Betogers negeren nieuw verbod in Tunis

Verzoenende maatregelen van de Tunesische regering hebben gisteren niet geleid tot minder protesten tegen het regeringsbeleid. In verscheidene delen van de hoofdstad Tunis negeerden betogers gisteravond een eerder op de dag afgekondigd nachtelijk uitgaansverbod, plunderden gebouwen en raakten slaags met de politie. Daarbij werd een man gedood door schoten in het hoofd.

Ook in de steden Douz en Thala in het binnenland zouden gisteren enkele doden zijn gevallen bij protesten. Een van de dodelijke slachtoffers in Douz was een Tunesische hoogleraar aan een Franse universiteit. In totaal zijn volgens de autoriteiten 23 mensen gedood sinds de onrust half december in de stad Bouzid begon; mensenrechtenorganisaties zeggen dat er veel meer doden zijn, waarschijnlijk meer dan vijftig.

In Bouzid zelf gingen gisteren volgens getuigen weer zevenduizend- tot tienduizend mensen de straat op die leuzen tegen de regering scandeerden. Aanvankelijk waren de protesten, die zich snel over het land verspreidden, vooral gericht tegen de hoge werkloosheid. Maar gaandeweg richtten de betogers zich ook tegen de politieke repressie.

Een getuige zei dat gisteren in Bouzid leuzen werden geroepen „over vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, alle vrijheden”. President Zine al-Abidine Ben Ali zegt dat de protesten het werk zijn van een groep gewelddadige extremisten die vanuit het buitenland worden aangestuurd om zijn regering te ondermijnen.

President Ben Ali ontsloeg gisterochtend zijn minister van Binnenlandse Zaken en liet een onderzoek naar overheidscorruptie instellen en vrijlating van arrestanten aankondigen, „behalve diegenen die zich aan vandalisme hebben schuldig gemaakt”. ’s Middags ging het protest echter door. De nieuwe minister van Binnenlandse Zaken kondigde daarop in de hoofdstad de avondklok af „om de burgers te beschermen”. (AFP, Reuters, AP)