Modelcrisis Tunesië

De onrust in Tunesië heeft de straten van Tunis bereikt. In andere Arabische hoofdsteden wordt het protest goed gevolgd. De problemen die zich voor president Ben Ali opstapelen, zijn namelijk angstaanjagend herkenbaar. De crisis in Tunesië staat model voor de crisis in de halve Arabische wereld.

Het bewind van Ben Ali steunde op corruptie en repressie. Met het eerste hield hij zijn handlangers tevreden, met het tweede sloeg hij de ontevreden burgers van zich af. Wegens het seculiere karakter van zijn regime kon hij ook goede sier maken als internationale bondgenoot tegen het islamitisch fundamentalisme.

Maar door de onrust in Tunesië wankelen deze pijlers onder zijn macht. De woede over de zelfverbranding van een academische straathandelaar, die door de politie was aangepakt omdat hij zonder vergunning een fruitstalletje dreef, is afgelopen weken uitgemond in een breed sociaal én politiek protest. Op straat is de angst voor de politie weggeëbd. Het ontslag van de minister van Binnenlandse Zaken en de belofte dat er gevangenen zullen worden vrijgelaten, apaiseren niet maar smaken juist naar meer.

De protestbeweging heeft weinig te verliezen. Eén op de zeven Tunesiërs heeft regulier werk. De werkloosheid treft jongeren die goed zijn opgeleid maar geen passend werk kunnen vinden. Die zijn niet alleen onbesuisder, maar ook met velen. De helft van de bevolking is jonger dan 25 jaar. Er kan een moment komen dat geweld niet meer werkt, zeker als de grieven weerklank vinden bij politie en leger.

Als zich zo’n wending voltrekt, kan de machtselite rond Ben Ali uit elkaar vallen omdat de verschillende clans alleen hun eigen hachje willen redden.

Maar wat dan? De beweging uit zich in seculiere termen. En vaak in het Frans. Maar dat wil niet zeggen dat het islamitisch fundamentalisme geen aantrekkingskracht meer heeft. Door de repressie zijn alle politieke alternatieven en leiders in de kiem gesmoord. Onder de oppervlakte kunnen er ideeën leven die aan kracht winnen als er een wereldbeschouwelijk vacuüm ontstaat.

Te midden van alle steun die de oppositie nu verdient – en die wel wat krachtiger mag worden geformuleerd dan nu gebeurt – moet ook dat ongewisse perspectief onder ogen worden gezien. Tunesië en ander Arabische landen zijn te lang beoordeeld in de context van het Midden-Oostenconflict. Zolang ze zich keerden tegen Hamas en geen gemene zaak maakten met landen als Syrië en Iran, kregen repressieve regimes het voordeel van de twijfel.

Die benadering moet worden doorbroken. En Frankrijk kan daarbij het voortouw nemen. President Sarkozy nam in 2008 het initiatief tot een Mediterrane Unie, die een aanvulling op de EU moest worden. Er is weinig meer van vernomen. Als hij nu geen reden ziet zijn pretenties af te stoffen, dan is het idee geen knip voor de neus waard. De EU kan Sarkozy daarop wijzen.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het hoofdredactionele commentaar ‘Modelcrisis Tunesië’ (13 januari, pagina 2) is het cruciale woord ‘geen’ weggevallen. Een op de zeven Tunesiërs heeft géén regulier werk.