Obama heelt zachtjes Republikeinse wonden...

In Tucson hield president Obama vannacht een toespraak waarvoor hij zelfs door zijn grootste kritici werd geprezen. Hij probeerde het land weer op één lijn te krijgen.

De president maakte er een avond van tranen en helden van. De terugkeer van hoop. Barack Obama kreeg gisteren in een toespraak over de tragedie in Tucson een zeldzame kans zijn rol van Amerika’s staatshoofd te spelen, en zich boven de splijtende polarisatie van alledag te plaatsen. Hij slaagde volgens een brede groep conservatieve commentatoren wonderwel in de opzet.

„Een schitterend optreden’’, schreef hoofdredacteur Rich Lowry van de conservatieve National Review. „Uitzonderlijk’’, oordeelde Cheney-biograaf Stephen Hayes (Weekly Standard). „Zeer knap’’, zei ‘neocon’ Charles Krauthammer op FoxNews.

Ongebruikelijke reacties na twee jaar snoeiharde kritiek op de president. En zo bracht Obama het debat over het vergiftigde opinieklimaat, dat sinds de aanslag op het Democratische Congreslid Gabrielle Giffords wordt gevoerd, in een nieuwe fase. Hij benadrukte in zijn toespraak „dat niemand kan weten wat de kwaadaardige” schutter in Tucson tot zijn daad bracht. De verwarde man schoot zaterdag zes mensen dood en verwondde er veertien, onder wie Giffords.

Conservatieven moesten zich daarna verweren tegen – onbewezen – claims dat de heftige retoriek van de Tea Party, Sarah Palin en andere rechtse stemmen het klimaat creëerden waarin de schutter tot zijn daad was gekomen. Het conservatieve enthousiasme kwam gisteren vooral doordat de president die stelling verwierp.

Tegelijk pinde Obama Republikeinen vast op de noodzaak het gif uit het debat te halen. „Alleen een eerlijker en beschaafder debat kan ervoor zorgen dat wij als land de uitdagingen aankunnen.” Hij riep de VS op de nationale polarisatie te overdenken, „zodat we praten op een manier die helend werkt in plaats van elkaar verwondingen toe te brengen”.

Een oud Obama-thema dat conservatieven onder de huidige omstandigheden onmogelijk kunnen afwijzen. Daar zat voor de president de winst van de avond. Republikeinen hadden vorig jaar geen enkele aanvechting de scherpe taal van Tea Party-kandidaten of de conservatieve talkshowhost Rush Limbaugh te matigen, maar omarmen nu een gekalmeerde nationale dialoog. „Vanavond keerde de president terug naar zijn beroemde toespraak op de [Democratische] Conventie van 2004’’, schreef Lowry (National Review), toen Obama de verdeeldheid in de VS presenteerde als product van politieke strategie. „Goed gedaan.”

Zoals Reagan in 1986 (na het ongeluk met de Challenger), Clinton in 1995 (de bom in Oklahoma City) en Bush in 2001 (9/11) probeerde de president het land met verhalen van tragiek en heldendom op één lijn te krijgen. Hij beschreef de heldhaftige reacties van mensen waardoor de schutter werd uitgeschakeld. Hij stond uitvoering stil bij de hoge verwachtingen die de negenjarige Christina Taylor Green van het leven had voordat ze zaterdag werd doodgeschoten. En hij rapporteerde een tot tranen geroerd publiek dat Congreslid Giffords, die in het hoofd werd geschoten, kort voor zijn toespraak voor het eerst weer haar ogen had geopend. Met andere woorden: hoop heeft zin.

Referenties aan moed, onverzettelijkheid en hoop horen nu eenmaal bij het presidentiële repertoire in tijden van crisis. En zoals Obama voordeel aan de tragedie overhoudt, zo vergaat het Sarah Palin minder. De politicus met de beste kansen op de Republikeinse nominatie in 2012 zag zich zondag gedwongen een ‘Target List’ van haar website te halen waarop het district van Giffords was aangemerkt. Uit niets blijkt dat de schutter door de kaart is gemotiveerd, maar het dwingt Palin in het defensief.

Ze creëerde ook een nieuwe controverse, en dat slokte de meeste aandacht op. Palin gebruikte de term ‘blood libel’ – een mythe die door de eeuwen heen een alibi voor Jodenvervolging was – om de kritiek van de media op haar te beschrijven, en diverse van haar bondgenoten noemden dat ongelukkig. Alain Dershowitz, een prominente mensenrechtenactivist, verdedigde haar. Maar joodse organisaties vielen haar aan. En Jonah Goldberg, prominent blogger van National Review, noemde het gebruik van de term „niet ideaal”.