Er hangt weer oorlog in de lucht

Hamas probeert een bestand met Israël af te dwingen. Maar radicale groepen storen zich daar niet aan. Escalatie is het resultaat.

In de lucht tekenen Israëlische straaljagers witte cirkels. Mensen op straat in Gaza-stad stoten elkaar aan en wijzen naar boven. Zouden ze opnieuw toeslaan, zoals een dag eerder? Toen werd midden op de dag in Khan Younis vanuit de lucht Mohammad al-Najar, een leider van de Islamitische Jihad, van zijn motor geschoten. De straaljagers keren nu om, en laten de dikker wordende cirkels achter als teken wie er de baas is in Gaza.

Er hangt, twee jaar na het einde van de verwoestende Gaza-oorlog tussen Israël en Hamas, weer oorlog in de lucht in Gaza. Het aantal beschietingen vanuit de lucht op doelen in de geïsoleerde Gazastrook neemt toe; vanuit Gaza schieten gewapende groepen raketten af op Israël. Onder meer de stad Ashkelon werd weer getroffen door Qassam-raketten. Uit de retoriek van de Israëlische regering én de keuze van de doelwitten blijkt dat premier Benjamin Netanyahu de islamitische beweging Hamas, die alleen aan de macht is in Gaza, volledig verantwoordelijk houdt voor de recente escalatie. Deze volgt op een relatief kalm jaar, waarin veel minder raketbeschietingen waren dan in de twee jaar ervoor. Netanyahu zei deze week dat „ze een geweldige fout maken door uit te proberen of wij onze bevolking kunnen beschermen”.

De dood van Najar, wiens Islamitische Jihad vrij volgzaam doet wat Hamas zegt, is daar een nieuw bewijs van. Ook de smokkeltunnels in het zuiden van de Gazastrook – stevig in handen van Hamas – en militaire en politieposten van het bewind worden getroffen. Hamas-agenten blijven op last van hun leiders zo min mogelijk in kazernes, maar doden de tijd op straat. De vorige oorlog begon met een onverwachte aanval op een politiebureau, waarbij tientallen agenten omkwamen.

De meeste slachtoffers zijn tot dusverre de schapenboeren en verzamelaars van beton die in het grensgebied tussen Gaza en Israël werken. In dat gebied verzamelen mensen puin van ingestorte gebouwen, dat als bouwmateriaal verkocht wordt. In de ‘bufferzone’ van circa anderhalve kilometer diep in Gaza vallen geregeld doden. Eergisteren werd hier een 65-jarige Palestijnse herder doodgeschoten. Vorige week kwam een Israëlische militair om door eigen vuur.

„Hamas is niet geïnteresseerd in een escalatie van het conflict met Israël”, zegt Ihab al-Ghusain, woordvoerder van minister Fathi Hamad van Binnenlandse Zaken. Hamads kantoor verhuist keer op keer, zoals de meeste Hamas-kantoren. „We houden sinds twee jaar een staakt-het-vuren in acht, omdat de bevolking van Gaza moe is van oorlog. We geven het verzet niet op, maar vinden een escalatie niet in het belang van de Palestijnen.” Hamas is militair totaal inferieur aan Israël en kan een oorlog nooit winnen. Wel schermt de beweging met een niet te controleren raketarsenaal, dat nu zelfs Tel Aviv zou kunnen bereiken.

Minister Hamad heeft gisteren, zegt Ghusain, met de gewapende radicale facties in Gaza afgesproken dat ook zij zich aan het staakt-het-vuren zullen houden. Hamas beheerst Gaza alleen, maar gedoogt enkele partijen met gewapende vleugels, zoals het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en de Islamitische Jihad. Maar de laatste maanden zijn kleine radicaal-islamitische groepen sterk in opmars, waarvan de strijders meestal gerecruteerd worden uit de Qassam-Brigades, de militaire vleugel van Hamas. Vrijwel zeker zijn deze groepen verantwoordelijk voor de toename van raketbeschietingen vanuit Gaza. „Ook deze salafisten zullen zich aan de periode van kalmte houden”, zegt Ghusain beslist. „We hebben hun woord.”

In een leegstaand kantoortje willen twee leden van een salafistische groep na lang aandringen praten. Ze komen aangereden op een motor en verdwijnen na het gesprek weer vliegensvlug in de onoverzichtelijke straatjes van Gaza-stad. Israël én Hamas maken hun leven onzeker. De twee jonge mannen – ze praten op basis van anonimiteit – met lange zwarte baarden, een zwart mutsje en een camouflagejack, zijn ooit ontslagen uit de Qassam-Brigades. „De jihad gaat door, we gehoorzamen de shari’a (islamitisch recht). Wij geven de strijd niet op omdat Hamas dat zegt”, zegt een van hen, een gezette, schuchter kijkende man. De ander, de leider, knikt. „Hamas praat niet met ons, dat is een leugen. Ze sluiten ons op, martelen of doden ons.”

Hamas lijkt geen greep te krijgen op de in macht groeiende salafistische groepen. De leden zijn gedesillusioneerde jonge mannen uit steden als Rafah, of de vluchtelingenkampen rondom Gaza-stad. In radicale moskeeën zijn mannen als deze twee geworven, gebaseerd op het onder sommigen levende sentiment dat Hamas te gematigd is geworden en buigt voor Israël. Voor sommige groepen is Al-Qaeda, dat sterk anti-Hamas is, een belangrijke inspiratiebron. „Het gaat er niet om Israël en Hamas weer in staat van oorlog te brengen”, zegt de salafistenleider. „Zelfgemaakte raketten zijn ons enige wapen. We gaan door met de strijd tot we Palestina hebben bevrijd van Israël. Praten, niets doen, dat zogenaamde vredesproces, alles is al geprobeerd. Het wordt tijd dat we alleen Gods wil volgen.”