Paniek is niet nodig, zegt ook de toxicoloog

Na de brand in Moerdijk is maar weinig schadelijke verontreiniging gemeten. Voorshands geldt: groente maar iets beter wassen. En spruitjes kan je pellen.

Wie een maaltje spruitjes van een commerciële teler onder de rook van Moerdijk eet, loopt hoogstwaarschijnlijk geen gevaar. Toxicoloog Majorie van Duursen, van het Institute for Risk Assessment Studies van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht: „Nee, dat zal niet direct schade opleveren. Met de nu gemeten verontreinigingen is er geen reden voor paniek.”

Op de spruitjes en andere groenten zijn roetdeeltjes neergedaald van de grote brand bij Chemie-Pack. De eerste metingen aan lucht, gras en opgeveegd roet, uitgevoerd door het RIVM en eergisteren vrijgegeven, laten zien dat vrijwel nergens gezondheidsnormen worden overschreden. Dat zijn normen voor hoeveelheden die een mens iedere dag maximaal binnen mag krijgen, een leven lang.

Beroepsmatig houdt Van Duursen een slag om de arm. „Het RIVM heeft grasmonsters genomen. Dan wordt gemeten welke verontreiniging er op geplukte grassprieten zit. Maar je moet natuurlijk eigenlijk de gewassen zelf bemonsteren.”

Iedereen die groente eet, kan die bovendien de komende tijd wat beter wassen dan gebruikelijk. „Planten nemen dioxinen en metalen maar langzaam op. Bijna alles zit dus aan de buitenkant en kun je er vanaf wassen”, zegt Van Duursen.

Een goede bereidingswijze van spruitjes is om de buitenste blaadjes van het kooltje af te pellen. Daarmee raakt de spruitjeseter ook weer roet kwijt.

Op gras dat groeide op 3,5 kilometer afstand van de brandplaats, in de Mariapolder, mat het RIVM eenmaal torenhoge concentraties metaalverontreiniging. Maar een dag later was die hoge verontreiniging verdwenen. Van Duursen: „Het kan heel goed zijn dat dat een meetfout is, bijvoorbeeld doordat bij de monstername wat aarde is meegenomen.”

De in het gras gemeten dioxinen, PAK’s en metalen worden getoetst aan de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI), de hoeveelheid per kilo lichaamsgewicht die je iedere dag mag hebben, zonder meetbare gezondheidsschade. Op één meetpunt van het RIVM was de dioxineconcentratie op gras 2 tot 2,5 keer hoger dan de ADI voor dioxine. Maar een bovenwindse meting nabij Moerdijk, waar de rook zeker niet overheen trok, gaf een hoeveelheid dioxine die op, of net boven de norm zat.

Van Duursen: „Van zo’n overschrijding merk je niets. Er is waarschijnlijk wel vaker een dag dat je erboven zit. Andere dagen zit je er weer onder. Het is natuurlijk wel anders als je eenmaal een enorme overschrijding hebt.”

Ze wijst op de voormalige Oekraïense president Joesjtsjenko die in 2004 met dioxine is vergiftigd. Hij liep lever- en darmschade op en heeft sindsdien een door ernstige acne getekend gezicht.

Van Duursen: „De normen voor de aanvaardbare dagelijkse inname zijn gebaseerd op dierproeven. De basis is de hoogste concentratie van een stof waarbij proefdieren niet meer ziek worden. Daar komt doorgaans een veiligheidsmarge van een factor honderd op. Dat wordt gedaan omdat mens en dier verschillend op stoffen reageren, en omdat er verschillen tussen mensen zijn. We willen met die normen ook mensen beschermen die gevoeliger zijn, zoals ouderen, kinderen en zwangere vrouwen, van wie het afweersysteem niet zo goed werkt.”