Hervorming euronoodfonds EFSF is dringend gewenst

Er zijn betere manieren om te helpen. De leiders van de eurozonelanden bespreken de mogelijkheden om hun met 440 miljard euro gevulde reddingsfonds efficiënter te maken. Een reorganisatie van het vangnet van eurolanden in nood zou kunnen helpen besmetting van de markten te voorkomen. Maar radicale veranderingen lijken nog niet op de agenda te staan.

De Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) is zeker voor verbetering vatbaar. Ondanks de 440 miljard euro aan garanties kan het fonds slechts 225 miljard euro daadwerkelijk uitlenen, als het zijn topstatus bij de kredietbeoordelaars niet wil verspelen. Met die 225 miljard euro kunnen Ierland en mogelijk Portugal wel worden gered – maar het zou lastig worden als er nog meer ‘eurobranden’ moeten worden geblust, bijvoorbeeld in een groter land als Spanje.

De huidige discussies zijn erop gericht om het fonds in staat te stellen het volledige bedrag van 440 miljard euro uit te lenen. Een idee zou zijn om landen als Frankrijk of Duitsland hun garanties te laten vergroten, zodat de EFSF feitelijk meer kan lenen zonder zijn hoge kredietstatus op het spel te zetten. Maar dit zou op politieke problemen kunnen stuiten in Parijs en Berlijn omdat het de kwetsbaarheid van deze landen voor de periferie van de eurozone zou doen toenemen.

Een andere suggestie zou kunnen zijn dat het fonds staatsobligaties gaat opkopen en besmetting in een eerder stadium gaat proberen te bestrijden, in plaats van pas in actie te komen als zich al een crisis heeft ontwikkeld. Maar dit zou neerkomen op een onvoorwaardelijke reddingsoperatie en juridisch kunnen worden aangevochten.

Een radicalere verandering zou een aanzienlijke verhoging van het beschikbare kapitaal zijn, misschien tot 1000 miljard euro, om situaties te financieren die nu nog onwaarschijnlijk lijken – zoals bijvoorbeeld noodhulp voor Italië. Maar de regeringen van de lidstaten van de eurozone zouden hiermee de indruk kunnen wekken dat zij zich opmaken voor een systeemcrisis, een indruk die ze absoluut willen vermijden.

De omvang van de EFSF hoeft niet het belangrijkste punt te zijn. De rente die het fonds op zijn kredieten in rekening brengt, ongeveer 3 procentpunt meer dan de interbancaire rente, is hoog. In financiële moeilijkheden verkerende landen zullen pas in allerlaatste instantie een beroep op het fonds doen – en dan is het misschien al te laat. De hoge kosten maken het voor hen lastig om uit hun schulden te groeien. In de ideale situatie zouden de kredieten goedkoper moeten zijn. Het flexibeler maken van de faciliteit zou een land als Spanje kunnen helpen zijn banken te herkapitaliseren zonder de pijn van een volledige reddingsoperatie te moeten doorstaan.

De radicale opties lijken op dit moment niet aan de orde en de markten zullen zich alleen maar laten overtuigen als de eurozone haar hervormingsplannen ook daadwerkelijk uitvoert. Intussen heeft Europa nog steeds de mogelijkheid de markten vóór te zijn met een samenhangender, reactiever en efficiënter systeem voor steunoperaties.

Neil Unmack

Vertaling: Menno Grootveld