Raadpleeg Urk over ingrijpend megawindpark

In het verleden mocht Urk niet meebeslissen over de Noordoostpolder. Zorg dat de geschiedenis zich niet herhaalt met windmolens, schrijft Lucia de Vries.

Toen zeventig jaar geleden geleden de Noordoostpolder werd drooggemalen, werd er geen rekening gehouden met Urk. Het eiland raakte met de inpoldering zijn centrale ligging in het IJsselmeer kwijt. De bevolking was niet gevraagd om haar mening. Details over waar de dijken kwamen te liggen, hoe snel het water zou zakken en wat de nieuwe polder aan mogelijkheden zou bieden, waren niet bekend.

De inpolderaars probeerden de helft van de bevolking zelfs gedwongen te laten verhuizen – het overbevolkte eiland kreeg er geen meter grond bij. Voor de Urker boeren en ondernemers bleek de ‘modelpolder’ verboden terrein.

De geschiedenis herhaalt zich nu. Door de aanleg van het windpark op een steenworp afstand van de historische dorpskern raakt Urk zijn unieke dorpsaanzicht kwijt. Het silhouet van Urk, vanaf het IJsselmeer gezien, is van unieke landschappelijke waarde. Het is een cultuurhistorisch monument, dat onvervangbaar is. Urk herinnert aan de historie van de Zuiderzee. Het symboliseert de eigenheid van het voormalig eiland, nu ingekapseld in het vasteland.

De windturbines komen aan weerszijden van de dorpskern, in en langs het water. De 86 molens hebben elk een vermogen van 5 MW. De turbines – met een tiphoogte van 190 meter – zijn hoger dan de Euromast, inclusief de erop geplaatste Spacetower.

Men zou verwachten dat anno 2011 Urk over zijn eigen toekomst zou mogen beslissen. Maar dat is niet het geval. Toen de gemeente Noordoostpolder in 1998 besloot de windmolens in haar gemeente te concentreren, maakte men zich in Urk geen zorgen: nabij Urk stonden diverse windparken, waar geen Urker moeite mee had. Het ging het om kleine turbines, die in proportie waren met het landschap. Wat de bevolking niet wist, was dat er plannen werden voorbereid voor ’s lands grootste windpark. Urk werd pas wakker toen in mei 2008 de landelijke media over het windpark publiceerden.

De Urkers moesten de details zelf bij elkaar sprokkelen. Zij zijn lang in het duister gelaten over belangrijke gegevens, zoals de afstand tot de dorpskern, de bouwwijze, de overlast tijdens en na plaatsing, de invloed op IJsselmeervisserij, etc. Nog steeds zijn er onduidelijkheden over wat het effect van de bouw en functioneren van het windpark op de gemeenschap zal hebben.

Een van de redenen voor het gebrek aan inspraak is dat het windpark op de grond van de gemeente Noordoostpolder wordt gebouwd en Urk ‘slechts’ buurgemeente is. Het lijkt ook anno 2011 mogelijk om op afstand van anderhalve kilometer van een dichtbevolkte gemeenschap een industrieel complex te bouwen zonder deze om haar mening te vragen.

Voormalig minister Van der Hoeven (CDA) noemde de trage gang van zaken bij de voorbereiding een ‘drama’, „omdat niemand het wil accepteren”. In plaats van met de bevolking in gesprek te gaan, zijn er harde maatregelen getroffen. Het windpark was al een Rijksprojectplan, waarin diverse inspraakstappen kunnen worden overslagen. De Crisis- en herstelwet maakte het de overheid nog gemakkelijker.

Het windpark zal vanuit alle omliggende provincies te zien zijn. Het stille hart van Nederland wordt met het park omgevormd tot industriële zone. Zelfs ’s nachts blijven honderden knipperlichten het uitzicht vervuilen. Miljoenen trekvogels zullen gedwongen zijn hun routes te veranderen.

Tijdens de inpoldering van de Noordoostpolder kregen de Urkers geen enkele kans tot inspraak. Uiteindelijk kozen de eilandbewoners voor visserij op de Noordzee en brachten ze het economische ‘Wonder van Urk’ tot stand, maar op Urk wordt het onrecht van toen nog altijd gevoeld – en nu opnieuw ervaren.

Lucia de Vries is auteur van Zoutzoet en medeoprichter van Comité Urk Briest.