Het kan ze vaak niet extreem genoeg zijn

Een tochtje van 1.200 km, of een rondje van 22.000 km: extreme zeekajakkers draaien hun hand er niet voor om.

Maar zo’n reis is niet altijd zonder gevaar.

De gemiddelde Nederlandse zeekajakker vindt een Rondje Texel al mooi. De gelukkigen doen zulke meerdaagse tochtjes wat vaker in binnen- of buitenland. Een enkeling gaat een stap verder, bijvoorbeeld een Fries stel dat in 2009 een rondje Ierland deed. Maar dat stelt allemaal niks voor vergeleken met de avonturen van extreme zeekajakkers.

Neem de Duitse Freya Hoffmeister. Zij verbaasde de afgelopen jaren de wereld. Eerst met een rondje IJsland (2007) en een rondje Zuidereiland van Nieuw-Zeeland (2008). Een jaar later peddelde de zeekajakster in 332 dagen, waarvan 245 vaardagen, rond Australië. Een afstand van 4.000 kilometer. Vorige week maakte ze bekend dat ze eind september begint met een rondje Zuid-Amerika van 22.000 kilometer. Ze zal opnieuw solovaren en trekt er drie jaar voor uit, waarvan 22 vaarmaanden.

Bij het rondje Australië was ze de tweede persoon en de eerste vrouw die deze monstertocht volbracht. Zuid-Amerika ronden heeft nog nooit iemand geprobeerd. Hoffmeister vaart solo in een 5,5 meter lange standaard zeekajak. Slapen doet ze het liefst in een tentje. In 2009 kreeg ze onderweg veel spontane hulp, maar was niettemin soms meer dan een week op zichzelf aangewezen. En ze trotseerde de nodige gevaren. Zo kwam ze oog in oog te staan met levensgevaarlijke zeekrokodillen, werd haar kano lek gebeten door een haai en overleefde ze een nacht lang meters hoge brekende golven.

Momenteel is de Pool Aleksander Doba bezig met een oversteek van de Atlantische Oceaan. Hij vertrok eind oktober vanuit Dakar om in zijn uppie naar de overkant te peddelen, naar het Braziliaanse Fortaleza. Een afstand van pakweg 3.500 kilometer. Google Maps leert dat het tot half december behoorlijk goed ging. Daarna ging het door tegenvallende wind meer noord-, zuid- en achterwaarts dan westwaarts.

Na honderd dagen varen was Doba in deze week iets over de helft en had hij nog maar voor 24 dagen voedsel aan boord. Hij lag wel weer op koers met zijn zeven meter lange kajak. Hij kan de eerste worden die de tocht volbrengt – en dat voor een 64-jarige.

Er zijn nog twee extreme tochten gaande. Begin december vertrokken Becky Peace en Nick Giguere voor een tocht van 1.200 kilometer langs de kust van Patagonië in zuidelijke richting. En begin januari vertrokken de Engelse Justine Curgenven en haar partner Barry Shaw richting Chili. Ze doen een rondje ‘Isla Grande de Tierra del Fuego’, in Nederland bekend als Vuurland. Ze begonnen in Punta Arenas aan de Straat Magellaan voor deze tocht van circa 1.800 kilometer. Ook zij zullen te maken krijgen met sterke stromingen (het getijverschil is soms wel tien meter) en het weer aan de zuidpunt van Zuid-Amerika kan erg onstuimig zijn. Eind 2009 moest een soortgelijke expeditie van Marcus Demuth and Biff Wruszek vanwege te veel wind worden afgebroken. De New Yorkers hadden twaalf dagen in hun tentje in niemandsland zitten kaarten. Het eten was op. Ze werden opgepikt door een helikopter en de kajaks bleven achter.

Bijna al deze avonturiers hebben één belangrijke overeenkomst. Het dagelijkse weerbericht komt via de satelliettelefoon uit Israël. Daar zit Karel Vissel, geboren op Terschelling, die kajakkers wereldwijd voor weinig geld voorziet van op locatie toegespitste weerberichten. Vissel is zelf ex-zeeman en zeekajakker. Hij weet dus precies wat zijn afnemers in het tweemaal daagse sms’je willen lezen.

Een andere overeenkomst is dat alle kajakexpedities via internet live te volgen zijn. Satellietsignalen verschijnen in Google Earth, verhaaltjes, foto’s en tweets op websites en blogs.

De extreme zeekajakreizen kennen wonderwel meestal een goed einde. Recent is slechts één avontuur bekend dat verkeerd afliep. Begin 2007 sneuvelde de Australische zeekajakker Andrew McAuley tijdens zijn oversteek van Tasmanië naar Nieuw-Zeeland. Hij had de finish in zicht toen er iets helemaal fout ging. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Vorig jaar waren er ook twee incidenten. Aan de Britse zuidkust werden begin januari zestien ervaren kajakkers door de reddingsdienst RNLI van het water gered. Ze konden niet aankomen op de geplande plek en het alternatief was door de sterke stromingen niet meer bereikbaar voor het donker. Ze lieten zich ophalen voordat het echt gevaarlijk werd. In juni kwam een groep van negen gekwalificeerde instructeurs in moeilijkheden boven de Razende Bol westelijk van Texel. Ook daar moest de reddingsmacht aan te pas komen. De groep was, zo erkende ze zelf, te nonchalant geweest in hun voorbereiding en in de uitvoering.

Laten de zeekajakkers zich gek maken in het opzoeken van steeds extremere situaties? Hans Heupink is voorzitter van de Commissie Zeekajakvaren, de Cie Zee (onderdeel van de Nederlandse Kano Bond), en heeft als doel om „het veilig zeekajakken te bevorderen”. „Zeekajakken is een risicosport. Zeker voor die extreme kajakkers”, zegt Heupink. „Die mensen accepteren veel grotere risico’s dan brave huisvaders. Ze maken andere afwegingen dan de gemiddelde Nederlandse zeekajakker. En de incidenten dicht bij huis bevestigen dat ook zij moeten investeren in een gedegen opleidingstraject, waarbij je vooral leert om ‘scherp’ te blijven om de risico’s te beperken. Gelukkig is bij NKB-zeetochten nog nooit wat ernstigs gebeurd.”