Russisch-orthodox Nieuwjaar in Den Haag schittert weer

Vandaag viert de Haagse Russisch-orthodoxe gemeenschap nieuwjaar in een kerkje dat door Anna Paulowna is gesticht en is opgeknapt.

De schoongemaakte icoon van Maria Magdalena wordt verlicht door het flakkerend schijnsel van een gerestaureerde lampada, het zilveren vaatwerk heeft haar schitterende robijnen en diamanten weer terug en duizenden kapotte zijden draadjes van het antieke goudlamé kazuifel zijn weer aangehecht. Vandaag, 13 januari, volgens de Juliaanse kalender dertien dagen na het Gregoriaans Nieuwjaar, viert de Russisch-Haagse gemeenschap de jaarwisseling in haar onlangs gerenoveerde, tevens oudste Russisch-orthodoxe kerkje van Nederland.

De geschiedenis van de Haagse kapel gaat terug tot het huwelijk van Anna Paulowna met Willem II in 1816. Haar broer tsaar Alexander I gaf haar de iconostase, een reisaltaar van het Russische leger uit de veldoorlog tegen Napoleon, als huwelijksgeschenk. Daartoe hoorden ook de kerkschatten waaronder iconen, gouden en zilveren miskelken, een gouden bijbelboek, een religieuze bibliotheek en een enkel Fabergé-ei.

Een Russische Revolutie, Tweede Wereldoorlog, Koude Oorlog en het uiteenvallen van het Sovjetparadijs later ontdekte kunsthistoricus Nicolaas Conijn in 1995 de kerkschatten in de kapel tijdens de voorbereiding van de Anna Paulowna-tentoonstelling in Paleis Het Loo. „De collectie was gemaakt in opdracht van de tsaren, van hoge kwaliteit, maar verkeerde in slechte staat. Uit de inboedellijst uit 1865 bleken ook objecten verdwenen.”

De kerk had geen middelen, Conijn richtte de Stichting tot Steun van de Russisch-orthodoxe kerk op en ondernam een zoektocht naar de verdwenen objecten. Het bracht hem bij de tachtigjarige Tamara Zoethout, een kleindochter van de Russische priester Alexei Rosanoff die begin vorige eeuw het kerkje bestierde. „Na de Russische Revolutie is mijn grootvader in Nederland gebleven en keerde hij zich af van de patriarch van Moskou die gemene zaak maakte met het Sovjetregime. Op de plek van de oorspronkelijke kapel in Rustenburg waar Anna Paulowna had gewoond, was het Vredespaleis gebouwd. Bij gebrek aan geld uit Moskou kreeg de kapel geen eigen gebouw, maar een plek in de Obrechtstraat, grenzend aan de achtertuin van de dienstwoning van mijn grootvader.” Zijn opvolger koos in 1945 wél voor Moskou – Stalin had de oorlog gewonnen, alles zou anders worden – maar veroorzaakte een aardverschuiving bij de Russisch-Haagse gemeenschap van toen. De meeste ballingen keerden zich af van „die communisten van de Obrechtstraat”, herinnert Zoethout zich. Ze verwees conservator Conijn voor het terugvinden van de objecten naar de uithoeken van Russisch-orthodox Nederland.

Conijn: „In Maastricht vond ik religieuze schilderijen en een kelkvelum met bloemborduursel van goudbrokaat, in Assendelft een wierookvat en eigenhandig borduurwerk van Anna.” Hoe de objecten verspreid zijn geraakt? Conijn: „Na de scheuring kreeg mogelijk iedere kerk enkele objecten om de collectie veilig te stellen.” In Museum van Loon te Amsterdam ontdekte Conijn het gouden ornament boven de icoon in gobelinsteek van de madonna met kind – naar verluidt Peter de Grote. „De laatste Russische gezant van tsaar Nicolaas II, Paul Poustochkine, had het aan zijn vriend Maurits van Loon in Amsterdam in bewaring gegeven.”

De kapel valt nog steeds onder jurisdictie van Moskou, maar omdat grootvorstin Anna Paulowna in haar testament had vastgelegd dat de kapel beschikbaar moest blijven voor de uitoefening van de Russisch-orthodoxe eredienst ‘nabij haar tombe’ in Delft, wilde Conijn dit Nederlandse erfgoed veiligstellen. „De patriarch van Moskou zou de collectie kunnen vorderen.” Sinds kort valt de inventaris onder de Wet Behoud Cultuurbezit en mag de collectie ons land niet verlaten. Met vier ton overheidssubsidie en particuliere fondsen – „vier ton werkgelegenheid” – heeft Conijn de renovatie gerealiseerd. Mecenassen waren geen optie. „Sponsors en zeker rijke Russen zouden over de collectie kunnen beslissen. Maar deze Russische schat in Den Haag symboliseert de band tussen de Romanoffs en de Oranjes, tussen Nederland en Rusland en de Russische orthodoxie en het christendom. Bovendien hebben Anna’s kerkschatten nog steeds een functionele waarde, ze worden gebruikt tijdens de dienst.”

De huidige priester, Vader Nikon, werd bij zijn aantreden in 1980 nog voor KGB-spion uitgemaakt, maar wuift de politieke spanningen van toen weg als ‘spionomanie’. De corpulente Fransman met Russische wortels toont trots de gloednieuwe gouden uikoepel die juist uit Rusland is gearriveerd. Sinds de Start-akkoorden met de Verenigde Staten en de daarmee gepaard gaande ontwapening, betrekt de Russisch-orthodoxe kerk de titanium neuskegels van de langeafstandsraketten van Russische wapenfabrikanten en smelt ze om tot koepels en doopvonten. Een groeimarkt, aldus de priester. „Alleen al rond Moskou worden momenteel tweehonderd kerken gebouwd, dat betekent duizend koepeltjes.”