Het is crisis, hoog tijd voor strenge regels

Het voetbal in Europa gaat gebukt onder schulden.

De UEFA wil de bedrijfstak gezond maken, maar een cultuur van 25 jaar verander je niet zomaar even.

De transfermarkt is deze winter weer open, maar de meeste Europese clubs houden zich rustig. De economische crisis heeft ook de voetbalmarkt in zijn greep. De clubs in de hoogste Europese voetbaldivisies hebben in 2009 een gezamenlijk verlies geleden van in totaal 1,2 miljard euro. Meer dan de helft van de clubs in de hoogste divisie van hun land presenteerde rode cijfers.

„De schuldenlast van de clubs groeit als een sneeuwbal”, stelt Maarten Fontein, bestuurslid van de organisatie van Europese voetbalclubs (ECA). „Dat is zorgelijk. Daarom is iedereen ervan overtuigd dat het systeem van Financial Fair Play van de UEFA [niet meer uitgeven dan er binnenkomt, red.] uiteindelijk het beste is.”

Waar is in uw ogen voor de clubs de meeste winst te behalen?

„Het is zaak dat de clubs veel meer gaan investeren in de jeugdopleidingen. Daar gaat nu slechts zo’n 5 procent heen. De clubs geven 60 tot 80 procent uit aan salarissen. Dat moet anders. Zo moeten we af van transfers van jeugdspelers, want in 99 procent van de gevallen mislukken voetballers die op jonge leeftijd zijn getransfereerd. Vaak wordt als reden opgegeven dat de ouders zijn verhuisd. In de praktijk krijgt een vader dan een baan als schoonmaker bij de club aangeboden. Clubs mogen straks geen vreemd vermogen meer investeren in nieuwe spelers. Dergelijke inkomsten van geldschieters mogen alleen nog gebruikt worden voor het verbeteren van de infrastructuur of de jeugdopleiding. De jeugd moet de toekomst hebben. Daarom zal de zogenoemde 6+5-regel [daarbij moeten clubs zes door henzelf opgeleide spelers opstellen, red.] er ook op natuurlijke wijze komen. Verder moet het aantal contractspelers terug worden gebracht naar 25 tot maximaal 30 profs. De schulden van de clubs moeten worden gesaneerd. En de positie van de makelaars zal veranderen.”

De UEFA zinspeelt via voorzitter Michel Platini al jaren op maatregelen om de financiële situatie van de clubs aan te pakken. Waar loopt dat op vast?

„Het is niet mogelijk een systeem dat clubs 25 jaar hanteren zomaar even te veranderen. Daar is tijd voor nodig. Neemt niet weg dat de eerste stappen naar een nieuwe aanpak nu worden gezet. De komende tijd moeten de clubs rapporteren. Vanaf 2012 moeten de inkomsten gelijk zijn aan de uitgaven. Dat is een soort eerste meetpunt. Daarna mogen de clubs bijvoorbeeld nog wel aflopende schulden hebben. Uiteindelijk zullen alle clubs hun jaarcijfers moeten kunnen overleggen. Vanaf 2015 dienen de resultaten zichtbaar te worden en zouden clubs gestraft kunnen worden die niet aan de regels voldoen.”

Aan wat voor straffen moet je denken?

„In eerste instantie uitsluiting van de Champions League en de Europa League. Maar het zou beter zijn als de verschillende nationale bonden ook zouden optreden.”

Het Nederlandse betaald voetbal kent al een licentiesysteem met sancties. Toch hoort Nederland op dit moment niet bij de gezondste voetballanden. Hoe kan dat?

„We hebben vorig seizoen aan FC Haarlem en RKC Waalwijk kunnen zien dat dat systeem niet helemaal waterdicht is. Daarnaast heeft het Nederlandse voetbal op microniveau ook met financiële problemen te kampen. De Nederlandse clubs hadden vorig seizoen een gezamenlijk tekort van 70 miljoen euro. Ajax, PSV en Feyenoord zijn in de problemen gekomen doordat de inkomsten teruglopen. De sponsordeals die ik in het verleden als directeur van Ajax aanging met Aegon en Adidas zijn nu niet meer te sluiten. En dan heeft Ajax nog het geluk dat die contracten nog jaren doorlopen.”

Over een paar jaar is Real Madrid aan dezelfde regels onderworpen als pakweg Helmond Sport?

„In principe wel. Al zal het in de praktijk gaan om clubs die in de Europese competities spelen.”

Verwacht u dat een groot aantal clubs in de problemen komt?

„Veel voetbalclubs zitten al in de problemen. Ze concurreren niet alleen met elkaar maar ook met andere sporten. Sponsors kunnen hun geld maar één keer uitgeven. Het gaat erom dat de hele bedrijfstak gezond wordt.”