Er zijn nog te veel Robert M.'s die hun straf ontlopen

Justitie vervolgt steeds meer mensen die zich inlaten met kinderporno. Maar het Expertisecentrum Kinderporno is nog niet tevreden.

Rotterdam, 13 jan. - De Amsterdamse zedenzaak heeft één voordeel, tenminste vanuit het oogpunt van de bestrijding van kinderporno: dat de slachtoffers Nederlands zijn. Dat gegeven maakt kinderporno voor Nederlanders opeens veel minder abstract en meer bedreigend.

„Het is goed dat het onderwerp zo gaat leven”, zegt Janet ten Hoope, plaatsvervangend hoofdofficier in Rotterdam en als portefeuillehouder zeden van het Openbaar Ministerie verbonden aan het Expertisecentrum Kinderporno. „In de samenleving heeft lang een beeld bestaan van ‘kinderporno, waar hebben we het over, het zijn alleen maar plaatjes’. Nee! Achter ieder plaatje zit een mens dat op zijn minst is uitgebuit, als het gaat om foto’s waarop kinderen poseren, en vaak gewoon ook hard is misbruikt.”

Het aantal rechtszaken rond kinderporno stijgt. Bent u tevreden?

„Het is de goede weg. Maar we kunnen nog niet beweren dat iedereen die een straf verdient, die ook krijgt. Dat is wel ons streven.”

Gebeurt het vaker dat buitenlandse tips leiden tot de aanhouding van misbruikplegers in Nederland, zoals in de Amsterdamse zedenzaak?

„Het komt voor, maar het zou meer moeten gebeuren. Nu betreffen de meeste zaken mannen die kinderporno downloaden. We zouden de focus graag verleggen naar opsporing van misbruik. Daarin hebben we nog een slag te maken.”

Hoe gaat u dat doen?

„Vooral door slimmere keuzes te maken. We hebben een techniek ontwikkeld om met een snelle scan te kunnen vaststellen of gevonden kinderporno oud of nieuw is. Is het oud, en valt rond de downloader niets bijzonders op te merken, dan kunnen we ervan uitgaan dat er niets méér aan de hand is. Bij nieuw materiaal moet de zaak tot in detail bestudeerd worden. Dat kost veel tijd. Bij een leeggetrokken computer kun je miljoenen foto’s vinden, waaronder tienduizenden die nog niet eerder zijn aangetroffen. Het is zaak om die door te laten spitten door goed getrainde, ervaren rechercheurs. Die kinderen kunnen herkennen van eerdere beelden en thuis zijn in het internationale opsporingsnetwerk. Het gaat om kleine brokjes informatie die kunnen leiden tot identificatie van het slachtoffer, of het land waar het slachtoffer gezocht moet worden. Het type kraan, het type stopcontact.”

Een downloader die voor het eerst betrapt is, kan sinds kort soms kiezen voor behandeling in plaats van vervolging. Wat voor behandeling is dat?

„Hij moet wekelijks naar een forensisch psychiatrisch centrum om inzicht te krijgen in de triggers voor zijn kinderpornoconsumptie en te leren zijn gedrag te veranderen. Die methode wordt ook gebruikt bij plegers van seksueel misbruik. Het traject kan snel beginnen en duurt twee jaar. Reclassering wordt erbij gehaald, de wijkpolitie wordt op de hoogte gebracht. Zo creëer je tegelijk een buffer rond die man, een vorm van toezicht. Je zegt: ‘U waande zich anoniem achter uw computer, u had het mis. We weten het.’

„In zaken waarin we niet 100 procent zeker zijn sturen we een brief. ‘Uw IP-adres is bij ons bekend en geregistreerd.’ We maken ook dan kenbaar dat hij gespot is.”

Het OM geeft sinds begin dit jaar zaken met jonge kinderen geen prioriteit meer boven zaken rond kinderen van een jaar of vijftien. Waarom niet?

„Dat past niet meer in het maatschappelijk klimaat. In de jaren zeventig was dat klimaat zó anders. Er kon openlijk gepraat worden over seks met kinderen. Als ze het maar goed vonden. Nu is het standpunt: kinderen hebben recht op lichamelijke integriteit. Wij moeten hen beschermen, ook als ze vijftien zijn. Ik weet niet of een vijftienjarige zich realiseert wat het betekent als iemand gevoelige foto’s van hem op internet zet.”

Het Expertisecentrum coördineert een onderzoek naar Nederlandse organisaties die vinden dat seks met kinderen niet strafbaar hoeft te zijn. Zijn dat er veel?

„We kijken of de drie à vier aangiften tegen pedofilievereniging Martijn, of bestuursleden daarvan, verband houden met elkaar. De politie heeft vooralsnog geen andere netwerken op het oog. Wel houden we de mogelijkheid open andere netwerken te onderzoeken. Om uit te drukken: het is verwerpelijk om dit te promoten.”