Linkse partijen steunen motie van treurnis Q-koorts

Fractievoorzitter Marianne Thieme van de PvdD. Foto: Roel Rozenburg / NRC Handelsblad.

Een groot deel van de oppositie heeft aan het einde van de ochtend een motie van treurnis tegen het kabinet gesteund. PvdA, SP en GroenLinks schaarden zich achter de gisteren door Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) ingediende motie over de Q-koorts. De motie werd niettemin verworpen.

In de motie spreekt Thieme haar teleurstelling uit over de reactie van het vorige kabinet op de uitbraak van de Q-koorts. Volgens haar had het kabinet sneller maatregelen moeten treffen om de verspreiding van de Q-koorts tegen te gaan. De ziekte maakte in 2009 duizenden mensen ziek en kostte in totaal aan zeventien mensen het leven.

Een motie van treurnis heeft vooral symbolische waarde, vertelt Antoinette Reerink, parlementair redacteur van NRC Handelsblad:

“Zo’n motie drukt vooral teleurstelling over het beleid uit. Een minister hoeft met een motie van treurnis niks te doen. Het vertrouwen in een bewindspersoon wordt er niet mee op het spel gezet.”

Dat laatste verbaast niet, want minister Schipppers (VVD, Volksgezondheid) zat immers tijdens de uitbraak van de Q-koorts niet in het kabinet. Dat partijen als de PvdA, SP en GroenLinks de motie van treurnis toch steunden, heeft volgens Reerink met iets anders te maken:

“Deze partijen zijn erg teleurgesteld dat het huidige kabinet veel aanbevelingen van de commissie-Van Dijk niet overneemt. De belangrijkste daarvan was dat het ministerie van Volksgezondheid bij de uitbraak van dierziekten de regie neemt. Dat ligt ook bij deze bewindslieden gevoelig, want die vinden het een heikel punt dat de ene bewindspersoon boven de andere komt te staan. Terwijl het daar bij de aanpak van Q-koorts nu juist wel om ging.”

Thieme kwam tijdens het debat gisteren al hard in aanvaring met Schippers. De fractieleider van de PvdD zei ‘heel goed’ te begrijpen dat mensen zeggen dat de overheid zich schuldig heeft gemaakt aan dood door schuld vanwege het lakse optreden. Schippers noemde deze beschuldiging ‘buitenproportioneel en onfatsoenlijk’.