De Amerikanen regelen hier alles

Nederland wil trainers naar Kunduz sturen om lokale agenten op te leiden.

Ze zullen er een chaotische situatie aantreffen: civiele politie, vechtpolitie, milities.

Afghanistan. Kunduz. 11-01-2010. Arbiki. Foto: Joël van Houdt

Militieleider Gul Achmad, in het district Chardara, wordt omringd door trouwe bondgenoten die alles nauwlettend in de gaten houden, met sjaals om hun hoofd en kalasjnikovs op de buik.

Hoeveel milities zijn er hier? 70 procent van het gebied is van hem, zegt hij. Iets verderop, wijst hij, zit commandant Zia, maar ook Aman, Moara, Rhafer en Shigh. Allemaal met hun eigen groepen. Soms met tien man, soms meer, hij weet het niet precies. Zelf heeft hij honderd man die naar hem luisteren.

Het is tekenend voor de chaotische situatie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz, waar het Nederlandse kabinet graag aan de slag wil om de lokale politie op te leiden. Overal in de straten en dorpen van Kunduz lopen mannen met allerlei uniformen, soms combinaties van legerpakken en blauwe politiejassen, anderen hebben broeken en jassen met weer andere prints aan. En sommige ‘politiemannen’ dragen gewone kleding. Wat al die mannen gemeen hebben is dat ze goed bewapend zijn: kalasjnikovs, raketten, granaten.

In deze chaotische situatie proberen de Amerikanen en de Duitsers de veiligheidsstructuur op te bouwen. De Amerikanen doen in de praktijk van alles: ze vechten en trainen, met de civiele politie, maar ook met milities. De Duitsers en een kleine groep Belgen zijn vooral bezig met het trainen van het Afghaanse leger. Daarnaast is er het Regionale Trainingscentrum waar het particuliere bedrijf Dyncorp elke acht weken tientallen agenten opleidt, die vervolgens het land in worden gestuurd. En ook is er het Duitse trainingsproject op een kamp waar nu zo’n twintig civiele politiemensen trainingen geven.

Hier wil Nederland 20 marechaussees naartoe sturen om lokale agenten op te leiden.

Op papier moeten 1.600 Afghaanse politieagenten, die worden betaald door het ministerie van Binnenlandse Zaken in Kabul, op het ogenblik de orde handhaven in Kunduz. Maar het zijn de Amerikaanse militairen die de Afghaanse politie in Kunduz vorm geven. Terwijl de inzet van de Amerikanen nauwelijks wordt genoemd in het voorstel van het Nederlandse kabinet, hebben juist zij in Kunduz allerlei milities en civiele politie onder hun hoede genomen. De Amerikanen trainen hen en nemen hen mee op vechtoperaties. Ze trainden hier al met speciale begeleidingsteams voor de politie. Afgelopen zomer werden 800 extra soldaten uit de VS ingevlogen die, eerst vooral met politie, militaire operaties verrichtten. Onlangs werd de lokale Afghaanse legerleider boos toen ze opnieuw een vechtoperatie hadden uitgevoerd. „Waar zijn wij dan voor”, riep hij.

Inmiddels doen deze begeleidingsteams, POMLT’s geheten, ook aan training. Ze kiezen ervoor overdag maar ook ’s nachts met politiemannen de poort uit te gaan, en leveren direct wat er gevraagd wordt: auto’s, veiligheidswallen, uniformen, wapens. Ze werken met het hogere politiekader, maar zorgen ook dat de Afghan National Police in het veld aanwezig is. Ze lopen met zwaarbewapende patrouilles door de straten en zijn betrokken bij vechtoperaties, zoals onlangs nog in het district Chardara. De Amerikanen combineren vaker op discrete wijze politietaken met militaire taken. Zo is er het grote project, waarbij de Amerikaanse Special Forces met de zogenoemde informele Afghan Local Police aan de slag gaan.

De eerste grote trainingsbasis is in het district Kunduz opgezet, niet ver van de stad. Dit gebied was vorig jaar zo onrustig dat de Afghaanse overheid er niet kon optreden. Amerikaanse troepen hebben daar ‘veegoperaties’ gehouden waardoor het Afghaanse overheidsgezag er nu wel toegang heeft.

Om snel een politiemacht op te bouwen, hebben de Amerikaanse commando’s – die vaak ook geen uniform dragen maar gewone Afghaanse kleding – geen civiele politie ingevlogen van de Afghan National Police, maar mocht een lokale shura (vergadering met tribale leiders) besluiten welke mannen in hun dorp een drieweekse cursus zouden krijgen om de eigen omgeving schoon te houden. Zo hoopten de Amerikanen meer steun te krijgen bij de bevolking en ongecontroleerde milities uit te schakelen. Het doel is in het centrum van Kunduz 225 van deze Afghan Local Police-mensen in te zetten. Daarna zijn andere districten aan de beurt.

Ook de Nederlanders zullen in het gebied te maken krijgen met de Amerikaanse Special Forces. Die opereren regelmatig in het gebied met Afghan National Police, die hetzelfde geheime karakter heeft als de commando’s. Zij worden ook wel ‘vechtpolitie’ genoemd. De lokale politiecommandant wordt niet op de hoogte gehouden van hun militaire operaties, uit vrees voor het uitlekken van informatie. Deze week nog doodden de vechtagenten zeventien Afghanen die voor vijandelijke Talibaan werden aangezien. De politiecommandant van Kunduz geeft toe dat deze mannen niet onder zijn commando vallen. Deze speciale teams worden ingevlogen. Op dit moment lopen Afghaanse agenten uit Jalalabad door de straten van Kunduz, klaar voor een operatie, vertellen ze. Deze week trokken zo’n driehonderd demonstranten tegen een actie door de bazaar in Kunduz-stad. In de nacht daarop arresteerde een politie-eenheid een bekende mullah en namen hem mee, waarschijnlijk naar de gevangenis op de basis Bagram. De Afghaanse autoriteiten beloofden de betogers vrijlating, maar lieten later weten dat de mullah betrokken was bij aanslagen.

Militie-leider Gul Achmad in Chardara en zijn mannen worden nu niet getraind. Maar af en toe worden ze door de provinciale politiecommandant ingezet om zijn gebied rustig te houden. De milities hebben een slechte naam omdat ze soms de bevolking meer afpersen dan de Talibaan.

Maar deze week bleek dat het Westen wel met Achmad wil werken: hij sleepte een contract binnen van een Duitse hulporganisatie die hem de aanleg van een weg laat beveiligen. Voordat de militieleider in een politieauto van de overheid wegrijdt, zegt hij nog dat hij wel voelt voor scholing door de Nederlanders. „Ik wil dolgraag dat mijn mannen getraind worden door hen. Ik ben er klaar voor.”

Opinie: pagina 18