Is er in Canada een kooldioxide-lek?

CCS, het afvangen en opslaan van kooldioxide, leek tot voor kort een hoopgevende manier om de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer te verminderen, zonder af te hoeven zien van fossiele brandstoffen. Maar de techniek heeft het niet gemakkelijk. Er zijn principiële bezwaren tegen het hele idee (het vermindert niet de uitstoot, maar pakt alleen

Algenbloei in water boven Weyburn-olieveld (foto uit rapport)

Algenbloei in water boven Weyburn-olieveld (foto uit rapport)Algenbloei in water boven Weyburn-olieveld (foto uit rapport)

CCS, het afvangen en opslaan van kooldioxide, leek tot voor kort een hoopgevende manier om de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer te verminderen, zonder af te hoeven zien van fossiele brandstoffen. Maar de techniek heeft het niet gemakkelijk.

Er zijn principiële bezwaren tegen het hele idee (het vermindert niet de uitstoot, maar pakt alleen de symptomen aan). Het is een relatief dure techniek (je hebt ongeveer een extra kolencentrale aan energie nodig om de CO2 in de grond te stoppen). Het gaat nog decennia duren voordat het op grote schaal kan worden toegepast. En het idee stuit op bezwaren van de lokale bevolking, die liever niet op een kunstmatige gasbel leeft.

Overheden proberen de bevolking gerust te stellen, maar dat lukt niet altijd. En het bericht (hier, hier en hier verhalen in Canadese kranten) dat er mogelijk kooldioxide lekt uit een grote opslag (inmiddels 16 miljoen ton) in Canada zal dat er niet gemakkelijker op maken.

Het gaat om een CCS project dat al in 2000 werd gestart bij het grote Weyburn-olieveld in het midden van Canada, niet ver van de Amerikaanse grens. De eerste injecties vonden plaats in 2004. Een jaar later meldde een grondeigenaar in het gebied dat er schuimend gas uit de waterpoelen opborrelde, later versnelde de algenvorming en er verscheen een blauw-groene filmlaag op het wateroppervlak. Ook werden dode dieren in de buurt van het water gevonden.

Cenovus, het grote energieconcern dat verantwoordelijk is voor de injecties, zegt dat de CO2-opslag daarvoor niet verantwoordelijk kan zijn. Vooraf is uiterst zorgvuldig gekeken naar de risico’s en het spul zit onder 1400 meter stevige rotsformaties. Een onderzoek dat de grondeigenaar heeft laten doen komt tot een andere conclusie: de CO2-concentratie in de grond is opvallend hoog en de samenstelling van het kooldioxide lijkt verdacht veel op die van het door Cenovus geïnjecteerde gas.

Jan Brouwer van TNO, onderzoeker van het CATO-2 project, sluit niet uit dat er CO2 lekt. Hij heeft de rapporten gelezen en zegt dat er meer onderzoek nodig is om uitsluitsel te geven. Hij wijst er wel nadrukkelijk op dat de situatie in Canada niet vergelijkbaar is met mogelijke CO2-opslag in Noord-Nederland.

Er is niet in de eerste plaats gezocht naar de beste plek voor CO2-opslag. Doel van het Canadese project was namelijk de oliewinning. Om de druk op de olie te vergroten, zodat die gemakkelijker gewonnen kan worden, hadden ze een gas nodig. Vervolgens is gekeken of het betaalbaar was om daarvoor CO2 te kopen en te injecteren. Dat bleek rendabel, mede omdat de injectie van CO2 ook deel uitmaakt van klimaatbeleid.

Volgens Brouwer is er een groot verschil tussen het opslaan van CO2 in gasvelden, zoals Nederland wil, en in olievelden. Van olievelden is lang niet zeker dat ze gasdicht zijn. Waarschijnlijk heeft in de Weyburn-olievelden ook gas gezeten. Die kon er kennelijk ooit uit ontsnappen. De velden in Nederland moeten wel gasdicht zijn, anders zou er helemaal geen gas zijn.