Rotterdamse raad 'misleid' over poppodium

Het faillissement van het Rotterdamse poppodium Watt heeft de politieke verhoudingen in de tweede stad van Nederland op scherp gezet. „Als de wethouder niet inbindt, dan kan ze beter opstappen”, zei raadslid Anton Molenaar van Leefbaar Rotterdam gisteravond na afloop van een commissievergadering. Ook zijn collega Jos Verveen van coalitiepartij D66 eist „een gebaar” van wethouder Antoinette Laan (Sport en Cultuur, VVD).

Aanleiding voor de onvrede is een kritisch rapport, dat de Rotterdamse Rekenkamer vorige maand publiceerde over Watt. Daarin wordt onder meer geconstateerd dat de gemeente mede debet is aan de ondergang, begin juni vorig jaar, van het poppodium aan de West-Kruiskade. Te lang bleef het stadsbestuur geld steken in een verouderd pand, dat niet in eigen beheer was en wegens aanhoudende isolatieproblemen bovendien niet (meer) geschikt was als concertzaal. Daardoor is volgens de Rekenkamer bij andere betrokken partijen de indruk ontstaan dat de gemeente garant zou staan bij eventuele financiële problemen.

Het stadsbestuur distantieert zich van de belangrijkste conclusies, die Rekenkamerdirecteur Paul Hofstra gisteren toelichtte op het stadhuis aan de Coolsingel. Op 26 januari praten de raadsfracties verder met Laan. Die wilde gisteren niet vooruitlopen op de discussie. De gemeente heeft in totaal 4,5 miljoen euro geïnvesteerd in het poppodium, dat nog geen twee jaar open is geweest. Curator Robert van Moorsel dient binnenkort zo goed als zeker een schadeclaim in bij de gemeente. Dat bedrag kan oplopen tot 3 miljoen euro.

Grote vraag is of de raad juist en volledig is geïnformeerd toen Watt eind 2008, slechts drie maanden na de opening, de gemeente met succes om hulp vroeg. Twee kritische rapportages over de toekomstperspectieven van de opvolger van het roemruchte Nighttown zijn destijds niet of slechts gedeeltelijk naar de raad gestuurd, zo bleek gisteren. „Maar u heeft daar ook niet om gevraagd”, hield Hofstra de raadsleden voor.

Toch was de conclusie op basis van die cijfers onontkoombaar: het met schulden (1,8 miljoen euro) overladen Watt had eind 2008 volgens de Rekenkamer geen toekomst meer. Hofstra: „Om bedrijfseconomische redenen was het toen verstandiger geweest om Watt failliet te laten gaan en te kiezen voor een doorstart”. Toenmalig wethouder Rik Grashoff (GroenLinks) hield echter vast aan de bestaande constructie en schoot Watt financieel te hulp.

Grashoff, tegenwoordig Tweede Kamerlid, zou zich volgens de Rekenkamer daarbij onder meer hebben laten leiden door het feit dat Rotterdam het jaar daarop (2009) de Europese Jongerenhoofdstad was. „Sluiting zou de stad veel imagoschade hebben bezorgd”, stelde Hofstra vorige maand al vast. Grashoff zou mede daarom een te rooskleurige voorstelling van zaken hebben gegeven, waardoor de raad op het verkeerde been werd gezet. „We zijn gewoon misleid”, concludeerde Leefbaar-raadslid Molenaar gisteren.

Een van de grootste slachtoffers van de teloorgang van Rotterdams enige poppodium van betekenis is partyorganisator Ted Langenbach. De grondlegger van de eens vermaarde danceclub Now&Wow stak 150.000 euro in Watt. „Ook ik ben misleid.” Langenbach zegt ook nog 30.000 euro aan salaris tegoed te hebben. Hij heeft zijn claim neergelegd bij de curator.