheek om kranten te lezen en andere mensen te ontmoeten. „Om naar mensen zoals jij te luisteren.”

Deze bibliotheek verdwijnt waarschijnlijk, net als talloze andere vestigingen. Volgens de Vereniging Openbare Bibliotheken zal landelijk een op de drie bibliotheken verdwijnen. In Den Haag verwacht men zeven van de negentien vestigingen te moeten sluiten, maar in Rotterdam zullen slechts zes van de eenentwintig vestigingen blijven bestaan. En dan zijn er nog kleine gemeenten waar álle vestigingen zullen moeten sluiten.

De bibliotheken worden dubbel gekort: zowel op gemeentelijk als op provinciaal niveau zijn er forse bezuinigingen aangekondigd. Er zijn bibliotheken die tot 75 procent van hun budget moeten inleveren. Beleidsmakers verdedigen deze draconische bezuinigingen met toekomstscenario’s waarin alles online is geregeld. Men vindt de locatie niet zo belangrijk, want de bibliotheek kan prima digitaal overleven. Maar dan wordt er niet gekeken naar wat een bibliotheek nog meer kan zijn. Bijvoorbeeld de ontmoetingsplek die het ook voor velen is. Juist in de vestigingen die moeten verdwijnen. Een plek waar je gewoon een praatje kunt maken, waar lezingen en discussieavonden worden georganiseerd, waar theatervoorstellingen van scholen worden gespeeld. Kortom, een plek waar mensen én boeken zijn, waar je bij de hand kunt worden genomen. Ik zal nooit de bibliothecaresse vergeten die mij op het spoor heeft gebracht van de literatuur. „Misschien is dit boek wel iets voor jou...”

Ik wil niet mijn ogen sluiten voor de moderne ontwikkelingen en ik weet dat Apple de markt van e-books voor baby’s vanaf drie maanden probeert te veroveren, maar ik vraag me af of deze ontwikkelingen ten koste moeten gaan van de ‘ouderwetse’ bibliotheek. Waarom zou het één in de plaats van het ander moeten komen? Ik denk aan buurtbewoners die nu nog laagdrempelig in aanraking kunnen komen met verschillende kanten van cultuur, ik denk aan kinderen die ontdekken dat ze zichzelf kunnen verrijken buiten een schoolsituatie. En ik denk aan de jonge vrouw in Den Haag die nooit boeken leest en na afloop van de lezing naar mij toe kwam om te zeggen, nee, te beloven dat ze mijn boek ging lenen.

Ik ben niet bang voor het verdwijnen van het boek van papier, ik ben wel bang voor het verdwijnen van de bibliotheek van de mensen.

Tot nu toe is er alleen protest gevoerd door leden van bibliotheken die met sluiting worden bedreigd. In de woorden van een negenjarig jongetje uit Drenthe: „Dan hebben we hier in Meppel wel echt een probleem.” Dat klopt, maar het probleem is natuurlijk veel groter en betreft heel Nederland. De hele maatschappij. En daarom moeten we de barricaden op. Het is nog niet te laat.

Ernest van der Kwast is schrijver. Zijn laatste roman ‘Mama Tandoori’ verscheen in 2010