Defensie: er is geen alternatief voor Kunduz

Het is voor Nederland niet mogelijk een politietrainingsmissie te sturen naar naburige gebieden van de provincie Kunduz in Afghanistan. Dit stelt een woordvoerder van het ministerie van Defensie. Hij reageert hiermee op de kritiek van westerse diplomaten, op het besluit van het kabinet een dergelijke missie naar Kunduz te sturen.

Volgens de anonieme diplomaten, die gisteren in deze krant werden geciteerd, is er veel meer behoefte aan trainers in provincies als Takhar, Badakhshan en Baghlan dan in Kunduz.

De woordvoerder van het ministerie wijst erop dat de opleidingscentra in Kunduz, waar de Nederlanders gaan werken, een „regionale functie” hebben waarbij ook mensen worden opgeleid voor Takhar en Baghlan. Die provincies hebben geen opleidingscentra. Ook hebben beide provincies minder militaire ondersteunings- en beschermingsmogelijkheden omdat er geen ‘lead nation’ opereert zoals wel het geval is in Kunduz. Daar spelen de Duitsers een leidende rol. Als Nederland in Takhar en Baghlan trainingen zou gaan geven, zouden volgens Defensie veel meer beschermingstroepen mee moeten.

Voorts speelt ook nog een rol dat de provincies Takhar en Baghlan bij de Europese politiemacht EUPOL en de door de NAVO geleide internationale troepenmacht ISAF geen prioriteit hebben.

Nederland heeft door de keuze voor Kunduz juist voor een bescheiden rol gekozen, waarbij aangesloten kan worden bij andere landen. Van 2006 tot 2010 was Nederland zelf ‘lead nation’ in de zuidelijke provincie Uruzgan.

Kritische leden van GroenLinks hebben de Tweede Kamerfractie van hun partij gisteren toestemming gegeven door te gaan met het zoeken naar mogelijkheden om steun aan het kabinetsplan te kunnen geven. Dat gebeurde op een speciaal belegde bijeenkomst in Utrecht. Fractievoorzitter Jolande Sap schatte na afloop van deze besloten vergadering de kans dat de fractie uiteindelijk zal instemmen op 50 procent.

GroenLinks wil nog op een groot aantal punten opheldering. Zo moet er meer duidelijkheid komen over de financiering van de missie en het precieze mandaat van de mensen die worden uitgestuurd.

De kritische leden hebben de fractie opgeroepen bij de motie te blijven die de fractie het afgelopen voorjaar met D66 indiende. Daarin werd vooral deelname aan de door de EU verzorgde politietraining bepleit. De bezorgde GroenLinksers vrezen dat het nu teveel een NAVO-aangelegenheid wordt.