Het bladgoud begint af te bladderen

Amalric maakte een film over een producent die toert met burleske danseressen.

Met zijn hectische, documentaire stijl is Tournée een heftige ervaring.

Mimi le Meaux en Dirty Martini; ze hebben prachtige, tot de verbeelding sprekende artiestennamen, de Amerikaanse stripteasedanseressen en danseressen die de Franse impresario Joachim Zand om zich heen heeft verzameld voor een tournee langs Franse havenplaatsen. Eindpunt is Parijs, de bakermat van het burleske cabaret.

Denk Moulin Rouge. Denk veren en tepelkwastjes. En bedenk dan hoe dat eruitziet als het vernis verbleekt is, het bladgoud begint te bladderen, de champagne te zoet is, de danseressen aangetast zijn door de zwaartekracht en Parijs onbereikbaar blijft.

Dat is de bitter-weemoedige wereld die acteur en regisseur Mathieu Amalric tevoorschijn tovert in zijn vierde film Tournée, die vorig jaar in Cannes de prijs voor beste regie kreeg en werd bekroond met de prijs van de internationale filmkritiek.

Amalric is met name bekend als acteur, in Quantum of Solace en The Diving Bell and the Butterfly en natuurlijk als muze van regisseur Arnaud Desplechin, als wiens opgefokte alter ego hij de afgelopen jaren te zien was in films als Rois et reine en Un conte de Noël.

Met Desplechin deelt hij in Tournée de fascinatie voor personages die in het leven net altijd de verkeerde afslag nemen en voor intense observaties van neurosen en obsessies. Dat Tournée de vorm heeft van een roadmovie waarin Zand en zijn troupe voortdurend onderweg zijn zonder ooit hun bestemming te bereiken, is wat dat betreft veelzeggend.

Plot noch verhaal heeft veel prioriteit in deze film. Alles wordt verteld door atmosferische details, toevallige ontmoetingen en kortstondige kortsluitingen tussen de leden van deze surrogaatfamilie op reis. Voor Zand is deze tournee een terugkeer naar huis, een poging tot verzoening met zijn verleden, zijn ex-vrouw en kinderen. Voor de dames is het een reis door een droom, een geïdealiseerde wereld.

Die parabel van heimwee en ondergang baseerde Amalric op een verhaal van de Franse schrijfster Colette, die zelf aan het begin van de vorige eeuw optrad in de Parijse cabarets. Ook liet Amalric zich inspireren door het leven van de in 2005 overleden filmproducent Humbert Balsan, voor een romantische, maar bepaald niet geromantiseerde ode aan de artistieke waanzin en het leven in de coulissen.

Dat alles maakt Tournée, zeker ook door zijn hectische, documentaire stijl, een even wervelende en heftige ervaring van eenzaamheid en onthechting als de wereld die hij oproept.

Je kunt tijdens het kijken ontdekkingen blijven doen. Eén daarvan mag niet ongenoemd blijven. Vrij letterlijk citeert Amalric scènes uit The Killing of a Chinese Bookie (1976) van John Cassavetes. Want net als Cassavetes is Amalric geïnteresseerd in het creëren van een explosie van het nu. Onontkoombaar. Zo, dat als aan het einde de muziek van ‘Have Love Will Travel’ klinkt, de essentie van het leven in die ene oerkreet is samengevat: ‘Whoa!’ Deze tournee gaat voor altijd door.

Tournée. Regie: Mathieu Amalric. In: 7 bioscopen.****